woensdag 28 maart 2012

ik en mijn pianooh

Ik ben vóór mijn appartement in mijn geïmproviseerde, maar o zo aardige tuintje bezig, als mijn bovenbuurman naar buiten komt op zijn dagelijkse gang naar Bree, waar hij zijn nieuwe appartement aan het inrichten is. Zoals altijd, we kunnen aardig met elkaar overweg, maken we een klein babbeltje. Dat gebeurt wel volgens vaste lijnen. We kunnen elkaar niet tegenkomen of hij heeft wel weer een straffe sneer richting Holland. Af en toe ben ik hem even te vlug af met een voor hem ietwat te intelligente Belgenmop, maar dan is hij weer voor een tijdje wat rustiger. Hij raakt maar niet echt gewend, aan “diejen Hollander” (aan mij dus). Maar, het moet gezegd, zelfs als hij het niet direct snapt reageert hij nog positief, en steeds gaan we verder met een vriendschappelijke nabuurbabbel. Dat kan ik waarderen.
“Ben je nog vloeren aan het leggen”, vraag ik hem. “Ah nee, nee, we zijn nu met de plafonds bezig. In de huiskamer heb ik van dat spandoek genomen. Dat is mooi, onderhoudsvrij en onverslijtbaar. Hoef ik nooit meer iets aan te doen.” “Allez, Sjos, je denkt toch niet dat ik aan mijn plafond nog wel ooit wat zal gaan doen? Mooi niet zeg. Spandoek of geen spandoek.” Met een groet zoals gewoonlijk stapt hij op zijn Renault-bestel af en ik ga verder met mijn onkruid. “Ik zal me daar nog eens iets aan dat pokkenplafond gaan doen”, brom ik door me heen. De gedachte alleen al. Allez zeg, onkruidje roer je niet!
Dan ineens staat het glashelder in mijn brein geprojecteerd. Ik heb gedroomd vannacht, flitst het door me heen. Ik heb gedroomd, over mijn plafond. Klaar en duidelijk staat het me voor de geest. Amai. Te gek. Hoe bestaat het. Wacht eens.  “Hé, Sjos, je gelooft het niet, moet je horen wat ik vannacht gedroomd heb, een echte nachtmerrie” roep ik, terwijl ik me met een inwendige grijns naar hem toe spoed. Driftig enthousiasme zal wel op mijn voorhoofd te lezen zijn, want hij kijkt me onthutst aan. Ook nu, hoewel hij duidelijk niet goed raad weet met mijn drukdoenerij over zoiets onbenulligs als een droom. Na een eerste blik van argwaan om “ wat hèt diejen gekken Ollander nou ineens”, ontspant de frons en daarmee zijn neusrimpel, en zijn gelaat klaart op met een stoot van intelligentie. Ik ken hem zo langzamerhand, en ik weet het, hij broeit op een repliek.
“Allez Sjos, ik meen het jong", probeer ik hem de pas af te snijden. "Ik droomde dakkik ene grote piano in mijn appartement had staan, of eigenlijk zo’ene vleugel. Zo’n ding met zo’n openstaande bovenkant. Je weet wel, waar je zo van boven in kunt kijken”, zeg ik hem schuins aankijkend. Sjos kijkt wijfelend naar me terug. “Ja Jezus man, ik weet heus wel wat een piano is, zeg. Ik ben genen Ollander! Hoe, komt er nog wat?”, vraagt hij, al half in zijn auto. “Sjos, er zat een of andere Belgiek hartstikke virtuoos maar keihard op diejen vleugel te hengsten, en in enen zie ik dat heel de verf van mijn plafond afbladdert. Grote blazen zie ik opkomen, of liever afkomen en de vellen hangen erbij. Snotverdesnotver, ik zeg het je, ik schrok me het apezuur, en leuk is anders. Ik voelde de trillingen van diejen vleugel in mijn borstkas vibreren en hoe ze door het plafond heen denderden. Ai, de hele boel trilt los", dacht ik. "Amai, gelukkig dat het maar een droom was zeg, pfoei.” Sjos kijkt me aan, ineens met een brede glimlach.“Ge hèt zeker ene zure haring teveel gegeten gisterenaovondj. Da pakt nie jong op al die pinten. Daor krègde nachtmerries vanne. En bovendien enen Belsj die piano speelt, das oknie niks zenne. Ik weet uut ervaring, da kan aonpakken. Da hedde pas nog kunne zien op da Elisabeth concours. Allez, joa, da kan zejker het plafond pakke aasut dur enen Ollander geschilderd is.", zegt hij loenzend. Allez, jong, ik gao aon de slag sunneke” zegt hij, droogjes.
“Oké Sjoske, sunnelulleke, werk ze hè ventsje, nie morse, en de buurvrouw met rust loaten. Die is trouwens toch nie thoes". Sjos werpt me vanonder zijn werkbrouwen een kantje boord broeierige blik toe terwijl hij instapt. Maar hij weet zo gauw niks te zeggen en laat het er verder bij. Dat wordt weer wat, straks als hij terugkomt.
Nahikkend van de pret, en goed gemutst, ga ik naar binnen. Ik zet de volgende CD van mijn “Spectacular Classics” serie op (koopje: 40CD-collectie voor maar 15 euro’s). Schumann, ah zo, ah hmm, zo zo, natuurlijk, Pianoconcerto in A Minor. Ach, … ,zal wel toeval zijn toch zeker…Allez en amai, ge wit mar nooit, en dus zet ik mijn installatie toch maar ietsje zachter.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten