donderdag 26 april 2012

vrouwenvaria

<Ik snak naar een dosis ongecompliceerde levendigheid. Zal ik naar Heibloem gaan, dansen? Een kijkje nemen op het vrijgezellenbal? Misschien een ongecompliceerd lief vrouwtje oppikken? Als dat zou kunnen.>
<Ach man, doe nou niet zo gek en ga maar gewoon naar Baexem, daar ken je een hoop mensen en daar is het zeker zo gezellig.>
Ah, ja hoor, Toon roept me al meteen enthousiast tegemoet: “Ha die Adriaan”. Lambert, Hettie, Annie, ze zijn er allemaal. Natuurlijk ook mijn privé-paragnoste Mia uit Roermond, en haar vriendin; ik wuif ze van over de lengte van de bar toe. Ze lacht, en is blij me te zien. Wat een gezelligheid hier. Mensen die nog gewoon blij kunnen zijn met de open, spontaniteit van iemand als ik; mensen die ook niet alleen op eigen bevrediging uit zijn. Hmm, ik voel me welkom hier. Zo kom ik ook een beetje thuis.
Lekker gedanst zeg. Heerlijk, vrij en blij, los en zonder blos. Ik leer ook meer mensen kennen. Ik krijg nou eenmaal gemakkelijk contact en iedere keer dat ik met een andere dame ga dansen, stel ik ze ook voor aan ons groepje van Brabanders: Toon, Lambert, Hettie, Annie, Wim. Dit groepje breidt zich daarmee ook meer en meer uit. Zo bijvoorbeeld met Agnes. Een extrovert typetje zeg, zoals blijkt bij een stevige tango. “Pas op hè, ik ben een romantisch type.”, zegt ze als mijn rechterbeen ongezocht tussen haar benen schuift. Ah, verrassende zachtheid. Tja, de tango is nu eenmaal kantje-boord erotiek. Best een lekker gevoel trouwens, dat valt niet te loochenen. Verlegen ben ik er niet mee; zij ook niet. Maar hoe dan ook, ik blijf wel respectvol, alhoewel ik ook geniet van de reacties van de dames. Ik schijn met mijn danskunsten nogal op te vallen. Mia zegt het: “De helft van de zaal is verliefd op je aan het worden. Ik zit me dat zo eens aan te kijken, en je valt wel op.”, zegt ze. Nou prima toch. Ik zit daar niet mee; niet er op en evenmin eronder. Ze dansen goed de dames. Met wie heb ik daarnet toch ook weer zo lekker gewalst? Ik weet niet meer hoe ze heet. Och, wat doet het er ook toe.

Ene Marlies heeft gereageerd op mijn telefoonprofiel. Zou zij mijn eerste telefoon-date worden?
“Had je gedacht dat ik je terug zou bellen?”, vraag ik haar.
“Nou nee, eigenlijk niet. Je hebt me wel verrast”. We raken heel vlot in gesprek. Hmm, gezellig. Het mooiste is dat er ook een afspraakje uitrolt; om 21.00u, in De Tram. Ik geloof wel in een gezellig onderonsje na dit openhartige telefoongesprek. We gaan wat leuks doen, neem ik me voor. Wat zal het worden? Vriendschap, maatjes? Maar in elk geval niet als haringen in een te kleine ton. Nee, ruimte moet er blijven. Ik heb een hoop vragen. Zou ze er tegen kunnen dat ik rook? Ik wil het best laten als het moet. Wat zou ze vanavond willen doen? Misschien heeft ze ook wel een plannetje. Ik zou best willen gaan dansen, maar misschien wil ze liever praten. Ik moet wel duidelijk worden. Ze verwacht vast dat ik met een idee kom. Allez, er op af. Zorgen dat ik op tijd ben.
Daar komt ze. Ja, vast en zeker, dat moet ze zijn. Ze loopt rechtstreeks naar de bar en bestelt een glas witte wijn. Ik sta op, blij verrast haar te zien. Wat een leuke meid.
“Ben jij Marlies? Ik ben Adrie. Kom maar, mag ik je jas?” Ik geef haar mijn roos. Ze kijkt me aan, blij verrast zo te zien. Aan de bar kijken ze geamuseerd om. Een afspraakje tussen twee al wat oudere mensen, die elkaar nog nooit gezien hebben. Dat is niet alledaags. We gaan zitten en weer kijken we elkaar aan. Benieuwd, geboeid. Hé, opmerkelijk, er is al meteen een sfeer van vertrouwen. Mooie grote bruine ogen heeft ze zeg, en dan dat spitse wipneusje. Ze kijkt mij aan met een heldere oogopslag en zeker van zichzelf. We praten direct alsof we elkaar al lang kennen.
Ik had haar gevraagd of ik haar mocht komen afhalen aan huis, maar dat wou ze niet:
“Nee, mijn huisje is me heilig.” Ik versta het, en ik ben er blij om.
“Je hebt mooie ogen Marlies,” flap ik eruit. Ze is blij om het vertrouwen dat ik kennelijk uitstraal. Ik ben ook heel rustig en zeker. Hoe is het mogelijk. Dit is te gek om waar te zijn. Zij heeft mij gevonden, en ik haar. We hebben elkaar zo maar opgepikt langs de telefoonlijn. Wat een ongelooflijk toeval. Worden we dan toch geleid? Zij en ik, alle twee deden we dit voor het eerst in een spontane opwelling, op zoek naar iemand om mee te leven.
“Wat doen we Marlies? Naar Maasbracht gaan bijvoorbeeld? Oké. Dan komen we langs mijn huis. Mooi, dan kan ik even mijn fototoestel weg leggen. “Ja, kom maar even mee hè,” zeg ik haar. We zijn gebleven.
Ze kijkt belangstellend rond. “Gezellig hier. God, wat heb jij een apparatuur.”
We zijn in sneltreinvaart bij elkaar thuis aan het komen, meer en meer. Hoe kan dat? Is dit nog te stuiten? We praten en praten. “Zal ik eens een muziekje opzetten? We hebben geen haast hè, Marlies.”
We zitten naast elkaar op de bank. Zij haar been over me heen. God wat is dat lang geleden, wat een lekker gevoel. Ik streel haar, knuffel haar. Is dit allemaal werkelijk? We dansen. Ze geniet en kijkt me aan met haar grote ogen, kennelijk net als ik verbaasd om wat er gebeurt. We geven kusjes, nog zoekend de weg langs die neuzen van ons. Ik til haar op, druk haar tegen me aan; zij in niets ontwijkend. “Twaalf uur al. Jezus, de hond; och, die redt het wel, die slaapt wel door.”
Onze ontdekkingstocht gaat verder. “Wie ben jij toch”. We willen weten, horen, zien. We vertellen. Ik, vertrouw me toe en voel me veilig bij haar kleine uitingen van authenticiteit: gebaren, geluidjes. Ze zegt goede dingen tegen me. Ze is iemand naast me.
“Ik heb een vrouw nodig om mijn ex-vrouw te vergeten Marlies” Ze begrijpt het, maar is ook bezorgd. “Is dit niet te vroeg voor je Adrie? Jij moet ook op de eerste plaats van jezelf houden.”
“Ja, dat is waar, maar ik moet me kunnen uitdrukken; ik heb respons nodig. Ik voel het: ze is echt een vrouw naast me. Ik wil haar leren kennen. Maar het is tijd; ze wil ineens weg. Ik breng haar naar haar auto. Krab de ramen schoon. Ze kust me en ik schrik van haar plotselinge spontane tongkus. Ze voelt het en ze schrikt op haar beurt van mijn reactie. Even vallen we beide stil, maar ik haast me om terug bij haar te komen.
“Adrie, weet je wel zeker dat je dit wil?”, vraagt ze.”
“Marlies zo’n kus heb ik nog nooit gehad.” De volgende morgen bel ik haar op. Zij reageert blij, met weer van die kleine kreetjes. Verrukt hoor ik het aan. Hoe omschrijf je al die kleine uitingen van leven. Dat kun je niet, en dat hoeft ook niet. Maar ik hoor de levensstroom onder ons contact. Ze begint over mijn reactie op haar zoen. “Wou je dat niet?”, vraagt ze. “Marlies, ik stond even perplex ja, het kwam zo plotseling. Dit kende ik helemaal nog niet. Ik ben ook gewend om zelf initiatief te nemen. Maar ho, begrijp me niet verkeerd. Ik vind dat prima hoor. Je verraste me, dat is alles.
Ze is slank, teer, en toch stevig, en ze lijkt heel zeker van zichzelf. Ja, ze staat als een huis, een zelf, een eigen, een ik. Staat ze naast mij? Ze windt me op. Dit is allemaal te gek voor woorden. Ik snap het niet. Dit gaat wel erg snel allemaal. Zijn wij bestemd voor elkaar? We zijn beide tweelingen, wispelturige mensen naar het schijnt. Kunnen wij maatjes worden, dikke intieme vrienden die het leven kansen geven, elkaar tot leven brengen, leven geven, oproepen, uit de grond kijken? Vertrouwend, zonder krampachtig vastgrijpen, zelfs zonder houvast?

Het antwoordapparaat heeft een bericht. Marlies heeft tevergeefs geprobeerd me te bellen. Hoe zou ze zich voelen? Zal ik ze nog even bellen? Nee, nee, dat kan niet, het is al 2 uur. Een beetje teleurgesteld, en vol van Marlies, ga ik de nacht in. De volgende morgen bel ik haar meteen op.
“O, hai, Adrie.” Ze is opgewekt en ik ben blij verrast om haar spontane positieve reactie. We zitten zeker een uur te kletsen. Zij praat over haar dag samen met haar moeder. Ze heeft oude foto’s van haar gekregen.
“Ach, wat ontroerend, is ze misschien afscheid aan het nemen”, vraag ik. Marlies schrikt er van. Ik vertel haar over mijn ervaringen met mijn eigen moeder. We praten door hoe mooi dat geleidelijk afscheid nemen eigenlijk is. Als je zo zoetjes aan met je leven in het reine kunt komen. Als je zo alles lost kunt laten en af kunt geven, net als me die foto’s, is dat niet mooi? Geweldig toch. Ze begrijpt me, maar de schrik blijft een beetje hangen. ‘s Avonds belt zij mij. We praten door alsof we niet zijn opgehouden. Ze geniet ervan en ik ook. Ik vertel haar over mijn zondag: borreltje in het bruin café, mijn fotoreportage van het Sinterklaasfeest. Ik vertel over mijn idee om samen met een boer in het dorp het boerenbedrijf te gaan filmen. Daar gaat heel wat in om, van alles waar de gewone burger tegenwoordig geen weet meer van heeft. Die denkt dat de aardappels aan de bomen groeien. Ik ratel maar door. Heb ik niet teveel gepraat? Ja dus.

Die avond kan ik haar niet te pakken krijgen. Ik heb wel een keer op tien geprobeerd haar aan de lijn te krijgen, maar noppes. Eerst almaar een bezettoon. Ah, ze is dus thuis. Dan ineens gaat de telefoon over. Hé, het gaat dus toch nog lukken? Maar nee, tot mijn teleurstelling neemt ze niet op. Hoe kan dat nu? Ze is of thuis, of in elk geval thuis geweest. Hoe dan ook, ze neemt niet op. Ik heb er de smoor in gekregen, ze kan me wat Marlies. Adriaan, je bent hard op weg om gek van haar te worden. Nee, samen uitgaan zit er nu niet meer in. Ik ben dan tenslotte toch maar alleen gaan dansen, dit keer in Heibloem, in “De Troost”. Ik kom daar eigenlijk nooit. Het zal ook de laatste keer zijn, want er staat me een forse verrassing te wachten.
Ik ben nog steeds geïrriteerd. Ik merk het aan die stomme kerel aan de entree, met zijn gewichtigdoenerij en zijn kaartjes. Lul.
He, verrek, ahh leuk. Kijk nou eens aan, hoe heet ze ook weer? “Ma danseuse” achter de tap. Hier? Zij is echt een vrouw naar mijn hart. Ik ken haar van “de Postkoets”. Tjé, wat heb ik ooit fijn met haar gedanst. Ze begroet me ook met vrolijke herkenning. “Werk jij hier?”, vraag ik haar. Als altijd komt er een direct antwoord, eenvoudig en helder.
Ze heeft wallen onder haar ogen, maar ze is lief, en waarachtig. Mooie benen, hoor ik iemand achter me zeggen. Ja, die zal ze ook wel hebben, denk ik. God, wat een manvolk hier; veel jachtig kijkende kerels. Dan zie ik ineens tot mijn verrassing dat inmiddels overbekende blonde koppie. Nondeju, hoe kan dit nu. Marlies hier? En die vrouw naast haar; vreemd en wat komt die mannelijk over. Eigenaardig, en ze kijkt ook wat angstig, duidelijk niet op haar gemak. Wat vreemd. Is Marlies met dat mens hier? Hoe kan dat nu? Is ze soms lesbisch, bisexueel? Dit is toch werkelijk, ja wat? Duidelijk is in elk geval dat dit haar en mij enorm confronteert. Alle positieve indrukken van ons samenzijn lijken in een klap weggevaagd. Het ergste is, dat ze mijn blik ontwijkt. Ze doet afwerend, wil me niet kennen. Ah, dat doet de deur dicht. Ik ga er op af, ik moet dit onder ogen zien.
“Jij hier Marlies?”, vraag ik haar. Ik heb nog zo geprobeerd je te bereiken, en nou wil je me niet kennen? En wie is dit hier! Heb je iets met haar? Dit vind ik niet leuk. Snotverdegodver.” Ik kijk haar boos aan, haar onthutste compagnon verder negerend. “Dit klopt toch van geen kanten Marlies. Ja, natuurlijk heb je alle rechten aan jezelf. Je bent mij zeker geen verantwoording verschuldigd, maar je had duidelijker en eerlijker kunnen zijn naar mij. Je hebt nu wat met mijn voeten gespeeld.” Ze weet niet wat ze moet zeggen, en draait van me weg. Het is wel duidelijk. Ze zit verlegen met de hele situatie. Ach nee, dit heeft geen zin meer. Ik wil weg van hier. Allemachtig, hoe bestaat het. Hoe kan iemand zo dubbelhartig zijn. Ik trek me terug, onaangenaam getroffen door de situatie. Gelukkig is daar ook nog mijn danseuse. Ze ziet dat ik aangedaan ben. Ze heeft van achter de tap alles gevolgd zegt ze. “Blauwtje gelopen Arie?” Ik waardeer haar, al voel ik me gegeneerd. Dat ze zo bezorgd voor me is, voelt weldadig, maar tegelijk roept het verzet op. Ik voel me verneukt. En waarom heb ik niet de tijd genomen om het rustig op een rijtje te zetten. Waarom moest ik zo explosief doen? De paradox tussen ons samen zijn bij mij thuis en wat hier gebeurt, wringt en lijkt hopeloos bizar. Dat was het dus wel zeker? Wat een klotige ontknoping. Het was ook veel te mooi om waar te zijn. Had Marlies soms duistere plannetjes met me? Hm, nee, dat geloof ik toch niet, maar uitgesloten is het toch ook niet. Ik realiseer me dat het geen zin heeft om er verder nog over na te denken. Het ei is gebroken, het ijs ligt er, en de teleurstelling is compleet. Kijk om je heen Adrie, en leef verder, een ervaring wijzer; dat is de enige manier! En dat doe ik, en wel onmiddellijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten