donderdag 29 maart 2012

mèè èè èè èèh

Wie heeft er niet van die momenten waarop hij of zij overloopt van die voortdurende instroom van kleine irritatietjes. Irri . ta . tietjes? Hè hè, ja, das al een stuk beter, dat lucht meteen wat op, maar genoeg was het gisterenochtend voor mij niet. Nee.

En toen kwam die druppel.

Mijn buurman Mario belt bij me aan, kervers terug van vakantie. Ah, gaat het door me heen, leuk, hij komt even goedendag zeggen. Ik ben blij verrast. Ik had niet verwacht dat hij zoiets vriendelijks zou doen.
"Ah, hé, gezellig. Jullie zijn terug van vakantie. Hm. Goed gehad? Waar zijn jullie eigenlijk geweest?"
"Oh, ja hoor, het was goed, zeker. Ahh, mooi horloge heb je. Precies als die van mij."
Hé, hij schakelt wel snel over." Hè? Wat? Ah, nou ja, `tis ter een van de Aldi hoor. Spotgoedkoop." Ik voel dat er iets niet klopt, dat er iets vervelends naderbij kruipt. Ach, wat, ga maar niet taai doen, man. Blijf toch vrie....

En dan komt het. Hij schuifelt wat achteruit, en ik volg verbaasd zijn beweging, nog steeds wat gesensibiliseerd door de vriendelijke one-liners. Dan zie ik hem verstrakken, en weet ineens dat mijn intuïtie juist was. Ach, waarom moet nou net nu die hond met die omhoog komende nekharen in mijn gedachten komen. Ja, en kijk die borstelige rugharen zeg; zo gaat mijn gedachtentreintje, inmiddels op weg om TVG te worden.

Hij kijkt me nu koeltjes en lichtelijk bestraffend, maar tegelijk o zo vriendelijk aan, en vraagt "Kees, komt dit plasje water van jòu af?"
Hè? Plasje water? Ik kijk met al mijn overstromende rationaliteit verbijsterd naar het minuscule plasje water naast de deur. Zelden kwam mijn irrita . tietje (het helpt nu echt niet meer) zo snel opzetten. Zelden kwam er zo'n vernietigende tsunami op mijn omgangsfatsoen en nabuurschap aangerold. Ik voel hoe ik verstrak, taai word en in het geweer kom. Snotver, komt die vent me nou weer met een onnozel micro-akkefietje van supraridicule proporties aan de deur de les lezen? Eerst zijn bezwaren tegen een vogelnestje; toen het gezeur over het zogenaamd ten onrechte gebruiken van de riolering, toen die volle vuilmiszak vóór mijn deur. Dan zijn lulprapppraat over het niet gesloten hebben van de gemeenschappelijke voordeur. Allez, zeg, genoeg nu. Ik laat me niet weer zo de les lezen, en zeker me niet in zijn gelid zetten. En ik kan niet tegen die verkapte houding van superioriteit. Ik schiet naar voren. "Maar jong", zwelt mijn bariton aan, als dat fuck-p la s j e j e e r g e r t dan doe je het toch gewoon op, onderwijl met mijn voet door het plasje schuivend. "Kom je eerst een beetje schmeichelen, me op het verkeerde been zetten en tenslotte dan toch proberen me de les te lezen?" "Verdomme", gaat het door me heen, "moet je zien hoe hij ontzet hij naar zijn plasje kijkt, nu ik zijn probleem zo flinterdun over de vloer uitsmeer. Met een knarsende draai keer ik me om naar binnen te gaan. Smash klinkt mijn deur door de gang. Ai, daar schrik ik zelf van. In dezelfde beweging draai ik door, nu extra gemotiveerd door mijn eigen lawaaischopperij; ruk de deur open, en ik voeg weer me bij hem, inmiddels alle tekenen vertonend van Lucy op de golf van Mexico.
"Jij bent toch ook wel een zeldzame zeikneus, hè. Weet je waar dat plasje vandaan komt? Nou? Uit je eigen kruis, piemel. Je bent een zeikerd."
"Ja maar, ik wou je alleen maar vragen of dat water van jou afkom…".
"Nee dus. Je wou me vragen om dat plasje op te ruimen…. En, ik zeg je, als je me nog eens een keer aan mijn deur komt vervelen; God, jong, ik zeg het je, dan zwaait er wat!"

Tja, en dan komt het. Allemensen Kees. Je hebt je laten gaan, je hebt een ordinaire ambras achter de rug. Spijt? Nee! Nee? Jawel. Maar die pief had zijn rode kaart verdiend. Geef je die niet, dan maakt ie het hoe langer hoe bonter. Hij verknalt zo mijn plezier in het leven, verdikkeme.

Aan de bar laat ik stoom af.
"Moet je nagaan, de vent wordt nota bene betaald om de hal schoon te houden. Ja, ook door mij. Probeert ie mij zover te krijgen dat ik het vanzelfsprekend vind dat ik zij werk doe. Dit is dorpse inteelt ten voeten uit. GrrrRR.
Er breekt enig begrip door. De TVG is weg, maar toch, het boemelt nog aardig door. Hier wisten ze trouwens al dat er ambras was geweest. Hoe? Via de GSM.
"Hè, hoe… weet jij dat?"
"GSM hè, mijn Pa belde me op. "Hé, weet je het al, er is ambras in de tent."
Oh ja, er is begrip, zeker bij deze zoon. "Ja, ja, we kennen die toch…Das unnen echte scherpslijper, amai." Later zou blijken dat de zoon in feite de puntenslijper zelve is.

Ik probeer mijn restje drift eruit te lopen. Ja, straks kom ik hem ongetwijfeld weer tegen en wat dan? Rustig Kees, ja nu heb je wel genoeg stoom afgeblazen. Ik zal vrede meten stichten.
En dan, op dit wandelingetje krijg ik ineens een opsteker. Ach, ik moet eerst vertellen dat ik op mijn wandelingen graag praat tegen dieren om me heen: geitjes, koeien, paarden, kraaien (moet je eens doen "krrrraaaaaah, zo voluit vanuit je middenrif, en dan dat melancholieke terugroepen van de kraaien), en zelfs praat tegen de planten (ahh, Datura, ja ja, lekker stuk vergif!). Nu zijn de schapen aan de beurt. Ah, ja, leuk en mijn goeie zin komt al terug galopperen: mèè mèè èè èè èèh roep ik voor het eerst in mijn leven. Hé, wat een vibraties, dat lucht op, en het laatste restje van mijn boosheid en agressie wordt meegevoerd door onze gezamenlijke, smartelijke en smekende beurtzang mèè èè èè èèh, mèè èè èè èèh, mèè èè èè èèh, mèè èè èè èèh. ‘kHeb nooit eerder zo'n goed therapeutisch gesprek gehad.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten