Oh ja hoor, daar staat hij weer, Jef, op den hoek bij den bekker, met de fiets tussen zijn benen, alsof hij zijn eigen stalling is. Ja leuk, ha, ha, ik zal zoals gewoonlijk even een babbeltje met hem maken. God kerel, vraag ik me opnieuw af, hoe kom je toch aan die diep gebronsde huidkleur. Jef ziet er werkelijk uit als een zigeuner. De vrucht van vele uren in de buitenlucht zeker? Schijnbaar nonchalant, maar in werkelijkheid vol verwachting staat hij daar naar gewoonte te wachten; op de uitkijk, tot er iemand komt met wie hij even een praatje kan maken. Zo ging het tenminste altijd tot nu toe. Want, jawel, hij blijft op de uitkijk staan, en dat terwijl ik er al ben. Ik voel het, hij is anders dan anders. Normaal, richt zijn aandacht zich meteen op mij. Nee, hij gaat ook niet mee naar het "benkske", een ietsje verder op. Jammer, want ik kon zelf ook wel een praatje gebruiken, daar op het bankje lekker in de zon.
"Nee, nee, zegt hij, nee, ik wacht op de verpleegster, die komt zo langs fietsen en dan zwaait ze tegen mij." Amai, ik sta versteld. Verdomd heeft hij zich een vlam weten te veroveren? Of haalt hij zich wat in zijn hoofd. Mogelijk. Ik zal hem maar niet wijzer maken.
"Allez, jong, succes met je verpleegster, heh! Werp ze maar een lekker kushandje toe als ze langs komt fietsen. Zo, weet je wel...", en ik doe het hem met verve voor."Joa, joa, da doennik!", zegt hij glunderend, kauwend op zijn sigaartje. "Allez, hoiiii!", en ik loop vergenoegd door, maar kan het niet laten nog even om te kijken. Die Jef, hihi, leuk. Als een trouwe wachter staat hij daar de straat af te kijken; wachtend op zijn verpleegster. Jef heeft een welgevuld leven, ook al gebeurt er nog zo weinig in.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten