Posts tonen met het label appartement. Alle posts tonen
Posts tonen met het label appartement. Alle posts tonen

dinsdag 10 april 2012

Rondpunt

Alles over mij? Ah nee, ik ga hier zeker niet alles vertellen over mijzelf. Het zal hier op deze site gaan over het stadje Gruitrode, waar ik woon, waar ik leef, wandel, rondkijk, praatjes maak en heb, kijk en bewonder en ook wel eens afkeur; waar ik door de KBC-bank genomen met plezier woon en waar ik alleen en gelukkig ben, al ben ik net als een paar anderen naar me later bleek, nog altijd op zoek naar een vrouwke. Dat zal wel nooit over gaan. Zo'n vrouwke als ik wil is immers niet te vinden.

Maar nu was ik op zoek  naar een appartement, en ik heb de hele regio afgestrietst van Neerpelt, Overpelt in het Noorden tot St Truiden in het zuiden. Op die beslissende dag kwam ik vanuit Lozen via Bree aan in Gruitrode, kwam bij het rondpunt, maakte verrast een rondje rondom het rondpunt, zag de mooie kerk, genoot van de de dorpse gezelligheid alom, parkeerde mijn auto op het plein, maakte een gezellig kletspraatje met iemand van de plantsoenendienst en ik was verkocht. Nu het appartement nog.

Het aangeboden appartement waar ik eigenlijk op af kwam, was op de eerste verdieping, maar ik zag het leegstaande appartement op de begane grond
. Zou dat ook te huur zijn? Het zag er meer dan aantrekkelijk uit. Informatie inwinnen dus. Wel, het is allemaal goed gekomen. Ik kreeg dat appartement op de begane grond, en ik voelde me er prima bij, en ik zal bij leven en welzijn hier nog wel een tijdje blijven wonen. 



Eeuwig geluk is voorbehouden aan het hiernamaals en totale vreugde is meestal beperkt tot hooguit een kwartiertje, dus er kwamen wel wat wratjes op mijn gelukzaligheid. Allez, een Hollander kan relativeren en blijft doorgaan (kijk maar naar Balkenende). Ik ben inmiddels verkocht en tevens verknocht aan Gruitrode, met zijn prachtige natuur en blond bruisende cultuur. De meeste mensen draag ik bovendien een warm hart toe, en vice versa, en die paar anderen die er ook wel zijn, neem ik, om de naastenliefde levendig te houden, er bij en voor lief. Gelukkig is JC er om me af en toe wat bij te sturen. JC? Wie dat is? “Toch niet JC zeker?” Nee. “JoCa van de Paro” dan soms?? Nee. “Ben ik het Heer?” Nee, jij gelukkig ook niet. “Snotver...Ahh, JaCo van de Harmo?” Juist, en ssst nu. De ware ingeweiden hebben aan een half woord al meer dan genoeg.


Aan het werk nu....., tedju..

donderdag 29 maart 2012

mèè èè èè èèh

Wie heeft er niet van die momenten waarop hij of zij overloopt van die voortdurende instroom van kleine irritatietjes. Irri . ta . tietjes? Hè hè, ja, das al een stuk beter, dat lucht meteen wat op, maar genoeg was het gisterenochtend voor mij niet. Nee.

En toen kwam die druppel.

Mijn buurman Mario belt bij me aan, kervers terug van vakantie. Ah, gaat het door me heen, leuk, hij komt even goedendag zeggen. Ik ben blij verrast. Ik had niet verwacht dat hij zoiets vriendelijks zou doen.
"Ah, hé, gezellig. Jullie zijn terug van vakantie. Hm. Goed gehad? Waar zijn jullie eigenlijk geweest?"
"Oh, ja hoor, het was goed, zeker. Ahh, mooi horloge heb je. Precies als die van mij."
Hé, hij schakelt wel snel over." Hè? Wat? Ah, nou ja, `tis ter een van de Aldi hoor. Spotgoedkoop." Ik voel dat er iets niet klopt, dat er iets vervelends naderbij kruipt. Ach, wat, ga maar niet taai doen, man. Blijf toch vrie....

En dan komt het. Hij schuifelt wat achteruit, en ik volg verbaasd zijn beweging, nog steeds wat gesensibiliseerd door de vriendelijke one-liners. Dan zie ik hem verstrakken, en weet ineens dat mijn intuïtie juist was. Ach, waarom moet nou net nu die hond met die omhoog komende nekharen in mijn gedachten komen. Ja, en kijk die borstelige rugharen zeg; zo gaat mijn gedachtentreintje, inmiddels op weg om TVG te worden.

Hij kijkt me nu koeltjes en lichtelijk bestraffend, maar tegelijk o zo vriendelijk aan, en vraagt "Kees, komt dit plasje water van jòu af?"
Hè? Plasje water? Ik kijk met al mijn overstromende rationaliteit verbijsterd naar het minuscule plasje water naast de deur. Zelden kwam mijn irrita . tietje (het helpt nu echt niet meer) zo snel opzetten. Zelden kwam er zo'n vernietigende tsunami op mijn omgangsfatsoen en nabuurschap aangerold. Ik voel hoe ik verstrak, taai word en in het geweer kom. Snotver, komt die vent me nou weer met een onnozel micro-akkefietje van supraridicule proporties aan de deur de les lezen? Eerst zijn bezwaren tegen een vogelnestje; toen het gezeur over het zogenaamd ten onrechte gebruiken van de riolering, toen die volle vuilmiszak vóór mijn deur. Dan zijn lulprapppraat over het niet gesloten hebben van de gemeenschappelijke voordeur. Allez, zeg, genoeg nu. Ik laat me niet weer zo de les lezen, en zeker me niet in zijn gelid zetten. En ik kan niet tegen die verkapte houding van superioriteit. Ik schiet naar voren. "Maar jong", zwelt mijn bariton aan, als dat fuck-p la s j e j e e r g e r t dan doe je het toch gewoon op, onderwijl met mijn voet door het plasje schuivend. "Kom je eerst een beetje schmeichelen, me op het verkeerde been zetten en tenslotte dan toch proberen me de les te lezen?" "Verdomme", gaat het door me heen, "moet je zien hoe hij ontzet hij naar zijn plasje kijkt, nu ik zijn probleem zo flinterdun over de vloer uitsmeer. Met een knarsende draai keer ik me om naar binnen te gaan. Smash klinkt mijn deur door de gang. Ai, daar schrik ik zelf van. In dezelfde beweging draai ik door, nu extra gemotiveerd door mijn eigen lawaaischopperij; ruk de deur open, en ik voeg weer me bij hem, inmiddels alle tekenen vertonend van Lucy op de golf van Mexico.
"Jij bent toch ook wel een zeldzame zeikneus, hè. Weet je waar dat plasje vandaan komt? Nou? Uit je eigen kruis, piemel. Je bent een zeikerd."
"Ja maar, ik wou je alleen maar vragen of dat water van jou afkom…".
"Nee dus. Je wou me vragen om dat plasje op te ruimen…. En, ik zeg je, als je me nog eens een keer aan mijn deur komt vervelen; God, jong, ik zeg het je, dan zwaait er wat!"

Tja, en dan komt het. Allemensen Kees. Je hebt je laten gaan, je hebt een ordinaire ambras achter de rug. Spijt? Nee! Nee? Jawel. Maar die pief had zijn rode kaart verdiend. Geef je die niet, dan maakt ie het hoe langer hoe bonter. Hij verknalt zo mijn plezier in het leven, verdikkeme.

Aan de bar laat ik stoom af.
"Moet je nagaan, de vent wordt nota bene betaald om de hal schoon te houden. Ja, ook door mij. Probeert ie mij zover te krijgen dat ik het vanzelfsprekend vind dat ik zij werk doe. Dit is dorpse inteelt ten voeten uit. GrrrRR.
Er breekt enig begrip door. De TVG is weg, maar toch, het boemelt nog aardig door. Hier wisten ze trouwens al dat er ambras was geweest. Hoe? Via de GSM.
"Hè, hoe… weet jij dat?"
"GSM hè, mijn Pa belde me op. "Hé, weet je het al, er is ambras in de tent."
Oh ja, er is begrip, zeker bij deze zoon. "Ja, ja, we kennen die toch…Das unnen echte scherpslijper, amai." Later zou blijken dat de zoon in feite de puntenslijper zelve is.

Ik probeer mijn restje drift eruit te lopen. Ja, straks kom ik hem ongetwijfeld weer tegen en wat dan? Rustig Kees, ja nu heb je wel genoeg stoom afgeblazen. Ik zal vrede meten stichten.
En dan, op dit wandelingetje krijg ik ineens een opsteker. Ach, ik moet eerst vertellen dat ik op mijn wandelingen graag praat tegen dieren om me heen: geitjes, koeien, paarden, kraaien (moet je eens doen "krrrraaaaaah, zo voluit vanuit je middenrif, en dan dat melancholieke terugroepen van de kraaien), en zelfs praat tegen de planten (ahh, Datura, ja ja, lekker stuk vergif!). Nu zijn de schapen aan de beurt. Ah, ja, leuk en mijn goeie zin komt al terug galopperen: mèè mèè èè èè èèh roep ik voor het eerst in mijn leven. Hé, wat een vibraties, dat lucht op, en het laatste restje van mijn boosheid en agressie wordt meegevoerd door onze gezamenlijke, smartelijke en smekende beurtzang mèè èè èè èèh, mèè èè èè èèh, mèè èè èè èèh, mèè èè èè èèh. ‘kHeb nooit eerder zo'n goed therapeutisch gesprek gehad.

woensdag 28 maart 2012

ik en mijn pianooh

Ik ben vóór mijn appartement in mijn geïmproviseerde, maar o zo aardige tuintje bezig, als mijn bovenbuurman naar buiten komt op zijn dagelijkse gang naar Bree, waar hij zijn nieuwe appartement aan het inrichten is. Zoals altijd, we kunnen aardig met elkaar overweg, maken we een klein babbeltje. Dat gebeurt wel volgens vaste lijnen. We kunnen elkaar niet tegenkomen of hij heeft wel weer een straffe sneer richting Holland. Af en toe ben ik hem even te vlug af met een voor hem ietwat te intelligente Belgenmop, maar dan is hij weer voor een tijdje wat rustiger. Hij raakt maar niet echt gewend, aan “diejen Hollander” (aan mij dus). Maar, het moet gezegd, zelfs als hij het niet direct snapt reageert hij nog positief, en steeds gaan we verder met een vriendschappelijke nabuurbabbel. Dat kan ik waarderen.
“Ben je nog vloeren aan het leggen”, vraag ik hem. “Ah nee, nee, we zijn nu met de plafonds bezig. In de huiskamer heb ik van dat spandoek genomen. Dat is mooi, onderhoudsvrij en onverslijtbaar. Hoef ik nooit meer iets aan te doen.” “Allez, Sjos, je denkt toch niet dat ik aan mijn plafond nog wel ooit wat zal gaan doen? Mooi niet zeg. Spandoek of geen spandoek.” Met een groet zoals gewoonlijk stapt hij op zijn Renault-bestel af en ik ga verder met mijn onkruid. “Ik zal me daar nog eens iets aan dat pokkenplafond gaan doen”, brom ik door me heen. De gedachte alleen al. Allez zeg, onkruidje roer je niet!
Dan ineens staat het glashelder in mijn brein geprojecteerd. Ik heb gedroomd vannacht, flitst het door me heen. Ik heb gedroomd, over mijn plafond. Klaar en duidelijk staat het me voor de geest. Amai. Te gek. Hoe bestaat het. Wacht eens.  “Hé, Sjos, je gelooft het niet, moet je horen wat ik vannacht gedroomd heb, een echte nachtmerrie” roep ik, terwijl ik me met een inwendige grijns naar hem toe spoed. Driftig enthousiasme zal wel op mijn voorhoofd te lezen zijn, want hij kijkt me onthutst aan. Ook nu, hoewel hij duidelijk niet goed raad weet met mijn drukdoenerij over zoiets onbenulligs als een droom. Na een eerste blik van argwaan om “ wat hèt diejen gekken Ollander nou ineens”, ontspant de frons en daarmee zijn neusrimpel, en zijn gelaat klaart op met een stoot van intelligentie. Ik ken hem zo langzamerhand, en ik weet het, hij broeit op een repliek.
“Allez Sjos, ik meen het jong", probeer ik hem de pas af te snijden. "Ik droomde dakkik ene grote piano in mijn appartement had staan, of eigenlijk zo’ene vleugel. Zo’n ding met zo’n openstaande bovenkant. Je weet wel, waar je zo van boven in kunt kijken”, zeg ik hem schuins aankijkend. Sjos kijkt wijfelend naar me terug. “Ja Jezus man, ik weet heus wel wat een piano is, zeg. Ik ben genen Ollander! Hoe, komt er nog wat?”, vraagt hij, al half in zijn auto. “Sjos, er zat een of andere Belgiek hartstikke virtuoos maar keihard op diejen vleugel te hengsten, en in enen zie ik dat heel de verf van mijn plafond afbladdert. Grote blazen zie ik opkomen, of liever afkomen en de vellen hangen erbij. Snotverdesnotver, ik zeg het je, ik schrok me het apezuur, en leuk is anders. Ik voelde de trillingen van diejen vleugel in mijn borstkas vibreren en hoe ze door het plafond heen denderden. Ai, de hele boel trilt los", dacht ik. "Amai, gelukkig dat het maar een droom was zeg, pfoei.” Sjos kijkt me aan, ineens met een brede glimlach.“Ge hèt zeker ene zure haring teveel gegeten gisterenaovondj. Da pakt nie jong op al die pinten. Daor krègde nachtmerries vanne. En bovendien enen Belsj die piano speelt, das oknie niks zenne. Ik weet uut ervaring, da kan aonpakken. Da hedde pas nog kunne zien op da Elisabeth concours. Allez, joa, da kan zejker het plafond pakke aasut dur enen Ollander geschilderd is.", zegt hij loenzend. Allez, jong, ik gao aon de slag sunneke” zegt hij, droogjes.
“Oké Sjoske, sunnelulleke, werk ze hè ventsje, nie morse, en de buurvrouw met rust loaten. Die is trouwens toch nie thoes". Sjos werpt me vanonder zijn werkbrouwen een kantje boord broeierige blik toe terwijl hij instapt. Maar hij weet zo gauw niks te zeggen en laat het er verder bij. Dat wordt weer wat, straks als hij terugkomt.
Nahikkend van de pret, en goed gemutst, ga ik naar binnen. Ik zet de volgende CD van mijn “Spectacular Classics” serie op (koopje: 40CD-collectie voor maar 15 euro’s). Schumann, ah zo, ah hmm, zo zo, natuurlijk, Pianoconcerto in A Minor. Ach, … ,zal wel toeval zijn toch zeker…Allez en amai, ge wit mar nooit, en dus zet ik mijn installatie toch maar ietsje zachter.

maandag 19 maart 2012

hardleerse hakken (kort verhaal)



Nou, ik heb met gemengde gevoelens je verhaal over je schoenen met hoge hakken gelezen. De hoge hak van leer dringt zich namelijk regelmatig nogal hardleers en 
op wat problematische wijze binnen in mijn leven. Te lezen dat je enige tijd krom hebt moeten staan in je minirokje, omdat je vastgelopen was, doet me niet een beetje alleen meesmuilen, maar brengt mijn gevoel voor rechtvaardigheid ook weer wat in evenwicht, wat Flikske ook mag beweren. Hoe? 

Ik woon in een appartement op de begane grond en heb een tegelvloer, zoals ook en eensgelijks mijn bovenburen: dames van wufte zeden, dat moet wel, die het met hun hakken niet zo nauw nemen, en het niet kunnen laten om zelfs thuis op hun "hoge hakken" rondlopen. Maar ja, een beetje vrouw wil gehoord en gezien worden, vandaar natuurlijk. Hoewel ik het niet helemaal snap, want ze dragen die schoenen blijkbaar ook als ze alleen thuis zijn. Een beetje man doet dat anders die meet zich een paar zachte, zogenaamde "bordeelsluipers" aan, die wil juist niet gehoord worden, vraag dat maar na bij ehh, ja....Flickske,  juist, onze amateur onderwijzer met late roeping.


Realiseer je je wat die haren van boven mij met hun tippelmanie aandoen? Ze houden zich na een toch wel lichtelijk door mij afgedwongen accoord nu wel aan de regels van de huiselijkheid: een voor allen en allen voor een, maar lichten daar naar eigen believen toch ook regelmatig het handje mee. En dan komt het weer eens onverwachts fel mijn huiskamer binnen, vanuit den hoge begrijp je, alleen minder stichtelijk. Ja, dat heb dat 
ook ik al eerder gehoord; wat ik ging als aankomend student geregeld met Athos en D'Artagnan naar bed, en viel er na een paar hoofdstukken met kleine oogjes mee in slaap. Ja, ik weet ook wel dat de Musketiers echte kerels en liefhebbers waren. 

Hoewel de dames houden zich er niet absoluut aan, aan onze afspraken, en regelmatig hoor ik ineens  weer het doordringende getik, van boven nederdalen. Maar oke, af en toe, dat kan nog door de beugel. Dat is goed voor mijn nederigheid, waar ik inderdaad wel te weinig van heb. Goed. Ik heb me daar ruiterlijk in gevoegd maar brand toch nog soms wel eens door met wat extra opgelegd pandoer, als ons concordant blijkbaar stilaan vergeten dreigt te worden. Aldus, jullie boven me. Je weet het. Ik laat jullie met plezier vastlopen, liefst op de zebra. Het minirokje mag blijven en zal als boeiende folklore en volksaard door mij persoonlijk verdedigd worden tegen  de achterlijkheid van welke overtuiging dan ook om op het punt van charmant achterwerk verboden uit te vaardigen. Hmm, ik kom zeker en vast  in de hemel...