Bij het lezen van dit boek, zou je kunnen gaan denken dat ik vast en zeker een hekel heb gekregen aan vrouwen. Nee hoor, niets is minder waar. Allereerst is daar Clair, met wie ik een hechte en beproefde vriendschapsband heb; een vriendschap die door beproevingen heen aaneengesmeed is. Ik heb zelfs geen hekel aan Rie, mijn ex. Ik heb naar Rie niets meer, en ik wil liever geen contact meer met haar. Als ik aan haar denk, en dat komt nog wel eens voor, dan ben ik gevoelloos, alsof er een niemandsland tussen ons in is, waarin geen leven is. Echt contact kan niet meer, het zou te veel negatieve sentimenten oproepen, en dat heeft uiteraard geen toekomst. Het verrast me soms zelf. Door alle onaangename verwikkelingen heen, die naar mijn inschatting ook minstens voor een deel te maken hebben met onbegrip voor het eigene van de vrouwelijke natuur, ben ik toch nog altijd een bewonderaar van het vrouwelijke. Het uitfilosoferen van wat ik zeg met “het vrouwelijke”, is voor later. Er is een andere, meer directe manier voor me waarop ik het vrouwelijke ken en heb leren kennen. Ik heb immers net als andere mannen een speciale sensor voor het vrouwelijke. Mijn diepste ik, mijn wezen, weet wat het is, het is me ingebakken: dat wat aantrekkelijk voor me is en dat ik als het dichtbij me komt niet afwijs en terugstoot; dat wat me aantrekt, me iets doet in zachtheid en tederheid, waar ik graag op in ga, en waar ik me bij neer wil leggen. Dàt is het. De ene keer is het een ronding, een houding, een gestalte die me aantrekt; een beweging, een manier van kijken, een wijze van spreken die me verrukt, de toonhoogte, de stembuiging. Een andere keer is het meer aard en gedrag: de ontvankelijkheid, het aandachtige luisteren dat me sprakeloos maakt, het mij en geen ander willen toelaten en opnemen, een oproep, een appèl (nee, nee, geen appel) op te gaan in verbondenheid, het verlangen naar mij, het verwachten. Barbara Streisand bezingt het in Guilty, woman in love: "...to get you into my world and hold you within ...". Daar sta je dan als man en je wilt daar maar al te graag ja op zeggen. Eerlijk is eerlijk, en "hont soit qui mal y pense". Gelukkigmakend is het als je als mens, man of vrouw, zo het vrouwelijke tegen mag komen. Dat zijn allemaal aspecten van het vrouwelijke, die ik moeiteloos als zodanig herken, en waardoor ik me aangetrokken weet. Er is ook een heel andere kant. Ik ervaar dat ik in contact met vrouwen mijn gevoelens laat spreken, en creatief wordt. Ik weet me gewekt, en wil me inzetten, waarmaken, vruchtbaar zijn (tegenwoordig, gezien mijn leeftijd, figuurlijk).
Hoe dan ook, ik ben er eigenlijk steeds op uit om er contact mee maken, er op in gaan, met zorg te omgeven, er een liefdescocon mee te maken en te verwachten in het onvermoede. Ik heb eigenlijk best een aardig onlogisch besef van waar het om draait, namelijk om datgene waar het mij in mijn leven om te doen is, ontdekken wat het is in het vrouwelijke dat mij zo raakt en aantrekt, en er antwoord op te geven. Dat is wat er gebeurt als ik een vrouw echt ontmoet, in dat tegenover, oog in oog, van pupil naar pupil. Dus liefst in het echt natuurlijk (en dat is wat anders dan dè echt), maar het kan ook in een gedicht, in een verhaal, zelfs in e-mail communicatie.
O zeker, het heeft alles met vrouwen te maken, maar vrouwelijk en vrouw zijn is voor mij niet hetzelfde. Ik meen dat ik niets te veel zeg, als ik constateer dat ikzelf er ook een toffe dosis van in huis heb als enig tegenwicht voor mijn mannelijke rationele inborst al staat daar niet zo heel veel haar op. Inderdaad, het is ook niet mijn slechtste kant. Soms beleef ik dat ook, en zaligmakend intens, met een gevoel van eenheid en verbondenheid in mezelf. Dat overkwam me toen ik samen met Salu een gedichtje schreef, ieder voor zich hoor, bij het schilderij Galathea van de sferen van grootmeester Dali. Ik heb nog nooit met zoveel gevoel en plezier en zo stromend een gedichtje geschreven. Het staat hier op de Verhalensite. Iemand zag er terecht een liefdesgedichtje in. Voortreffelijk aangevoeld, ik was verliefd op het leven in het kosmisch perspectief van Dali, en zeg me nou niet dat zoiets onmogelijk is. Opmerkelijk trouwens, dat de paar mannen die ik hier wat ken, het maar een kwezelverhaaltje vonden, maar dat de vrouwen er door ontroerd waren. Ik zelf ook nog steeds trouwens; ik herlees het af en toe. Het gedichtje wordt dus verschillend ervaren. De ene helft vindt het slecht, de andere helft vindt het mooi, lief, enz. Hm, opvallend niet?
Ja hoor, ik ben eigenlijk een echte softie. Maar ho, ik ben geen mietje, al heb ik daar vroeger wel eens zwaar over in de rats gezeten, zo ergens in mijn puberale bekommernissen. "Wie ben ik nou eigenlijk", was toen het angstige en nare besef van de leegte in me. Die is al levend, belevend in vraag en antwoord, in actie en reactie, in doen, voelen, er aan zitten en eraf blijven, in verwondering, adoratie en ontzag, in aantrekken en afstoten, en ah ja, in de reeks verrukkelijke verliefdheden op de mooiste meisjes, geleidelijk aan in- en opgevuld met wat mijn schat, mijn ik, mijn identiteit is geworden. Een verrukkelijke identiteit, waarmee ik bij herhaling een verstolen lach tevoorschijn tover, bijvoorbeeld op het gezicht van dat aandoenlijk vrouwelijke wezen achter het stuur dat voor me stopt als ik, zo met mijn petje op, `smorgens vroeg de zebra over flaneer. Het is om de senioren-ochtendstijfheid te doorbreken, maar het belet me niet om welwillend en met verve mijn snor in een krul te draaien voor die schone blom achter het stuur die tot mijn genoegen meestal reageert met een glimlach. Dat is puur genieten want dan besef ik, ah ja, ik voel me een geliefd mens en ik mag gezien worden. En is dat niet wat ons mensen ten diepste bevredigt? Dat weten geeft het antwoord op die hunkering naar erkenning die ook mijn wezen doortrekt: ik kan mens zijn als een ander mij wil en kan zien. Dat heb ik gaandeweg bij het overdenken van mijn leven weer opnieuw mogen ervaren in de persoon van Clair, iemand die clare wijn schenkt en gezegend is met een heldere blik. Zonder haar was het project Adrie wellicht volkomen mislukt.
Ik ben blij geworden met de mannelijk-vrouwelijk dualiteit in mijn ik, die nog immer enerverende paradox in mijn zelluf, in mijn alles en niks. Die gaat met me mee en die zal ik uiteindelijk weer moeten laten gaan, en vrij geven aan de ruimte. Ik heb ook weer intens het creatieve elan mogen ervaren van de mannelijk-vrouwellijke dualiteit, in de aanvullende toenadering met een echte vrouw. Daarvoor ben ik dankbaar.
toedeloe
Kees,
BeantwoordenVerwijderenje hebt een goed vehaal geschreven.