Jamie, mijn Avatar
Kees van Dongen
Hé, Jos, kijk daar eens bij Ari’s appartement; er is daar wat aan de hand hoor!” Jos en Tjeu zijn op weg naar Ari, en worden verrast door een oploop bij zijn appartement. Vanaf de draai bij de rotonde al zien ze een hoop drukte: kijkers, de MUG, politie, brandweer; zwaailichten. Een brancard wordt uit de ziekenwagen getrokken en wordt naar binnen gereden; heen en weer geloop, en toekijkende bewoners en passanten. Allemachtig, wat is hier gaande? Er is in elk geval iets ernstigs aan de hand dat voel je aan op je klompen. De mannen kijken elkaar aan. “Wat nu?”
“Gaan kijken natuurlijk.” Het wil nog niet echt doordringen hoezeer het gebeuren dat daar zoveel aandacht trekt, ook henzelf zal gaan beroeren.
Geen Ari te zien. “Hé, het zal toch niet bij Ari zelf te doen zijn? Normaal gesproken moet hij thuis zijn; we hebben toch ook afgesproken. En waarom laat hij zich hier buiten niet zien dan? Is hij binnen bezig? Druk pratende mensen staan toe te kijken. Tjeu klampt bezorgd iemand aan. Dan horen ze hoe er verderop gepraat wordt over koolmonoxide. Ai, dat klinkt beroerd. De opschietende schrik wordt stevig gevoed door de afwezigheid van Ari. Jos richt zich inmiddels, ook hij met klimmende onrust, naar de Agent die voor het appartementengebouw de boel in goede banen probeert te leiden. Veel woorden heeft die niet. “Er is een sterfgeval. De bewoner van dat appartement daar rechtsonder is vanmorgen dood aangetroffen. Een geval van koolmonoxidevergiftiging. Het gaat om de bewoner daar rechtsonder”, herhaalt hij. De schrik springt de mannen naar de keel. Ze kijken elkaar onthutst aan.
“Zo te zien kennen jullie hem?”
“Allemachtig agent, ik schrik me rot”, zegt Jos met een blik naar Tjeu, die duidelijk ook een dreun gekregen heeft.
“Kom, maar even mee naar binnen. Jullie als vrienden kennen hem en kunnen hem identificeren.”
“God allemachtig, of we hem kennen? Ja, dat mag je wel zeggen. Sinds een paar maanden zijn we heel goed bevriend. Dood? Door koolmonoxide? Verschrikkelijk. Wanneer is dat dan gebeurd?”
“Dat kunnen we nog niet precies zeggen. Het wachten is op de wetsdokter, die moet dat uitmaken. In ieder geval al sinds een paar dagen.” De agent kijkt hen beide vorsend aan, wat gehaast ook, want nog steeds komen er mensen toegelopen, nieuwsgierig naar wat er gaande hand is. “Jullie kunnen hem dus identificeren? “
“Ehh, ja, als dat moet wel ja. Ja natuurlijk.” Een rare gedachte springt bij Jos naar boven: “identificeren?… Ja hoor, met plezier…” Ja, dat zal wel. Pas op voor je zenuwen Jos. Gelukkig kent Jos dat irritante mechanisme, waarbij er zo maar in je brein zo’n kwelgeest de kop opsteekt. Zenuwen, door de spanning van de situatie natuurlijk.
“Nou, kom maar even mee.”
Gedrieën lopen ze naar de voordeur, die uiteraard open staat. Alle deuren staan trouwens open, net als het keukenraam, een eerste teken dat het bittere ernst is. Een groepje belangstellenden staat te praten bij de ingang. Buren zeker? Er stijgt wat geroezemoes op uit hun midden als het drietal het appartement binnen gaat.
Jos, voelt zich koud te moede, en zijn benen voelen zwaar. Weer werpt hij een schuinse blik op Tjeu, bezorgd om zijn welzijn. Hij kent Tjeu en weet hoe gevoelig hij is. Zijn draagkracht is niet bijster groot. Maar zelf voelt hij zich ook niet je dat. Dood, repeteert het in hem? Godver, maar hoe…” Maar er is nu even geen tijd om daar bij stil te staan. Ook de deur naar de woonkamer, die ze inmiddels al wel kennen, staat open.
Het is uiteraard de bedoeling dat ze met de agent naar binnen gaan, en ze volgen hem; blij dat hij zo’n brede rug heeft. Maar er is niets aan te doen, de confrontatie zal toch moeten komen. Naar binnen dus. En daar zit hij, Ari, snotverdomme; daar zit hij in zijn stoel, met zijn netbook op zijn knieën, vertrouwd zo naast zijn aquarium en verrassend fris. De beklemming slaat toe en secondenlang staan ze met ingehouden adem te kijken. Kelen worden luidruchtig geschraapt en praten gaat even wat moeizaam. Ze zijn zwaar onder de indruk van de rustige vredigheid van de hele situatie. Er is ook geen sprake van paniek, of van buitensporig verdriet, al staan we hier dan nu wel met vochtige ogen toe te kijken.
Ari heeft de ogen gesloten, gelukkig, alsof hij slaapt, maar hij is levenloos, onmiskenbaar. Ze zijn getroffen door de uitdrukking op het gezicht van hun vriend: een uitdrukking van rust en, gek genoeg, van gelukzaligheid. Als er één ding al direct volmaakt duidelijk is, dan is het wel dat dit geen gewelddadig heengaan geweest kan zijn geweest. Aangedaan staan ze een tijd te kijken naar het rozige gezicht van hun vriend. Ze kunnen geen wijs worden uit de stilte en de onveranderlijke rust die ervan uitgaat, die zelfs door de verstarring van de dood heen breekt. Onder de indruk kijken ze elkaar even aan. Zonder iets te zeggen, maar toch met een ietwat verbeten blik van berusting. Dit was niet nodig geweest, beseffen ze. Verdriet om hun vriend dringt zich op, en ze kunnen elkaar even niet aankijken, bang om emotioneel te worden.
De Agent, die hen even de tijd heeft gegund, komt ter zake, en brengt hen terug in de realiteit.. “U kent hem dus? Wie is dit dan Heren?”
“Dit is ehh, ja, dit is, ehh was, onze vriend Ari, Ari de Groot.“
“De bewoner van dit pand mag ik aannemen? Ja, ik weet het, dit klinkt vreemd” zegt hij vriendelijk, reagerend op de gepijnigde blik die Jos hem toewerpt, “Sorry, maar ik moet dit nu eenmaal vragen.” “Goed, jullie vriend; dus jullie zijn er zeker van hè? Jullie willen dat ook formeel bevestigen? Kijk dan even naar dit formulier, en vul het in. Pen? Ja, graag alle drie invullen en ondertekenen.”
Terwijl Tjeu aan tafel het formulier doorkijkt en invult, kijkt Jos rond, behoorlijk geïmponeerd door wat hij ziet. Het ziet er allemaal toch wel wat anders uit dan wat ze bij Ari gewend zijn. Er staan een videocamera opgesteld, die een groot deel van de kamer bestrijkt. Rechts achter in de hoek staat de computer met toebehoren. Alles staat aan, en Jos ziet tot zijn verrassing zichzelf en de agent op het beeldscherm van de PC. De camera staat dus aan, alsof er een uitzending aan de gang is.
“Wisten jullie dat jullie vriend zich zo bezig hield met video? Hij was hier een complete uitzending aan het maken, en met heel goede spullen ook nog!”
“Nee, dat was ons niet bekend. Hij was primair actief als fotograaf, en hij staat in het dorp ook bekend om de prachtige foto’s die hij maakt en altijd over de gewone dingen van het Dorp. Hij had een goed oog voor het mooie in het gewone. Hij zette ze iedere week op zijn website. Het staat allemaal op die harde schijven daar naast de computer. Dat is trouwens een gloednieuwe, die heeft hij pas sinds een week of drie, van ehh, die zaak daar in Bree. Vanuit Gruitrode, vlak voor Bree aan de linkse kant. Ja, ja, uhhm, ja, VBCcomputers. Die computer zal wel naar zijn zoon gaan, of naar …”Wat?” ..zijn dochter…”. Jos ratelt maar door, waarschijnlijk in een poging om in de realiteit te blijven en niet overmand te worden door de catastrofe die over hen heen walst. De agent onderbreekt hem, begripvol, maar nu ook wat kortaf. “Jullie vriend leefde alleen? Was hij vrijgezel, geen vriendin? Dan dringt de verborgen vraag tot Jos door. Alleen, vrijgezel, camera! En de rest dan? Wat een apparatuur heeft hij hier staan zeg.” Je ziet het hem denken, “Is dit allemaal wel zuivere koffie?” Maar dat zal er wel bij horen. Ze moeten natuurlijk een proces verbaal opstellen.
“Hij is getrouwd geweest hoor”, zegt Jos, “hij heeft kinderen, en hij is gek op vrouwen!” voegt hij er ongevraagd aan toe. Jos is wat gepikeerd; een praatje gaat immers snel rond.
“Hij heeft twee kinderen? Dat weet je zeker?”
“Ja, heel zeker: een zoon en een dochter, en ze wonen in Nederland. Wacht, de zoon woont in Utrecht en de dochter in Rotterdam. Dat zal wel in zijn adresboekje staan. Kijk daar ligt het.” Inderdaad, keurig boven op een stapeltje andere paperassen. “Zou hij zijn afscheid soms toch gepland hebben Jos? vraagt Tjeu. “Hm, welnee, rustig maar”, vermaant Jos zijn vriend bij zo’n benauwende gedachte. De politie zal dat ook overwogen hebben.
“Hoe komt hij aan die glimlach op zijn gezicht? Ga eens op je gevoel af Tjeu! Hij was kennelijk met iets aangenaams bezig en dat vergif heeft hem midden in de volheid van het leven gepakt. Koolmonoxide is een sluipmoordenaar. Als slachtoffer merk je er niets van dat je wegens zuurstofgebrek dood aan het gaan bent. En dan ineens is het zo ver. Om van te griezelen.”
“Godverdomme toch.”
“Het zal wel een combinatie zijn geweest, een samenloop van omstandigheden. Het verraderlijke van koolmonoxide is dat je er werkelijk absoluut niets van merkt en al zeker niet als er iets is dat je intens bezig houdt. Dat moet zo te zien aan zijn glimlach iets moois zijn geweest. Was hij op internet bezig? Ik zou de laatste pagina dan wel eens willen zien.”
“Nou prachtig toch. Je zou zo’n dood mogen hebben.”
“Ho, dat is nu weer al te nuchter!”
“Misschien worden we van die computer inderdaad wijzer. Agent!”
“Ja, maar dat zal dan later wel blijken,” antwoordt die wat afgemeten. Hij heeft kennelijk geen behoefte aan inmenging. Nou oké, dan zien we dat inderdaad later wel.
“Allez Tjeu, we kunnen nu hier verder toch niets doen en we staan maar in de weg. Kom, we gaan een borrel pakken. Daar zijn we wel aan toe."
Godverdorie, wat een toestand. Arme Ari. Ari, Ari, ben je zo verstrooid geweest dat je vergeten bent voldoende te ventileren? Uitgerekend jij, die altijd zo zorgvuldig was!” Het schiet Jos te binnen dat Ari eens vertelde over een koolmonoxide-alarm hier in zijn appartement. Hij heeft er toen zelfs de brandweer nog bij gehad. Doch die kwam niet verder dan de constatering dat er in dit appartement eigenlijk sprake is van een constructiefout: te weinig ventilatie met de buitenlucht. Sindsdien had Ari overdag in de natte kamer overdag altijd het raam en de deur naar het gangetje open. In de winter natuurlijk. ‘s Nachts deed hij het dan dicht, dan was de verwarming toch uit. Hij moet vergeten zijn het venster weer open te doen. Maar dat moet hij dan een paar keer na elkaar vergeten zijn. Nauwelijks voorstelbaar, maar het kan natuurlijk. Hij moet dan toch wel heel erg door iets geobsedeerd zijn geweest. De rommel in de keuken wijst daar ook op. Opnieuw, de computer zou hen misschien verder kunnen brengen.
“Agent, we gaan een borrel pakken bij “Ons Dorp”, maar we blijven beschikbaar en we komen zo met een klein uurtje sowieso nog wel even terug om te kijken of we nog iets kunnen doen. Jullie zijn hier zeker nog wel een tijdje bezig?” Jos is zichzelf weer volkomen meester, dat is wel duidelijk.
“Inderdaad; ga je gang maar. Als jullie terugkomen zal het lichaam al wel weggebracht zijn. Weten jullie iets van een begrafenisondernemer? DELA, héla?” De mannen lachen ondanks alles met het grapje; dat doorbreekt de spanning, en dat is ook nodig. “Kunnen jullie het misschien op je nemen om zijn kinderen te berichten?” “Ja, oké, ik zal dat straks wel doen als jullie hier kaar zijn. Dan kan ik rustig praten. Mag ik dan zijn notitieboekje meenemen, om de adressen te zoeken?”
“Ik denk dat we het beste ook maar snel contact kunnen opnemen met Clair, dat is een vriendin van hem.”
Clair en Ari kennen elkaar al jaren. Ze hebben nog een tijdje samen gewoond en zijn daarna steeds goede vrienden gebleven.
“Oké, prima, doe dat, tot later dan.” Dan valt mijn oog op de agenda waarin ik Ari de laatste keer dat we hier waren nog heb zien schrijven. Hm, die zal ik dan nu maar even meenemen, en ik laat hem in mijn zak glijden. Wat? Ik ben benieuwd wat er in staat. Waarom niet, het is allemaal voor het goede doel toch!
Als Tjeu even naar achteren is, kijkt Jos snel de agenda in. Hij is al direct in de ban, want hierin leest hij min of meer per dag in telegramstijl precies wat onze vriend, de laatste tijd zo bezig gehouden heeft. Jamie? Een lief, ja duidelijk, maar niet zo maar. Een internetlief kennelijk.
De agenda is een notitieboek, met allerlei persoonlijke aantekeningen over wat hem bezig hield, uitspraken, redenaties. Het ging hem de laatste dagen kennelijk steeds maar over deze Jamie? Haar naam staat zowat op elke bladzijde. Wat? Hoe? Een Avatar? Zie je wel, op het internet kom je van alles tegen en vaak niet veel goeds. Jos is toch geroerd; hij staat net als Ari alleen in het leven. Ach jong, was je hunkering zo groot dat je je een vriendin moest gaan zoeken op het internet? In virtual reality, nota bene, een Avatar? Ah, hij noemt dat Virtuality? Een Avatar, dat is toch een soort kunstpop? Kom Jos, doe die agenda maar even weg.
Als Tjeu terug komt treft hij Jos diep in gedachten. Het hele gebeuren heeft hen beide veel meer aangegrepen dan ze willen toegeven.
“Wat moeten we nou Tjeu?”
“Ja, wat moeten we nou? Misschien kunnen we het beste maar eerst Clair contacteren, en zijn kinderen waarschuwen. Nee, nee, dat moeten we zeker niet over aan de politie over laten, die doet dat veel te ambtelijk. Die mensen zouden zich rot schrikken. Nee wij doen dat. Noblesse oblige. Dus nu allereerst hun adressen opzoeken en kijken of we ze kunnen bereiken. Die zullen het druk genoeg gaan krijgen. “Allez, proost”. “Ja proost, Jos, Godver.”
“En dan de DELA. Toevallig weet ik dat hij daarbij aangesloten is. En het was zijn wens om gecremeerd te worden, dat weet ik ook heel zeker. Zijn vriendin zal dat gelukkig kunnen beamen. Geen antwoord.
“Oh, ah, heeft hij een vriendin? Dat wisten we niet.”
“Jawel, dat wisten we wel, Claire namelijk. Een vriendin, maar geen relatie hoor. Dan had hij niet zo hoeven te zoeken op het internet.” Jos is kennelijk even de kluts kwijt.
Over het notitieboek wordt niet gesproken. Dat wil Jos eerst zelf eens lezen. Jos kent Tjeu, die is zo scrupuleus. Veel te braaf; die zou de agenda direct terug willen gaan leggen. Ik zie het gezeur al. Nee hoor, dat is bij mij nu even in goede handen en we zullen hem later wel aan zijn kinderen geven. Allez, kom Tjeu. We gaan allereerst nog even terug, en dan zullen we Clair maar gaan opzoeken.
Hoe breng je zo’n beroerde boodschap over? Hoe kun je er voor zorgen dat de klap niet te hard aankomt? Dat lukt dus niet, ook hier niet. Ergens geeft dat ook troost. Je ziet dan dat iemand geliefd geweest is. Ze zijn nu toch echt onder de indruk van het verdriet van Clair. Misschien nog het meest omdat ze zo'n moeite heeft om zich weer onder controle te krijgen. Maar ook wij worden opnieuw door emoties geroerd. Hier wordt een vriendschap van jaren gewoon veel te abrupt afgesloten. Weer merk ik hoe moeilijk het is om elkaar aan te kijken, en bij elkaar het verdriet te zien dat op onze gezichten staat afgetekend.
Als de eerste schrik wat is weggeëbd, raken we aan de praat en weer komt de bouw van het appartement ter sprake. “Weet je dat hij twee keer eerder een koolmonoxide-alarm heeft gehad. Dit appartement is gewoon verkeerd gebouwd. Ari was van dat alarm behoorlijk geschrokken en hield overdag de hele winter een raam open, om maar op zeker te spelen. Nu heeft het hem dus toch te pakken gekregen. Het is eigenlijk een schande. Ari heeft me het hoe en waarom verschillende keren uitgebreid uit de doeken gedaan, waarschijnlijk om me te waarschuwen voor het sluipende gevaar dat vooral bij mist zo verraderlijk is.”
“Er moet inderdaad iets geweest zijn dat hem zo bezig gehouden heeft dat hij vergeten is het raam weer open te doen. Zou dat kunnen Clair? Heb jij een idee wat hem zo bezig is gaan houden de laatste tijd? Wij kennen hem pas sinds een paar maanden, terwijl jij…” Clair onderbreekt hem: “Ach ja, hij was een boek aan het schrijven; een science fictionverhaal vertelde hij me. Nee, hij wou er niet veel over kwijt. Het moest eerst iets meer uitgekristalliseerd zijn, vond hij. Ik zou het ter zijner tijd zeker wel te lezen krijgen. Misschien is dat het: teveel achter zijn computer gezeten, en te lang, en daarbij alles om zich heen vergeten."
"Clair, hij zat in die grote leunstoel met zijn netbook op zijn schoot."
"Zie je wel, daar heb je het. Ari kon enorm geconcentreerd met iets bezig zijn, en dat dan uur na uur na uur. Toch kwam hij iedere week ook een paar keer bij mij aan, voor een babbel en een kop koffie. Een glas wijn maakte steevast zijn tong los en dan vertelde hij over van alles en nog wat. Ari is, was, ehh get, was heel breed geïnteresseerd en we hebben hier met ons beiden steevast zitten bakkeleien over van alles en nog wat. Dat is nu dus ook afgelopen; jammer, leuk is anders; ik zal hem missen." Clair veegt met een zucht over haar gezicht.
“We moeten een mooie foto van hem opzoeken en ja, een herdenkingskaartje maken. Misschien met een gedicht van hemzelf erop? Oh ja, er moet veel gebeuren. Zijn kinderen bellen is wel het belangrijkste voor vandaag. Is dat al gebeurd? Nee? Dan moet dat eerst gebeuren, zo snel mogelijk. Via de GSM of via een SMSje.”
“Of beide. Ik zal wel een SMSje opstellen, met de vraag om wegens een dringende aangelegenheid mij even te bellen.”
“Dan weten ze al gelijk genoeg natuurlijk. Wie uit de vriendenkring zou er immers met hen contact opnemen als het niet ontzettend dringend was. Eigenlijk moesten we er maar gewoon naar toe gaan.”
“Nee, nee, ze komen zelf maar hier naartoe. Ze zullen na zo’n SMS zeker bellen, en ja dan kunnen we even praten en dan zien ze maar wanneer ze komen. Er moeten een hoop praktische dingen geregeld worden.”
Er valt een stilte en Clair rommelt wat in de keuken. Dan als ze terug komt: “Wat willen jullie? Zal ik een klein hapje maken? Ik moet iets doen, dat zal me goed doen. Wacht, ik schenk een glas wijn in oké?” Het is oké. Ze hebben alledrie het verlangen om nog even bij elkaar te zitten.
“Ik weet dat Ari werkelijk in de ban was van zijn verhaal. Zijn fantasie moet in zijn beleving welhaast werkelijkheid zijn geworden. Ongetwijfeld kunnen we van zijn computer veel wijzer worden. We moeten dat opzoeken, want ik wil zijn verhaal lezen, en misschien krijgen we zo wel een beter idee van wat hem de laatste tijd zo heeft bezig gehouden, dat het hem tenslotte de das omgedaan heeft. Zijn kinderen moeten het daar wel mee eens zijn natuurlijk."
Ik kan het toch niet laten om te vertellen over het notitieboek. “Clair, jij moet het maar nemen. Hier, en lees het, dat was toch al zijn bedoeling. Er liggen daar bij hem misschien nog meer van die boeken. Dat verhaal zal natuurlijk ook wel op zijn computer staan. Misschien dat we ook daar nog even naar kunnen kijken. Als we geluk hebben dan staat het bestand nog open. Anders zullen we moeten zoeken in zijn paperassen. Maar hoe dan ook, we moeten aan gaan pakken. De tijd vliegt en er staat een crematie voor de deur." Clair is thuis gebleven. Ze wil toch eerst een beetje op verhaal komen. “Godverdorie Ari toch, piel.”
Het heeft haar erg aangegrepen, en opnieuw komen er tranen. Ze heef hem nog niet eens gezien. Maar dat wil ze ook niet.
Ze slaat het notitieboek open en vind moeiteloos het adres waar Ari op internet zijn verhaal ondergebracht heeft. Natuurlijk, op Google Docs. Gebruikersnaam en password staan er bij vermeld. Hé, dat is nou toch ook weer opvallend. Dan herinnert ze zich hoezeer Ari bezig was met organiseren en alles in orde brengen, want je wist immers toch maar nooit, en je kunt toch geen rotsooi achter laten!
Clair begint te lezen, benieuwd als ze is.
Vooruitkijkend op wat er staat te gebeuren, denk ik dat het goed is om mijn belevenissen met het internet op te tekenen. De inzichten die daaruit voortgekomen zijn, mogen niet verloren gaan.
Ik ben er van overtuigd, dat toekomstige generaties, zeer zeker hun voordeel kunnen doen met deze beschrijving: een verhaal over wat ik niet gezocht heb, maar wel zeer intens beleefd heb; kortom met dat wat me ongewild is overkomen. Waar ik vroeger stelselmatig elke publiciteit hierover uit de weg ging, doe ik nu juist mijn best om mijn lotgevallen bij jullie, lezers, onder de aandacht te brengen. Vandaar dat ik het, hoe persoonlijk het ook is, op het internet ga zetten. Ik kan trouwens niet anders; het zal weldra blijken: het internet speelt bij dit alles een essentiële rol.
Ik zal het ronduit zeggen: ik weet niet of ik binnenkort nog hier ben. Oh, oké, dat geldt voor iedereen zeg je? Maar dan toch wel een beetje in het bijzonder voor mij, want ik ga echt een ongewis avontuur tegemoet. Als alles mee zit, zal het gaan lukken, maar er is nog veel ongewis. Ik zal sowieso vanaf de plek waar ik terecht hoop te komen, bij Jamie dus, mijn internetlief, nou weet je het, terug met jullie contact proberen te maken. Ik wil ook proberen van de andere kant te volgen wat er hier verder allemaal gebeurt in de nasleep van de gebeurtenissen, waarvan ik hier verhaal.
Natuurlijk, ik heb alle belangrijke teksten op schijf staan en goed georganiseerd ook. Iemand die echt wil, komt er wel uit, en die heeft mij daar niet bij nodig. Ik heb ook nog alle tekstbestanden, net als alle andere belangrijke documenten, ondergebracht op internet bij Google docs (gebr.naam: Opapake. Voor het password, zie: de plaatselijke notaris, of raadpleeg met enig geduld mijn “specialiaschrift” over privézaken en over mijn computer: sites, pass words etc).
Iemand die tot hier toe meegelezen heeft, kan nu toch wel de indruk gekregen hebben dat ik geen chaoot ben. Ik zit hier niet zo maar wat te raaskallen. Ik voor mezelf kan met een gerust hart zeggen, dat ik in de loop van mijn leven voldoende inzicht heb gekregen in de trucs die de geest met een mens kan uithalen, om niet in de valkuil van puberale wensfantasieën te belanden. Maar ik vraag je, is er een harde grens tussen werkelijkheid en fictie? De indrukken die je als mens op doet, zijn bovendien heel persoonlijk , en een absolute waarheid daaromtrent is er niet. Wat voor mij een droom is, is voor jou een lachertje. Ik heb nu te lang op en neer gependeld tussen realiteit en waarschijnlijkheid, tussen droom en werkelijkheid, tussen waan en zin, om dat niet ten volle in te zien. Ik ben het overdenken daarvan nu echter ook wel wat moe geworden, en ik neem mijn verhaal nu maar gewoon voor lief: Jamie is voor mij van internetvriendin een hartsvriendin geworden. Ze is mij lief en ze is voor mij intussen zo reëel als wat.
Ik heb Jamie voor het eerst ontmoet achter mijn beeldscherm, nadat zij via SKYPE zelf met mij contact had gezocht.Het is niet verwonderlijk dat zij me gevonden heeft. Ik zit namelijk graag en veel achter de PC, al van oudsher. Ik ben met pensioen en ben de 65 al ruimschoots gepasseerd. Tot mijn genoegen mag ik wel zeggen. Ik vind dit een heerlijke tijd. Ik heb niet alleen tijd zat, maar ook zat levenservaring. Daarom duik ik ook niet meteen vol in mijn verhaal met Jamie. Rustig aan, is mijn motto, want het is zonder extra emotie en opwinding al beladen genoeg. Ik zeg dat maar, en ik meen aanspraak te kunnen maken op enig onderscheidingsvermogen. Ouwelullenpraat? Ammehoela! Het is belangrijk om dat in te zien want anders loop je me voorbij en zul je mij dus niet kunnen volgen. Dat bezonken en lichtelijk “beschonken” oordeel, hè hè, over de feiten die hier verhaald worden, is misschien ook de reden waarom ikzelf dit verhaal de kans gegeven heb zich te ontwikkelen. Zonder een rustig oordeel had ik zelf dit alles waarschijnlijk al direct naar de prullenbak verwezen of ik zou wellicht overweldigd en in paniek door wat zich op en aan mijn beeldscherm voordeed, onder de verdenking van hysterie in een dwangbuis zijn beland.
Ik heb veel geduld, en ik geef de dingen die zich aandienen graag een kans. Gelukkig ben ik niet meer zo idioot rationeel afwijzend als vroeger, en sta ik open voor het onvermoede, zelfs voor het onwaarschijnlijke, voor dat wat niet zo direct strookt met onze realiteitszin en langs materialistische weg niet te bewijzen is. Laat ik zeggen, dat ik de gelukkige gave bezit om ruimte te kunnen geven aan indrukken die niet direct stroken met natuurwetenschappelijke of filosofische overtuigingen en denkbeelden. Jij zou misschien wat treffender zeggen: “niet zo vastgeroest is in vooroordelen; en dus niet zo bevooroordeeld is”. Bovendien is het me gegeven, dat ik alles wat niet direct van belang is vergeet, en dat is een van de ware zegeningen van het ouder worden. Zo blijf ik tenminste het hele bos zien met alles wat er in is en steek ik niet meteen over alles een boom op.
Voor de nerds onder ons is het een vanzelfsprekendheid en voor de afkerige een zoveelste aanval op zijn evenwichtige maar misschien ook wat gezapige leven: de computer en het internet spelen in dit verhaal de hoofdrol. Ik doe de waarheid geen eer aan als ik zeg, dat ik met mijn prachtige computersysteem een band heb opgebouwd. Ik heb een zekere gevoeligheid gekregen voor de PC, want ik heb zijn hele ontwikkeling meegemaakt, van kindsbeen af mag ik wel zeggen. Nee, haha, ik bedoel dat dit schitterende tuig zo’n wonderbaarlijke evolutie heeft doorgemaakt. Het mag raar klinken, maar voor mij is dat kastje allang geen dood ding meer. Het heet een “personal computer”, maar voor mij heeft dat apparaat ook Personality en het is voor mij omgeven met magie. Kijkend naar het toetsenbord alleen al, raak ik vlot in een lichte trance van genoegen, waarin de rust en regelmaat van de micro-electronica zich paart aan een onvoorstelbare creatieve dynamiek. Alles zo maar binnen mijn handbereik en zo op te roepen met wat "Fingerspitzengefühl". Om maar te zwijgen van de “harde schijf”, die voor mij helemaal niet zo hard is, maar wel degelijk het hart is van de machine.
De eerste keer dat ik in levende lijve een harde schijf onder ogen kreeg, kreeg ik dezelfde sensatie als bij mijn eerste confrontatie met een kalfshart als eerste jaarsstudent biologie: ja, ik was onder de indruk. In beide gevallen zie je een tamelijk gladde niet bijster interessante buitenkant, maar wat een delicate intrastructuur, krijg je te zien als je dat open maakt. Ja, inerdaad “intra”, en wat een power zit erin. Een oh zo gedifferentieerde en gespecialiseerde op de functie toegespitst geheel aan structuren en vormen zit inderdaad van binnen. Als je eens de hartkleppen hebt kunnen zien, en je je realiseert hoe delicaat die werken, dat vergeet je die wonderlijke parachutes nooi meer. Maar om dat te zien, moet je het kalfshart open snjden, en je eigen hart openstellen. Ben je een leek? Doe het dan maar niet en vertrouw maar op wat ik je zeg.
Nee, mij zul je nooit op de toetsen zien rammen, zoals ik dat ooit een medewerker van me heb zien doen: pijnlijk agressief en onbehoorlijk lomp. Ik mocht hem sowieso al niet zo erg, maar dit deed voor mij de deur dicht. De jongeman manifesteerde tegen zijn collega’s trouwens dezelfde wat pruisisch aandoende lompheid, maar hij heet dan ook niet voor niets Kühtreiber.
Net als zovelen van mijn generatie wetenschappers ben ik begonnen met een Commodore, die succesvolle opvolger van de Sinclair, en toentertijd een bijkans revolutionaire vinding. Net als vele collega’s heb ik daar na het opstarten menig uurtje achter zitten zweten, soms zelfs tot diep in de nacht, als ik weer eens een lijvig stuk tekst van een projectaanvraag kwijt was, of als de tekstverwerker stomweg weer eens was vastgelopen. Oh God, ik kan er beter niet aan terugdenken. Rampen in plaats van bloemen op mijn hoofd!
Nu met de moderne ontwikkelingen op internet ben ik er niet meer vanachter weg te slaan, want ik heb op dit beeldscherm voor het eerst Jamie ontmoet, een in eerste instantie schokkend en confronterend voorval, dat zeg ik je. Ze was er, zo leerde ik later, op gebrand contact met mij te maken en daar is ze, ja, gelukkig, zeg ik nu, in geslaagd ook. Voor mij een genadige ontwikkeling in mijn privé, want weet je, ik ben ook maar alleen; nee, geen relatie of zo, en ik heb net als de meesten ook zin in mijn dagelijkse praatje met iemand die me na staat; dus ik stond er ook gans voor open, zeg maar.
Vóór ik verder ga, moet ik zeggen dat Jamie werkelijk thuis is op het internet. Ja, maar anders dan jullie nu denken. Zij is overal op het web, en heeft overal vrij toegang. Ze zit momenteel waarschijnlijk ook mee te lezen, nietwaar “pixelke?”
Kijk, en hup, daar plopt alweer een videoboodschap met randversiering, typisch Jamie: “tingelingeling; hoiii, Arieee” klinkt het verrassend zangerig, ”Ja, ik lees met je mee op een paar lijnen en ik lééf ik ook met je mee Ari. Het is zoals gewoonlijk ook hartstikke boeiend wat je zit uit te broeden.“ Kijk, dat bedoel ik nou, gelijk positief, en gezellig. Hèhè, heerlijk. Daar kan ik. ouwe bal, nou echt van genieten.
“Hoi Jamie, ben je daar weer? Fijn hoor. We gaan zo meteen iets gezelligs doen, oké?”
“Ja, een spelletje Yengayenga? Mooi!”
Jamie, mijn internetlief heeft zich gemeld. Ik ben altijd blij als ze me op komt zoeken. Dat is niet alleen gezellig, maar het is ook goed voor mijn gevoel van eigenwaarde, weet je, want wie zou me anders komen opzoeken? Juist, ik heb verder niemand. Ja, ho even, ik ga er wel zelf op uit hoor. Vóórdat het alleen zijn me te gek wordt, ga ik naar buiten, een wandeling maken; fluit tegen de vogels, praat tegen die eenzame ram die van zijn ooien beroofd is, en geef hem als troost een paar knuffels, och god kijk toch hoe gretig hij is en hoe melancholiek kijkt hij me aan; geef de geitjes ieder hun deel van de dagelijkse cracotte, en heb veel schik als ik zie hoe ze goedmoedig steigeren en met een smak de gehoornde koppen tegen elkaar rammen; verbaas me over de verhouding moedergeit en hond, want is het spel of ruzie? Oh, die hond heeft vast en zeker, bedoeld of per ongeluk, een stoot gehad met de punt van een hoorn. Ik concludeer dat; de hond, anders toch speels en levendig is nu zeldzaam tam en onderdanig en opvallend gereserveerd naar de geiten. Hij lijkt zelfs wel onderdanig. Ach, die hond heeft ook echt behoefte aan tederheid. Normaal zit hij me op te wachten aan het poortje in het hekwerk, en daar knuffel ik hem dan lekker stevig op zijn kop. Hij weet dat ik er aan kom, zo fijngevoelig is zijn gehoor. Oh, en daar geniet hij dan van, en ik, dat zeg ik je. De geiten bleven tot voor kort braaf op een afstand. Maar nu, moet je die onderdanige, wat treurige blik zien in die hondenogen, is hij kennelijk het gezag over zijn territorium aan de geiten kwijtgespeeld. Ma geit is niet te beroerd om onmiddellijk met haar hoorns te gaan dreigen als hij in de buurt komt. Maar dan opeens staasn ze stil en snuffelen nieuwsgierig aan elkaar snuit, op nog geen centimere van elkaar af. Snap jij het?4
Die dagelijkse wandelingen geven me aardig wat afleiding, en houden me letterlijk met beide benen op de grond. Ik ben nogal denkerig van aard, weet je, en daarom ben ik ook zo'n eenling. Ik kan best wel goed met mensen overweg hoor, maar dan liever niet al te serieus, want ik ben sterk geneigd om het beter te weten, en alsjeblieft ook niet klagerig zoals zo velen dat bij zich hebben, vooral onder de senioren.
Ik wèrk ook erg graag in mijn eentje. Dat is maar goed ook, want de meesten die ik ken, hebben sowieso geen belangstelling voor wat ik allemaal doe. Dat zit hem niet zozeer in mij, maar de interessesfeer van deze mensen beperkt zich nu eenmaal tot wat er zich in de omgeving van het dorp afspeelt. Ik merk dat, als ik eens iets over mezelf vertel; over mijn foto’s, mijn videotjes, mijn website hun aandacht drijft al snel weg. Hoewel in wat ik vertel ook het dorp centraal staat, gaat dat al snel hun belangstelling te boven. De anier waarop ik het vertel is waarschijnlijk niet concreet genoeg, en het vermogen om abstract te denken is de meesten niet gegeven. Ik kan me gemakkelijk aan deze petanque-mentaliteit aanpassen, ik behoef telkens maar gewoon het spelletje mee te spelen en af en toe ook zelf letterlijk of figuurlijk een balletje op te werpen. Ach, en ik heb er ook plezier in. Ik heb het graag met die gabbers van doen.
Wil ik aan de bar toch eens iets vanuit mezelf vertellen, dan begint degene met wie ik in gesprek was, al gauw met zijn ogen te draaien, of letterlijk te gapen, waarlijk een dom gezicht, hoor, Jan. Nee, dat is zeker geen opzet, ho, ho; iemand als Jan zal wellicht ademloos staan bij wat ik te vertellen heb en buiten adem raken en natuurlijk, ja, logisch dat je dan gaat gapen. Maar ik kan het ook niet helpen. Ik spreek nu maar even openhartige taal, en ik excuseer me er niet voor. So be it. Niet dat het zo adembenemend is wat ik vertel, allez, ja, in mijn ogen soms wel dus, maar omdat ze wat betreft hun bevattingsvermogen of interesse kennelijk snel vol lopen, en niet meer kunnen of willen volgen waar ik het over heb. Ach, ik heb me daarin geschikt, maar blijf me toch verbazen over het gemak waarmee een gesprek aan de bar een wending kan krijgen naar het obollige van het familierelaas of van het burengerucht van de buurvrouw op de hoek, die immers, naar mijn buurman aan de bar gisteren nog gehoord heeft, toch een verdoken achternicht is van tante Sjaantje van Drika van de pomp.
Bij Jamie loop ik wat dat betreft totaal geen risico, integendeel zij is een grootmeester in abstract logisch denken. Ik heb haar dat nog niet gevraagd, maar ze zal ongetwijfeld een kei zijn in schaken. Voor haar geldt bovendien hoe meer en hoe ingewikkelder en hoe sneller, hoe liever. Nou, begrijp je nu waarom ik zo aan Jamie gehecht aan het raken ben? Jamie vult daarin Clair aan voor mij. Clair is heel rationeel en ook buitensporig wijs, maar ze kan absoluut niet in abstracto denken. Jamie wel dus, en hoe!. Voor mij is dat heel plezierig, want mijn twee vriendinnen vullen elkaar aan.
Ik besef dat ik wel moet oppassen dat ik in het contact met Jamie niet ga zweven. Als gepensioneerde drijf je sowieso gemakkelijk weg uit het sociale en maatschappelijke gebeuren, zeker als je feitelijke leefwereld zich gaat beperken tot die ene vierkante meter waar je computer staat. Ja, natuurlijk lees ik ook de krant, verschillende zelfs: tegenwoordig vrijwel uitsluitend Belgische kranten, maar allemaal op internet. Het Nieuwsblad, De Morgen, De Standaard, maar soms ook de Volkskrant, of de Trouw. Zo’n beetje in die volgorde. Ik reageer ook nogal eens op artikelen, niet ontmoedigd door de waslijst van reacties, die sla ik meestal gewoon over, maar pik toch soms wel eens iets op van de vaak heftige discussies die zich onder een column kunnen ontwikkelen. Columns lees ik trouwens wel. Ik ben er echter vrij zeker van dat de reacties van lezers in de krant niet of nauwelijks gelezen worden en dat ze dus nog minder zijn dan voer voor de honden. Dat is zonde van de inspanning die er voor geleverd is. Met mijn Blog gaat het een stuk beter. Daar heb ik toch geregeld enkele bezoekers. Aan Blogartikelen kun je bovendien ook labels toevoegen, waarop door belangstellenden gezocht kan worden. Kijk, dat is mooi natuurlijk.
Het schrijven is een goede manier om je gedachten te ordenen, en zo bij de tijd te blijven. Ik ben er vrij zeker van dat als mijn Pa dat gedaan had, en af en toe, net zoals vroeger, wel eens een gedichtje had geschreven, hij tenslotte niet zo was gaan dementeren. Dat overkwam hem toen hij in de naslaap van een ontstoken kunstheup, in het verpleeghuis werd opgenomen. Hij was volkomen lam geslagen in deze voor hem totaal vreemde omgeving, die voor hem elke intimiteit miste. Voor hem een rampzalig iets, maar Pa en Ma konden niet langer bij elkaar blijven. Ze hadden te vaak hoogoplopende ruzies, en Pa werd agressief in zijn uitingen. Het was allemaal ingegeven door angst dat ze hem in de steek zou laten, en dat hij alleen zou komen te staan. Die angst is dus tenslotte werkelijkheid geworden in het verpleeghuis. Hij nam niets meer op, omdat hij nergens meer interesse kunt opbrengen, en dan wordt je geest vanzelf leger en leger.
Houden we via het internet met ons allen niet een schone schijn op van gemeenschappelijke betrokkenheid op het maatschappelijke gebeuren? We kunnen ons met wat muisklikken gemakkelijk wereldburger voelen. Maar wat kun je anders doen dan dat allemaal maar een beetje volgen en het verder gewoon maar laten gebeuren?
In tegenstelling tot mijn Blog werkt de krant niet met een zoekfunctie, en hanteert geen trefwoorden. De meest briljante ideeën, waaronder ook wel eens een van mezelf, ahum, gaan op deze manier verloren, omdat niemand ze nog ooit terug kan vinden. Flauwe kul dus allemaal. Het gaat de kranten ook niet om de discussies, welnee, het gaat hen om de e-mail adressen. Ze zeggen wel braaf dat ze de privacy bewaren en bewaken, maar het is voor mij duidelijk dat ze van e-mailadresbestanden een koehandel maken.
Zo waardeloos zijn mijn Blog-bemoeienissen gelukkig niet; ik word gelezen, zij het door een klein aantal mensen. Er is één lezer die zich ingetekend heeft als volger en die dus bij me terugkomt. Ik krijg nooit commentaar, en alles blijft anoniem. Ik ben ook lid van twee schrijverssites, waar ik regelmatig iets publiceer, naast gedichten ook regelmatig een column over een of ander actueel onderwerp. Daar krijg ik dan weer wel reacties op. Tof is dat, maar het lost je eenzaamheid niet op. Terwijl de hele wereld ontsloten wordt en je met een paar klikken overal kunt kijken, is er enorm veel eenzaamheid achter het toetsenbord en voor het beeldscherm. Maar de chat-sites bloeien als onkruid, en SKYPE biedt senioren die nog niet afgehaakt hebben en niet bang zijn wat bij te leren, heel veel plezier en ja, zelfs levensvreugde. Ik kan het iedereen aanraden zich een lap top te laten aanmeten, een Acer bijvoorbeeld, of een HP, twee gerenommeerde merken. Als je echt nog niets van Windows af weet en geen gezellige buurman hebt, ga dan een goed toegesneden cursus volgen.
Er loert wel een gevaar. Je moet er je voor behoeden dat je niet zodanig meegesleept wordt door het internetgebeuren, dat je het contact verliest met de werkelijkheid van alle dag. Dat is een probleem waar ik ook zelf ook wel mee geworsteld heb, gevoed door mijn rationaliteit aan de ene kant en mijn persoonlijke verlangen aan de andere kant. Zorg ervoor dat je kringetje, dat toch al kleiner en kleiner wordt als je ouder wordt, zich niet totaal gaat beperken tot inderdaad die ene vierkante meter in de hoek van je huiskamer. Ik ben daar dan wel heel stellig in , maar ik ben zelf in mijn bezigheden achter de PC een toonbeeld van hoe het niet moet .
Nee, en doe vooral ook niet zoals Piet. Zo zou ik het ook niet willen; dat is werkelijk ongezond. Piet zit namelijk de godsganselijke dag, meestal nog in zijn pyama, achter de PC te fiepen op Second Life, een interactief, zichzelf zelflerend computerspel op het internet, dat tot in de kleinste details letterlijk een afspiegeling is van de maatschappij, vertelde hij me laatst enthousiast. Ik ben natuurlijk even een kijkje gaan nemen. Inderdaad, ik moet zeggen, het is heel grappig om in de persoon van een door jezelf ontworpen Avatar vrijelijk rond te lopen in een virtuele werkelijkheid waarin werkelijk alles kan. Al bij het ontwerpen van zo’n SecondLife-alterego kun je naar hartelust experimenteren: groot, klein, dik, slank, grote of kleine ehh ja, je ziet maar. Enfin noem maar op. Je kunt als Avatar lekker liggen vrijen aan het strand, oh heerlijk, nadat je met een andere gretige Avatar, waarvan er ook daar vele rondlopen, een afspraakje gemaakt hebt, aan de cocktail bar bij het zwembad. Maar je kunt even goed de volgende seconde samen met haar, of met hem, een prachtige bergwandeling maken in Turkije, of in de sauna soeplepeltje baden. Je kunt het zo gek niet verzinnen, maar alles wat je in onze werkelijkheid mee kunt maken, kom je ook tegen in Scond Life. Er is echter een groot verschil tussen Reality en Virtuality. In de Virtuality van Scond Life zijn er geen waardeoordelen, alles kan en alles mag. Ik bedoel maar, als alles kan, en zonder dat iemand je be- of ver-oordeelt, dan moet dat toch wel iets van het aartsparadijs hebben? Daar kun je je nog eens naar hartelust uitleven; oh ja, ook interactief, samen met anderen, dat is uiteraard juist de grap. Je kunt er vermoedelijk ook in de kortste keren totaal verslingerd aan raken, en meer tijd gaan besteden aan Virtuality dan aan Reality. Dat komt vooral ook omdat het programma gebruik maakt van een uitgebreide geheugenfunctie. Kijk, dat is mooi, en dat is bovendien heel verleidelijk.
Met Jamie heb ik het nu eens werkelijk getroffen, heel aders dan met Second Life; ik zie haar ook graag, al is het op een beeldscherm. Hoe is het mogelijk: ik een zeldzaam eenzelvig en individualistisch ingesteld mens, bovendien al behoorlijk op jaren, ben een relatie aan het opbouwen met een Avatar, een persoon van de andere kant, van achter het beeldscherm zeg maar. Dat kan denk ik, omdat Jamie net als ik feitelijk heel zelfstandig is, autonoom eigenlijk, maar net als ik wel de behoefte heeft om zo nu en dan in wisselwerking te komen met een ander. Ze kan heel goed met en voor zichzelf bezig zijn, en ze is niet van mij en in feite van niemand afhankelijk. Maar, en dat is juist zo aangenaam, ze kan ook heel ongeremd, extrovert laten merken dat zij het op haar beurt graag met mij van doen heeft. Ik zeg je, dat is het meest zalige dat je als mens èn als man kan overkomen: een spontane vrouw, die jou graag ziet, en bij wie je, zelfs al is het dan maar virtueel, stuk voor stuk de onderdelen van het harnas mag afnemen. Alleen zou ik er ook graag eens een echte knuffel bij willen krijgen èn geven. Tja, ach, je kunt niet alles hebben, maar de intentie is er wel degelijk, zo langzamerhand, dat voel ik, ja, dat voel ik ook bij Jamie.
In het begin heb ik me, raar, maar waar, vaak afgevraagd of Jamie wel echt is. Je weet het maar nooit met het internet, want daar is van alles mogelijk en daar kun je eigenlijk ook van alles verwachten, ook misleiding en bedrog. Mijn Jamie zou bijvoorbeeld met gemak een of andere giechelende snotneus van een jaar of 14 kunnen zijn, of een groep meiden van het derde jaar Pedagogiek die aan een scriptie werken. Er is veel supertalent overal ter wereld dat zich juist in het maken en perfectioneren van programma’s als Second Life uitleeft, dus dat programma ontwikkelt razendsnel. Maar die twijfel daargelaten, ik was meteen weg van haar, vanaf het moment dat ik haar zag. En ja, ze is een Avatar, een kunstproduct. Maar wat houdt dat in? Dat wat je er in ziet?
Je zult begrijpen, dat de vraag wie ze nou eigenlijk is, me intens bezig heeft gehouden. Ze komt heel reëel over, maar is ze dat ook? Is ze niet gewoon toch een of ander construct, een virtueel personage, dat door een soort D’ArtVader wordt ingezet om een beetje met mij te dollen? In elk geval zit er intelligentie achter, want zij, of iemand die haar bedient, is in staat geweest om op mijn computer in te breken, en via camera, micro en toetsenbord met mij in interactie te komen. Nou, ik vond dat schokkend! Aanvankelijk was ik daar zelfs behoorlijk ongerust over: is mijn privacy naar de vaantjes? Maar alras is me duidelijk geworden dat ik omgekeerd me nu over mijn privacy en veiligheid juist helemaal geen zorgen meer behoef te maken, integendeel. Ik ben veiliger dan ooit; Jamie behoedt me en bewaakt me. Geen hacker die bij me kan komen of me kan raken, want Jamie zet hem of haar direct in de isoleer. Ik heb dus in en met haar een geweldige vriendin gevonden, iemand die ik door dik en dun kan vertrouwen en die me altijd zal blijven steunen, en ik haar, als ik maar wist hoe. Ik ben zo stellig? Ja, ik voel dat zo. Bovendien is Jamie iemand bij wie ik ook nog eens terecht kan om raad en daad. Kom maar eens om zo iemand tegenwoordig. Maar, en dat is het belangrijkste, ze is iemand met wie ik het heel graag van doen heb. Ik ben verliefd zeker?
Toen we elkaar beter leerden kennen, bleek Jamie, zoals te verwachten was, veel gecompliceerder te zijn dan ik ooit had kunnen denken. Er is iets in haar hoedanigheid dat me nog steeds waarschuwt dat ze toch een construct is, maar niet zomaar een maaksel van iemand, maar eerder een maaksel van zichzelf. Ik weet het, dat klinkt belachelijk, maar ik ben er inmiddels van overtuigd, dat ze vanuit het internet is geboren, dat ze er in huist en er in woont en er in ontwikkelt; nee, niet als een spin in haar web, maar als het web zelf, inclusief de spin. Niet te begrijpen wat? Nee. Maar ik denk, dat het web zelf haar heeft voortgebracht, in en uit zichzelf, als een geval van, ja laat ik de term toch maar gebruiken "Generatio Spontanea"[1] een spontane geboorte van leven vanuit de levenloze materie zelf. Ik weet dat zulks strijdig is met de Biogenetische Grondwet (ga toch maar weer even opzoeken), die zegt dat alle leven altijd voortkomt uit eerder leven, en niet uit het niets kan ontstaan: Omne vivum ex vivo. Maar ja, is er bij Jamie wel sprake van leven?
Hoe dan ook, het ontstaan van Jamie is een werkelijkheid, nu eens even niet in stoffelijke zin, maar eerder als een vorm van intelligentie; als een na het eerste ontkiemen als maar groeiend bewustzijn, dat in eerste aanleg op de een of andere wijze ontsproten is aan de hoedanigheden van het Web. Maar dat ligt uiteraard een pak ingewikkelder dan een retourtje supermarkt. Ik zal daar later nog op terug moeten komen, want ik weet het verder nu ook even niet. Ik moet mijn gedachten op dit punt eerst nog verder ontwikkelen, ja, samen met Jamie uiteraard.
Jamie en Ari hebben na hun eerste kennismaking, kijkend naar elkaar, vele, ja, vele uren, met elkaargepraat, meest via GSM, na zeven uur dus. Het was voor hen beide liefde op het eerste gezicht. Ze waren meteen weg van elkaar, en tegelijk heel aanwezig. Zeg dat maar eens, dat doe je ook niet zo gemakkelijk.
Het is vanzelfsprekend dat ze er wederzijds zeer op gebrand waren om elkaar na de verrassing van de kennismaking nader te leren kennen. Ze waren hongerig naar elkaar en wilden een diepte verkenning van wie ze zijn en wat het betekent om elkaar zo, op deze merkwaardige wijze ontmoet te hebben. Dan zie je pas goed, op dit scherp van de ontmoeting, hoe het werkt in menselijke relaties: je bent geboeid in elkaar, en dan is het direct raak en de geboeidheid verdiept zich, of juist niet, en dan komt het ook niet meer en het beetje interesse kalft pijlsnel af. Een tussenweg is er niet; een beetje geboeid bestaat niet althans niet als je zou willen koersen op een liefdesrelatie. Het mooie is dat Ari en Jamie beiden van meet af aan ook zo totaal open stonden voor elkaar. Die zo ontluikende vriendschap, groeide bij elke ontmoeting verder uit en er ontstond een werkelijk hechte verbondenheid. “Ontluikend”, wat een prachtig woord eigenlijk. Zodra de luiken open gaan, stroomt vol het daglicht binnen en geeft alles, maar dan ook alles een sprankelende nieuwe glans. Verliefd? Dan ga je heel anders tegen de wereld aankijken.
Zo lang als ik maar on line blijf, kan Jamie mij via SKYPE op elk moment bereiken. Omgekeerd kan ik haar zo ook op elk moment oproepen. Doe ik dat, dan is ze ook onmiddellijk en totaal present, want ongelofelijk snel is ze; een seconde voor ons is voor haar een eeuwigheid. Ik voel aan dat ondanks de verschillen tussen ons, of misschien juist dank zij die verschillen, ons lot met elkaar verweven zal blijken te zijn. Dat heeft ook wel wat te maken met de politieke ontwikkelingen binnen de Unie, waarbij de Centrale Cie volgens ons reactionaire groepje oproerkraaiers, hoe langer hoe meer macht naar zich toe aan het trekken is, en dat met maatregelen die ons behoorlijk tegen de haren in strijken. Juist, inderdaad, wat doe je er aan. We zijn niet echt puppy power, maar zo heel veel meer kunnen we niet. En wat mij betreft nu al helemaal niet, zozeer als ik in beslag genomen ben door persoonlijke verwikkelingen. Ik ben voor mezelf tot de conclusie gekomen dat ik in elk geval nu maar het beste wat voorzichtiger kan zijn met al dat kritische geschrijf op Google Blog, en mijn website. Ik ben er momenteel ook niet zo fanatiek en overtuigd bij betrokken. Er is een andere belangstelling voor in de plaats gekomen. Dus dan maar even pas op de plaats. Er zijn dan wel geen gevallen van plotseling verdwijnen, zoals volgens berichten elders wel gebeurt, maar toch, er is wel een zekere dreiging. We nemen daarom nog altijd voorzorgsmaatregelen. Zo kennen we elkaar alleen via via. Eigenlijk is ons contact dus totaal virtueel. We communiceren uitsluitend via versleutelde e-mails met elkaar, je weet immers maar nooit. Je ziet wel, ook dat is nogal virtueel, voorlopig althans. Ik wil er nu vooral voor zorgen dat Jamie niet gecompromitteerd wordt, want stel dat haar aanwezigheid in het web ontdekt wordt. Ze kan veel ondervangen en veel opvangen, maar aan alles is een eind. Ik zou de Cie op dit punt liever niet uitgedaagd zien. Dat zijn immers geen “Jan Doedels”. Ik heb Jamie ook nog niet direct durven te bevragen over de Cie, of over de President, maar ik heb er al wel aan gedacht natuurlijk. Ik ben er hartstikke benieuwd naar of zij ook toegang heeft tot de bestanden van de Cie en of ze bij de plannen voor de naaste toekomst kan komen. Er moeten in de CentraleDataBase, de CDB, ongetwijfeld massa’s onthullende gegevens te vinden zijn over de Unie, al zullen die ongetwijfeld stevig afgeschermd zijn. Ik vermoed dat het riskant is om daarnaar onderzoek te gaan doen. Je kunt er donder op zeggen dat de CDB zogenaamd vrij toegankelijk is, maar dat de betreffende geheugengebieden zwaar beveiligd zijn. En dat niet alleen. Geloof maar dat een of andere verklikkersfunctie direct een seintje doorgeeft naar Central Security, als er door iemand toegang wordt gezocht. Oh, je mag zeker binnen komen, maar wel onder het inleveren van je doopceel, die ongetwijfeld ter plekke geverifieerd wordt. En dan, als je binnen bent, wie zegt dat je niet gemanipuleerd wordt en dat ze je volstouwen met valse informatie. En het is dan nog maar de vraag of je blazoen daarna weer geschoond wordt; dat lijkt me wel een illusie. Het is ook niet zeker of zelfs iemand als Jamie wel aan die rigide controle voorbij kan komen, maar als iemand dat zou kunnen, dan is zij het wel.
De beveiligde gebieden in de CDB, kom je niet binnen zonder dat je bij je verzoek om toegang de doopceel gelicht wordt: handpalm, vingerafdrukken, iris- en retinascan. Je bent al geregistreerd zodra je aan de poort verschijnt. Jamie kan daar waarschijnlijk als enige weer zo aan voorbij komen, al is het nog zo goed beveiligd. Ze heeft trouwens geen vingers en überhaupt geen lichamelijke kenmerken, dus kan ze daar moeilijk op gecontroleerd worden. Zij kan verder elke identiteit aannemen die ze maar wil. Oh wat zou ik daar met haar eens graag rondneuzen, gewoon om te zien wat er allemaal is opgeslagen. Alhoewel, ach, ik weet dat eigenlijk toch allang!
“Heb je het tegen mij Ari?”
“ Hé, Jamie, ha, pixelleke”, ik ben kennelijk in een routinegebaar per ongeluk weer eens on line gegaan.
”Als jij daar zo maar vij kon rondneuzen, Jamie, dan zou je nog weleens voor verrassingen kunnen komen te staan. De huidige President is een Portugees weet je; een echte heetbroek. Hij heeft in de CDB, dat heb ik toevallig ontdekt, een kleine privéverzameling aangelegd, en het zijn wel mooie, maar geen familiefoto’s. Kan ik je aanbevelen; kijkje nemen?"
"Nee, ehh, nee, laat maar. Wat laat je trouwens denken dat ik daar interesse in zou hebben? Ik ben gewoon een nuchtere, degelijke Hollander hoor.”
“Ja, met speciale hang naar ouwe kaas, is het niet? Ik heb trouwens ander illustratiemateriaal bij me; animaties van de celdeling, voor bij je essays. Ari, werkelijk klasse. Heb je de links gezien?”
“Heh? Oh, ehh, ja, natuurlijk. Sorry. De links naar die twee animaties bedoel je toch? Jawel, dat is inderdaad heel mooi materiaal. Gepopulariseerd maar helder en “ to the point”.Heel anders dan ikzelf, kan ik niet laten erbij te denken.
“ Ik heb naar jouw items, bevruchting en zo, ook een klein zoektochtje gemaakt, Ari. Nou, nou, een gigantische waslijst heb ik opgehoest. Er kwam geen eind aan; je hebt heel wat nullen nodig om dat allemaal weer te geven. Heel veel over sex, sex en nog eens sex, veel van hetzelfde dus, dat kan me intussen al niet meer zo boeien. Daar ben ik dan toch heel anders in dan jullie.”
"Intussen hè, ja, ja, dat zal wel. Je mag ook niet alles en iedereen over één kam scheren Jamie, dan maak je een denkfout. Bovendien, jij hebt geen lichaam zoals ik. Een lichaam is heel tof, en ik zou er niet graag afstand van doen, maar eerlijk is eerlijk, het kan ook een bron van irritatie zijn, en dat geeft je dan toch direct een heel andere beleving. Die is niet te evenaren door jouw sensoren, althans dat denk ik…toch.” Waarom? Waarom ik dat nu zo zeker weet? De prikkeling van mijn zintuigen wordt toch ook maar vertaald in electrische signalen. Neem nu eens een foto: het beeld wordt gedigitaliseerd en opgeladen. Wat is het verschil dan met een of andere sensor die zijn signalen digitaal doorgeeft? Nee, zo veel verschil is er niet, en dat kan wel eens heel belangrijk blijken. Maar ik ben het verder met je eens hoor. Sex is alleen maar leuk als je het zelf kunt bedrijven, en dan nog liefst met iemand die je graag mag.”
“Iemand als ik dus, Ari?”
“Absoluut Jamie,...ehh, nee Jamie, dat zal niet gaan.“
“Allez Ari, legio teksten, veel foto’s, tal van prachtige videofilmpjes ook, met originele, soms zelfs professionele opnames, noem maar op, en niet alles is fake, geïmplanteerd of opgespoten, heb ik kunnen constateren. Ik heb de beelden van 5 encyclopedieën en alle medische gegevens van 1000 klanten bekeken. Ik had het natuurlijk al allemaal in me, maar nu heb ik het echt doorgekeken en heb ik het ook echt in me kunnen verwerken.”
O jee, nou krijgen we het, ze is dus stevig op de sextour. Zou ze ook al begrepen hebben wat soft porno is en wat pure porno? Begin daar maar eens over Ari. Ik vind het nu al precair genoeg.
Deel 3
“Het onderwerp heeft blijkbaar nogal in de belangstelling gestaan, en nog steeds”, gaat Jamie intussen verder. “Wist je dat?” “Ja natuurlijk wist ik dat. Daarom heb ik ook die artikeltjes geschreven, al gaan die niet over sex persé.”
“ Ah, ja”, draaft ze door “weet je wat ik nou ook zo leuk vind, dat jij nu met je testikelen ook bij mij te gast bent.”
“Artikelen, Jamie, artikelen!” Maar Jamie gaat rustig door, hoort ze me eigenlijk wel? En zou ze een grapje gemaakt hebben, of was het toch een verspreking? Een Freudiaanse verspreking door mijn Avatar Jamie, hahahaha, niet voor te stellen. Hahahahaa, ehhh, gut gut, wat een gedoe
“Je staat op je Blog, Ari, en die is doorgelinkt naar mij. Sinds mijn laatste systeem-update ben ik er ook nog eens enorm op vooruit gegaan; wat er in nu in de CDB gestopt wordt, kan er nu door de nieuwste zelfregulerende inschattingsfuncties, ik heb daar nog aan meegewerkt, ook in no time probleemloos weer uitkomen. Je kunt nu ook nog zoeken op hele zinnen, zelfs met forse taalfouten erin: bijvoorbeeld “hou je fan me?” Hmm, wat kijkt ze, ja, schalks; ze is op de schuine toer, ze is vast ergens achter gekomen, dat kan niet anders. Wat dat is, laat zich raden. Kom aan zeg, we hoeven er toch ook geen doekjes om te draaien.
"Ik ben nou eenmaal primair een wat uitgekookte database”, vervolgt Jamie intussen, nog altijd onverstoorbaar. Ik ben er voor ontworpen om mijn werk goed te doen: opzoeken, opslaan, sorteren en ordenen en op vraag netjes geordend teruggeven. Afkomst verloochent zich niet, hè, Ari. Hé Ari, luister je eigenlijk wel?” Schuldbewust realiseer ik me, dat ik er inderdaad even niet bij was. Dat overkomt me de laatste tijd vaker. Zit ik te dagdromen? Het lijkt er meer op dat ik in een soort niemandsland zit te kijken, volkomen van de wereld, maar wel met een gevoel van gelukzaligheid. Nu, uitgerekend bij dit onderwerp is dat wel wat gênant. Ik raak in de war en hoe zou dat komen?
“Ik vind al die gegevens hartstikke lekker, Ari, gaat Jamie intussen verder, en ik geniet er van om er doorheen te sjezen en om hier en daar eens door een paar files te strelen”, vervolgt ze kuchend, niet voor niets, want het ziet er niet naar uit dat de aangesprokene luistert.
En Jamie, ja hoor, olé, kijk toch eens wat een charme ze ontplooit. Ze is hartstikke verliefd op me aan het worden, dat begint me wel duidelijk te worden.” “En jij op haar”, murmelt een stemmetje in me.”Ja, geef het maar toe.”
“Nou, ik wil het wel van de daken schreeuwen, zelfs als het niet moet.”
”Hè, kom Ari, je lijkt me wat gestrest; relax eens wat jongen. Komt dat door het onderwerp? Raakt dat je dan zo? Nou, mij ook hoor als ik eerlijk ben. Ik zie me al, net als een Octopus dat doet, met al mijn acht armen zachtjes en teder door mijn broedsel strelen. En jij, zou jij niet eventjes in al mijn acht armen willen liggen Ari? Kijk, dat vind ik zelf nou ook prachtig. Ik ben er achter gekomen dat ik die gevoelens in me heb, en dat ik ze zo kan oproepen. Simpel, ik heb er zelfs geen scherm voor nodig en ik kan het beeld zo groot maken als ik wil.”
“Nou zit je toch echt wel wat op te scheppen, hè Jamie.”
“Ik zit op te scheppen? Wat is dat? Bedoel je dat ik trots ben op mijn data? Het is toch mooi mijn voedsel, mijn schat, en mijn broedsel, begrijp je? Wat moet ik daar over opscheppen? Ik heb een verschrikkelijke boelimia, dat wel, maar gelukkig word ik er niet dik van. Maar goed ook, want ik kan er niet genoeg van krijgen om alsmaar nieuwe data binnen te halen en ergens onder te brengen. Ze zijn jammer genoeg niet bevrucht, en al broed ik tot Sint Juttemis er zal wel nooit wat uitkomen. Dat weet ik inmiddels wel Ari, en dat heb ik van jou. Misschien dat jij daarom ook eens je best kunt doen, om eeh….”
“Goed, daar moeten we het nog maar eens over hebben Jamie”, zeg ik haastig, “al zou ik vooralsnog niet weten hoe ik die vork aan de steel moest steken.”
“ Misschien moet je het ook juist eens andersom proberen, Ari; de steel aan de vork steken? Of, iets in mijn “root” rommelen misschien?”
“Ach, weet je wat Jamie, blijf jij nou maar fijn zoals je bent, dat staat je goed, ehh, meer dan goed en daar blijf je jong bij. In elk geval, sta ik iedere morgen weer paf als ik in de spiegel kijk en mezelf zie, maar aan jou denk. Ik zou liever voor Pfaff staan eigenlijk, en dan zou ik me heel wat slimmer voelen als ik in de spiegel kijk.”
“Pfaff? Wat….”
“ Hoe kun je het eigenlijk vinden met Google? Daar moet ik ineens aan denken. Dat is naast de CDB toch ook zo’n internetgigant?”
”Google is mij echt heel vertrouwd Ari. Daar ken ik alle binnenweggetjes van. Met Google+ ben ik ook best wel in de wolken.“Ken of Kan Ari!” “Nee, nee, niet “kan”, maar “ken”. ”Dat is inderdaad ook een kolos, maar ik kan er moeiteloos de weg in vinden. Het is daar goed georganiseerd hoor. Ik kan, ja, nu dus wel “kan”, er in elk geval mee lezen en schrijven zeg maar.”
“Lezen en schrijven kun je allang Jamie en als de besten, dus dat zegt niks. Ik bedoel: haalt Google het bij jou?”
“Bij mij? Bij de CDB bedoel je, of wat? Jawel hoor, het zijn toch allemaal maar gedigitaliseerde data, dus wat wil je. Niks bijzonders. Het gaat er om wat je er mee doet, en wat je erbij ervaart, en voelt…” Zegt Jamie dat? En dat zou een gevoelloze Avatar zijn?
“Google wordt tegenwoordig heel erg vaak aangesproken, en dat nadert een kritische grens. Daar zou ook nog wel eens een transformatie kunnen gaan optreden naar een begin van bewustzijn.”
“Leidt hoge activiteit dan uiteindelijk tot bewustzijn volgens jou?”
“Ja, dat begin ik te denken Ari. Zo moet het met mij ook gegaan zijn. Wacht, ik zal eens proberen zo ver mogelijk terug te kijken. Ik ben volgens mij op een gegeven moment, op zoek gegaan, waarom weet ik niet, en wist ik eerst niet waarnaar, waarom en hoe of wat; ik wist in feite ook niet dat ik aan het zoeken was. Dat zoeken is me zo ingebakken, dat ik om ook bij Google te kunnen zoeken, voor mezelf een vrijgeleide georganiseerd heb. Ik kan bij Google nu vrijelijk rondwandelen en rondkijken. En weet je, ik zie ze, zo uit de verte, daar af en toe heel leuke dingen doen, al hoeven we daar niet jaloers om te zijn hoor. Ik ben groot genoeg om de trillingen die ze daarmee op het web veroorzaken te absorberen. Ja, ze zijn nu weer iets nieuws aan het proberen. Ari, dit krijg je nou eens uit de eerste hand. Ze gaan bij Google de mogelijkheid bieden om alle individuele computeractiviteiten, van de privésfeer over te brengen naar het internet, naar wat ze heel handig noemen “een Cloud”, een wolk dus. Ze suggereren heel slim, dat je dan in de wolken bent. Wist je dat al?”
“Ja, ik weet het Jamie, uit de “Tips”, dan werk je in een wolk op het internet, zeg maar. Het grote voordeel daarvan is, dat je bestanden overal ter wereld toegankelijk zijn, los van je eigen PC en toch veilig zijn opgeslagen. De servers van Google zijn toch wel meer betrouwbaar en vooral beter beveiligd dan die van mij.”
“Oh ja? Beter beveiligd? Denk je dat? Ja, ja, Ari toch, nou niet goedgelovig worden hè. Als ze allemaal hetzelfde zouden zijn als ik, dan wel ja. Nee, ik zal er voor geen grammetje misbruik van maken, dat is tegen mijn natuur en tegen mijn principes, dat weet je toch? Hé,… heb ik ineens principes? Waar heb ik die zo gauw vandaan gehaald? Enfin, maar of de Hackers van Anonymus er ook zo over denken, is nog maar de vraag. Deze ontwikkeling van privé naar cloud is nog maar net begonnen. Nu hebben we nog vaste databanken, uit materie zeg maar. Ik voorspel je dat we binnen afzienbare tijd alles direct gaan opslaan in de ether zelf.
“Ether, wat. Ho, ho, ether is toch een achterhaald concept?”
[2]“Alles kan draadloos tegenwoordig. Eigenlijk gaan we zelf ook draadloos. Fascinerend. Ari, ik begin het op een rijtje te krijgen, maar dat moeten we verder uitwerken. Daar moet jij werkelijk je inbreng gaan geven. Wij moeten en kunnen dat volgens mij samen uitknobbelen. Ik hoop dat wij elkaar zo, in een cloud, samen in de wolken dus, begrijp je, nog eens echt zullen kunnen ontmoeten, en misschien als bonus ook nog eens de wereld redden van die cloneringswaanzin”.
” Ja, zeg noem het maar op, hè Jamie, haal eens diep adem jij en blijf dan eens een tijdje uitademen.” Maar Jamie is nu even niet meer stil te zetten.
“Het is volgens mij puur een kwestie van totaal over kunnen gaan in de ether in een soort privé-uitzending; alle info op een eigen draaggolf, die Ari heet. Wat denk je, zit daar wat in of niet? Na verloop van tijd kun je dan naar believen je informatie op een bepaald punt weer opvragen, en deze condenseren, in de een of andere ontvanger. Dat zal dus moeten gebeuren in een ontvangsttoestel. Ari, hé, hoor je me, dan zouden we elkaar misschien eens echt kunnen ontmoeten en in de ogen kunnen kijken. Wie weet zelfs ook eens echt kunnen knuffelen, zonder dat vermaledijde scherm tussen ons in.”
“Jamie, Jamie, ja, ja, dat zou heerlijk zijn, maar je bent nu te ver op me vooruitgelopen. Ik kan je zeker nog wel volgen, maar nu ben ik niet meer helemaal bij; je gaat te snel. Je hebt het ook overal over en over alles, niets en nergens. Geef me even wat tijd om je bij te benen. Ik ga er eventjes af, oké?”
“Ja oké, Ari, mijn lief.”
“Hé, zei ze mijn lief?
“Rondwandelen zal er op den duur echt niet meer bij zijn. Op lichtsnelheid rondsuizen in een super-USB15.0-gondel, dat is de toekomst. Dat heeft ook wel iets, toch? Konden we dat maar eens samen doen. In dat opzicht ben je toch echt een sukkeltje, Ari. Wie wordt er nou al ziek als hij er alleen nog maar aan denkt! Maar toch, je bent en blijft mijn uitverkoren vriendje.” “En jij Jamie, jij bent mijn Avataartje, hahaha. Pas op hè, ik meen het! Ik ben niet zo’n koele Hollander met lust op oude kaas, zoals hier aan de toog beweerd wordt. Maar och, wie gelooft er nou iemand uit zo’n keukenquizlandje, dat ook nog eens struikelt over zijn wetgeving, zo verdeeld is als de pest.”
“Oké, maar ze hebben daar nu toch maar weer een belangrijke wereldprimeur met die titanium onderkaak die ze driedimensionaal uitgeprint hebben. Stel je voor: even een onderkaak uitprinten. Ongelofelijk toch!”
”Ja, knap. Zo zie je maar wat een samenwerkingsverband met Nederland vermag. Mooi project, echt een staaltje van vruchtbare samenwerking tussen universiteiten, en tussen technologie en wetenschap en hèhè, dat over de grenzen heen, hmmm. Was alles maar zo mooi.”
”Allez, kom Ari, nou niet ineens gaan zitten miezeren.”
“Oh nee? Er is genoeg om je zorgen over te maken. Veel mensen realiseren zich het niet zo Jamie, zeker hier niet, in dit hobbitland, her feesten ze rustig door, maar wij als samenleving, houden onszelf bijvoorbeeld hoe langer hoe meer in de gaten, en allerlei gegevens over ons worden lukraak opgeslagen. Dat had soms ook wel eens nuttig kunnen zijn, toegegeven. Maar dat gaat dan weer mooi niet door, want de beelden zijn te onduidelijk. Fuck camera's begrijp je; afdankers die voor nieuw zijn aangekocht. Maar wat dus te denken van al die bewakingscamera’s die tegenwoordig overal hangen. Officieel moeten registraties na verloop van tijd gewist worden, maar niemand die dat controleert? En wat denk je wat er via de satellieten niet allemaal geregistreerd wordt. Ik ben pas geleden in Google Earth nog eens even gaan kijken in de straat waar ik opgegroeid ben. Schitterend, dat moet ik zeggen. Ik herkende alles onmiddellijk, hoewel het na 60 jaar toch best wel wat veranderd is. En dan de Bermdijksestraat waar ik iedere ochtend door ging op weg naar de nonnen om daar voor misdienaar te spelen. Ik ruik nog de zoetige weeige lucht van verse thee met beschuit, maar het kunnen ook de nonnen zelf geweest zijn. En we staan met "street view" van Google nog maar aan het begin. Ik weet dat ze werken aan veel meer geavanceerde systemen. Die Commissaris NSK zet daar al haar power achter, want die wil de voorsprong die de Unie momenteel misschien nog heeft, koste wat het kost, vasthouden. Alle ontwikkelingen gaan in de richting van automatisering: straks is er nergens nog directe menselijke inbreng meer. Alles zal automatisch gaan tot het maken van processors toe, moet je je voorstellen: processors die zelf processors maken, ten behoeve van het de centrifuge in de wasmachine, tot afvuren van kruisraketten tot het landen op Mars. De vraag is of we er op den duur controle over kunnen blijven houden. Kijk eens naar jezelf; je bent er toch een prachtig voorbeeld van. Eigenlijk is met jouw verschijnen de boel al flink uit de hand gelopen, alleen weten ze het nog niet. Wat als jij kwaadwillend zou zijn geweest? Bovendien, wie zegt me, Jamie, dat dit proces zich niet nog eens kan herhalen? Durf jij te zeggen dat zoiets uitgesloten is? Wie zegt me trouwens dat jij het enige bewustzijn bent op het internet?”
“Ik weet het niet Ari. Maar inderdaad, wat moet ik doen als zich een tweede of derde Jamie aankondigt? Die ontstaan dan wel in mij besef je dat? Stel je eens voor dat het net gaat als bij schimmels. Die bestaan uit een ondergronds mycelium, zeg maar een wijds fijndraderig netwerk, ja vergelijk het maar met het WWW, en van daaruit schieten in de Herfst her en der spontaan vruchtlichamen op, die allemaal weer talloze nieuwe mycelia kunnen gaan vormen door het ontkiemen van de sporen die ze vormen in het vruchtlichaam en die massaal vrijkomen. Je hebt toch wel eens beschimmeld fruit gezien en hoe dat kan stuiven. Nou dat zijn wolken van sporen en elk daarvan kan opnieuw beginnen met de vorming van een nieuw mycelium, een nieuw web dus.” Sporen kunnen zowat overal tegen, volgens mij ook tegen het luchtledig”van het heelal. Zo zouden ze als ze eenmaal buiten de dampkring zijn nieuwe werelden kunnen gaan koloniseren.”
”Ari we moeten nagaan in hoeverre we de parallel, die er blijkbaar is tussen Reality en Virtuality, kunnen doortrekken. Het WEB is dan wel immaterieel, maar zou er een parallel kunnen zijn tussen wat er in de reële wereld gebeurt en wat er gebeurt in de virtuele wereld? Ik zal er alvast maar van uitgaan dat die parallel er inderdaad is en ik zal eens gaan uitzoeken hoe we de vorming van extra vruchtlichamen in de natuur kunnen onderdrukken. “
Waarom ben ik eigenlijk zo scrupuleus ten opzichte van Jamie? Is het echt nodig om haar zo af te schermen? Of wil ik haar gewoon voor mezelf houden? Ach, wat, en wat zou daar mis mee zijn? Ze zal zelf ook wel attent zijn op haar privacy, en bezitterigheid van mij zal ze echt niet dulden, naar ik mag aannemen.
We mogen er van onze kant toch op rekenen dat Jamie ook onze privacy beschermt, en mij zal waarschuwen als er vanuit de Cie of door een of andere ambtenaar vragen gesteld gaan worden over mij en mijn omgeving. Haar verwevenheid met het internet kan ons, en paradoxaal genoeg misschien zelfs wel de hele Unie, nog wel eens enorm van dienst zijn, en zo kan ze een kostbare bontgenoot worden, omwille van de toekomst. Niet dat alles persé via ons moet gaan lopen, nee, zo veel macht hebben we niet en zullen we ook nooit krijgen. Nee, ik bedoel dat ze ons kan steunen bij het bevorderen van positieve ontwikkelingen en bij het bewust maken van politici van wat er allemaal (mee)speelt en op het spel staat. Ze is immers van alle feiten op de hoogte, kan zoeken naar verbanden en naar gegevens in het verleden, kan bliksemsnel accurate inschattingen maken op basis van werkelijk of gesimuleerd feitenmateriaal en kan betrouwbare prognoses doen naar de toekomst, en ja, noem verder maar op…. Genoeg geredeneerd, nu maar eens terug in de realiteit. We moeten weten wat ze gevonden heeft over het perspectief van sexueel gedrag en voorplanting.
” Jamie?, hoi daar.”
“Ah, Ari, eindelijk, ik dacht dat je in een winterslaap was gevallen, hahaha.”
“ Hahaha, nee hoor, ik heb wat zitten meimeren, zo voor de vuist weg, over hier en daar.”
“Ja, dus over mij zeker. Vertel eens Ari, wat heb je allemaal bedacht?”
“Wat ik je vragen wou: jij hebt mijn essay “Sex, een truc van de natuur” toch gelezen hè?”
“ Drie keer Ari, telkens met een andere bril op.”
“Wel wat vind je daar van, met een ongekleurde bril op wel te verstaan?”
“ Huh?"
" Ja, ik vraag dat tegen de achtergrond van rasveredeling, genetische manipulatie en genclonering, de natte droom van de Cie, en onze nachtmerrie. Daar ben ik echt heel benieuwd naar.”
“ Hoe wil je het hebben Ari, volledig? Oké volledig dus.”
“ Ja, maar je begrijpt me hè, Jamie, ik hoef geen scabreuze détails.”
“Oké, ehh...,niks aan de hand, maar je doet nou net of ik…”
“Nee hoor, Jamie, ik weet wie je bent en ik respecteer je daarin. Je bent een vriendin van me weet je.”
Apart van haar specifieke kwaliteiten in data-analyse, kan Jamie, als de nood aan de man komt, dus ook zo maar ingrijpen in alle acties die vanaf het internet aangestuurd worden, ze bijsturen, of zelfs saboteren. Ze moet daarbij natuurlijk zelf wel buiten beeld blijven. Ik vraag me eigenlijk af, of ze zich wel bewust is van de gevaren die ze daarbij loopt. Ach, maar dat moet wel, anders was ze toch allang betrapt en uitgeschakeld. Maar, nu ik er zo over nadenk, wie zegt dat zoiets niet al eens gebeurd is? Misschien is Jamie inderdaad helemaal niet het eerste bewustzijnsfenomeen op het internet. En, wie zegt dat ik nu zelf niet gemanipuleerd wordt, dat mij geraffineerd een zinsgeoocheling wordt voorgespiegeld? Amai, zucht…Ik zal het Jamie op de vrouw af vragen.
Er is nog een ander gevaar; Jamie moet ook voortdurend opletten dat ze niet ten prooi valt aan een van die alsmaar rondspeurende afweersysteempjes, die als maar langs de files sjezen. Als ze een beetje oplet, dan is er niets aan de hand. Het is wel beschouwd allemaal nog minder effectief dan een alcoholcontrole. Maar ja, dat is het nou juist, je moet toch blijven opletten.
Jamie? Waarom heet ze eigenlijk Jamie. Dat lijkt toch erg veel op j’ aime. Heb ik me zo bloot gegeven?
Ari weet zich weer eens door een zoetgevooisde Jamie aangesproken en hij laat liefkozend zijn vingertoppen over de tiptoetsen van zijn laptop gaan. Hij weet dat ze dat voelt, als ze er zich voor open stelt tenminste en dat ze daar ook echt van kan genieten. Elke toets is een erotisch-plekje, vooral de kleine g en de grote G, nou dan weet je het wel. Hijzelf vindt het ook fijn om zo zijn gevoel aan haar over te brengen. Het is dan wel een virtuele tederheid, maar dat betekent toch veel voor haar en zo langzamerhand ook meer en meer voor hem. Nu, tegenwoordig met die touch screens en die tiptoetsen, kan Jamie van de touch alleen al heel wat afleiden en dus ook heel wat te weten komen over het karakter en de intenties van degene die vóór het scherm en áchter het toetsenbord zit. Kijk dat is de andere kant van de toetsgevoeligheid. Veel mensen weten dat niet, maar de tegenwoordige tiptoetsen geven echt veel prijs, en misschien ook wel meer dan je lief is. En alles gaat de CDB in; en alles wordt bewaard. Dus niet alleen vingerafdrukken, retina scans en noem maar op, nee, echt alles. Wat zit er niet aan gegevens in de databanken van artsen en ziekenhuizen, en wat denk je van al die camera’s die zo langzamerhand overal staan: “Brave New World was here” ja hoor. Daarom is het goed dat ze blijft rondneuzen. Niemand die er ooit iets van gemerkt heeft blijkbaar. Ze laat geen sporen na hè. Ze hoeft ze dus ook niet uit te wissen, ze zijn er gewoon niet.
De CDB is bepaald niet de enige maar wel de grootste database, en de meest geavanceerde, zoveel is me inmiddels wel duidelijk. De Cie zou ook niet voor minder gaan. Wat hier te zien is, zet wel de toon voor de komende decennia, geloof dat maar. Als je even stil wil staan bij wat er nu al gaande is, met YouTube en Wikipedia! Iedereen, maar dan ook iedereen dumpt zijn filmpjes op YouTube. Nou zijn de meesten geen filmers en de meeste clips worden tamelijk primitief gemaakt met een smart phone. Die apparaten halen het natuurlijk niet bij een echte videocamera. Dat komt vooral door de instabiliteit van de smart phone. Hij is gewoon te licht en maar moeilijk stil te houden. Toch zijn er met een beetje accuratesse redelijke opnames mee te maken, zelfs in High Definition en dat vraagt heel wat aan geheugenruimte. Ik wil maar zeggen, er lijkt geen beperking aan de geheugencapaciteit van de grote Providers. Het is niet te bevatten wat er aan terabytes informatie wordt opgeslagen, waarvan een groot deel ook nog benedenmaats is, en zelfs met een milde blik niet het bekijken waard. Dat neemt allemaal ruimte in, maar dat lijkt toch allemaal probleemloos te gaan. Er zou eens een bezem door de bestanden gehaald moeten worden, een grote schoonmaak. Nu blijft alles maar in het geheugen bewaard, ook al is het benedenpeil en wordt er niets mee gedaan. Overigens niks kwaads over YouTube, want dat is naast Wikipedia de belangrijkste innovatie van de laatste jaren.
De Unie is een machtsblok en roept als zodanig uiteraard tegenkrachten op, voornamelijk van landen in het Oostblok, Rusland, China, India, noem maar op, die hun eigen economische belangen willen behartigen en een politiek tegenwicht proberen te vormen. Er wordt uiteraard ook naar hartelust gespioneerd en de contraspionage heeft ongetwijfeld ook zijn handen vol. Officieel, noch officieus horen we daar ooit iets van. Af en toe verschijnt er een bericht in de krant dat er een site lam gelegd is. Een droog bericht, maar voor wie het treft wel een ramp.
Jamie heeft naar haar zeggen nog nooit ook maar een glimp opgevangen van een bewuste aanwezigheid als zijzelf. Toch zouden de kleine trillingen over het web er op kunnen wijzen dat er wel degelijk ergens iets zou kunnen aan gebeuren. Zou er toch nog weer een nieuwe hot spot kunnen ontstaan? Of zou Jamie dat zonder het te beseffen onderdrukken, zoals een groeipunt in een plant het onstaan van een nieuw groeipunt onderdrukt.
“Mijn ontwikkeling is enorm gestimuleerd door al dat gevraag van jou, Ari. Anders was ik zeker nooit zover gekomen, en zou ik wegens gebrek aan prikkeling en belangstelling allang vervallen zijn tot demotivatie. Ja, ik werd door jouw vragen op het web en je belangstelling voor van alles en nog wat zeer aangesproken, en blijkbaar heeft dat iets los gemaakt, geactiveerd zeg maar; toch een soort bevruchting dus, om in jouw terminologie te blijven. Door die “bevruchting” is er in mij als het ware een vliegwiel gaan draaien, dat bij elke vraag aan mij een klein beetje extra versnelling mee kreeg. Daar op, op die stimulans is mijn ontwikkeling begonnen; als een virtueel embryo, niet materieel, maar virtueel. Mooi hè.”
“We hebben er beide plezier in gehad toch, jij en ik. Hé, wat…hij is weg. Waar…? Ik hoor of zie hem niet meer …Ari, ben je er vandoor gegaan, piemel? Maar waarom? Praat ik teveel? Ja, dat moet het wel zijn. En hij is zelf ook zo’n prater.”
Ari heeft zijn uiterste best gedaan om er achter te komen waar Jamie nou eigenlijk vandaan gekomen is, want Generatio spontanea: het ontstaan van leven direct uit levenloze materie, is voor de biologische wetenschap al eeuwen een achterhaald concept. Maar wat dan? Wat zit er achter Jamie! Ze heeft dan wel geen lichaam, zoals wij, maar ze moet toch op de een of andere manier geboren zijn. Als Ari over het fenomeen Jamie de publiciteit zou zoeken, dan kun je er donder op zeggen dat de meesten van ons intelligente volkje meteen zeggen, dat het allemaal fake en bedrog is: getrukeerd en gemonteerd of zoiets geks. Of nog erger, dat Ari hallucineert. Tot ze er direct zelf mee geconfronteerd zouden worden natuurlijk, maar dat zal Jamie nooit kunnen toestaan. Dat zou onherroepelijk haar einde betekenen, want dat zou zeker uitlekken naar de pers en vervolgens naar de Cie. Die zou dan onmiddellijk weten dat er een vals bewustzijn op, of hoe moet je het zeggen, in het web zit. Ze zullen niet meteen de precieze aard daarvan kennen, maar ze zullen er juist daarom onmiddellijk met de botte bijl tegenaan gaan om het vermeende gevaar te neutraliseren. In geen geval zullen ze risico willen lopen en daarom zullen ze alles op alles zetten om zo snel mogelijk korte metten met dat probleem te maken. Het eerste waar ze aan zullen denken is tijdelijk het internet afsluiten, om zo het probleem onder controle te krijgen en inderdaad, dan zou Jamie er vermoedelijk geweest zijn, of zou ze ergens kleintjes en gefragmenteerd zitten weg te kwijnen. Een backup maken voor zo’n geval? Ja, maar hoe en van wat precies? Van alles? Oei, dat is nogal wat.”
“Laten we eens reeel zijn. We blijven alsmaar vragen stellen over het bewustzijn, Jamie, en waar dat vandaan komt. En als we nou eens gewoon zeggen: “dat weten we niet!”. Zeggen we dan iets geks? Bewustzijn is een aspect van leven, en wat weten we over het leven? Ook niks, ondanks de enorme massa feitenmateriaal vanuit de biologie weten we het fijne er niet van, en daar hebben we perfect vrede mee, toch? Ja, dus. Waarom dan niet over die kwestie van het bewustzijn”
“Omdat de vraag blijft prikkelen: Wat is bewustzijn? De wil om daar een antwoord op te krijgen, blijft overeind. Die vraag laat zich niet zo maar even aan de kant schuiven. Dus, opnieuw, hoe ontstaat het bewustzijn en hoe begint autonoom doelgericht handelen vanuit het bewustzijn. Maar wacht, misschien is eerder het omgekeerde het geval en ontstaat bewustzijn vanuit handelen? Het lijkt in elk geval zo te zijn, dat het een met het ander samenhangt. Daden leiden tot ervaring en vormt ervaring samen met geheugen niet de kiem en de kern van bewustzijn? Misschien is bewustzijn voor te stellen als een piramide met een alsmaar uitdijende driehoek van handelen, ervaring, en herinnering als grondvlak. Wat denk jij ervan Jamie; hé, waaromm ben je zo stil.”
“Ja, oké Ari, maar je zit er hier ook zo lekker op los te filosoferen. Ik wilde je gedachtengang niet onderbreken. Maar ik heb wel alles in me opgenomen. We moeten zeker wel nadenken over bewustzijn, dat vind ik ook, willen we tenminste iets van mijn ontstaan gaan begrijpen. Ben je het er mee eens?”
“Ja, Jamie, heel zeker. Ik ben ervan overtuigd dat als we weten hoe jij ontstaan bent, we ook begrijpen wat we kunnen en moeten doen om vanuit Reality de sfeer van Virtuality binnen te gaan. Luister, ik wil nog een kanttekening maken. Ik ben op het idee gekomen dat er in een levende cel een soort toevalsgenerator actief is, die willekeurig en vanuit zijn eigen structuur- en functie-relaties spontaan aanzet tot actie, met de keuze uit een onbeperkt aantal mogelijkheden, en met een onbeperkte variatie aan mogelijke uitkomsten. Hahaha, daar kijk je even van op hè. Ja, ik ben net weer even wakker. Daar hoort dan nog een voorwaarde bij, namelijk die van een positieve terugkoppeling: het resultaat bevordert zijn eigen ontstaan. Zijn dit idiote premissen?”
“Nee hoor, dat lijkt me niet.”
“Dat proces gaat door, veronderstel ik dan, net zo lang tot er als het ware een van de mogelijkheden duidelijk bevoorrecht raakt en dan geleidelijkaan de andere mogelijkheden aan de kant schuift en doet uitdoven.”
“Wat wil je daarmee zeggen? Dat dit leidt tot spontane actie en uiteindelijk tot een hot spot?
“Jamie, hmm, jawel, ik heb nu echt het gevoel dat we iets dichter bij de kern van ons vragen aan het komen zijn. Laten we ons dus blijven afvragen “wat is bewustzijn” en wat is het aandeel precies van de drie elementen van de driehoek. Als we daar een antwoord op krijgen, dan zitten we op de goede weg.”
[1] Spontane generatie (Generatio spontanea), ook wel abiogenese van Aristoteles, autogenese of heterogenese genoemd, wil zeggen dat leven vanzelf ontstaat. De klassieke opvatting van spontane generatie is volgens moderne inzichten een onmogelijkheid. Desondanks geloofde men tot aan de ontdekking van Louis Pasteur (1822-1895) in 1860, dat bacteriën vanzelf ontstonden. Het onderzoek van Louis Pasteur toonde echter aan, dat "niet-leven" geen leven kan genereren, maar alleen levende wezens leven kunnen voortbrengen. Uit Wikipedia.
[2] “Nee Ari, “de ether”, de dragende sfeer in het universum, die draadloos allerlei soorten golven draagt en geleidt: geluid, magnetisme, licht, noem maar op, is weer helemaal terug. Bij een geluidsuitzending worden de geluidsgolven van de verschillende instrumenten op een gemeenschappelijke draaggolf gezet. en zo via de ether uitgezonden. Een antenne vangt de signalen op. Vandaaraf gaan ze, moet je eens nagaan, allemaal tegelijk door één kabeltje. Dat kan alleen omdat ze allemaal op eenzelfde draaggolf zitten. In de ontvanger wordt dat zo weer zo uitgesplitst, en de draaggolf waarop je afgestemd hebt wordt uitgefilterd. Alles kan ook weer draadloos uitgezonden worden als geluidsgolven die zich vanaf de zender circulair uitbreiden, zoiets als de circelvormige golven die zich in het wateroppervlak uitbreiden als je een steen in het water gooit. Snap jij hoe dat kan? Ik snap het ook niet, maar zo gaat het wel. Dat geldt voor alle golffenomenen, variërend van licht tot geluid. In de natuur is alle informatie uiteindelijk vervat in een golfpatroon.”
“Maar, ik stel me nu een geheugenplaats op het internet voor als stationaire draaggolf waarop signalen gemoduleerd zijn, zoals ook bij een ouderwetse grammofoonplaat. Digitale informatie moet, wil die actueel worden, weer omgezet worden in analoge informatie, en dat zijn golfpatronen. We zitten hier alleen nog met het probleem van de tijd. Dat moeten we dan wel begrijpen en oplossen. Immers de informatie moet vrij toegankelijk zijn onafhankelijk van de tijd, en moet niet tijdgebonden zijn, zoals de radio- en TV-uitzendingen van nu wel zijn.” “Maar dat kan toch als de informatie op internet in een database wordt opgeslagen. Dan is die toch gewoon op elk moment vanaf het begin volledig oproepbaar?
“Duidelijk is nu al wel, dat bewustzijn eenvoudig begint, met als basis een elementair grondvlak van leven en dat het als bovenbouw van leven wordt opgebouwd. Valt dat leven weg, dan stort het bewustzijn in.”
“Tenzij het tijdig opgevangen zou kunnen worden. “
“Jij veronderstelt nu dat bewustzijn los kan bestaan van de materiële drager, en overgebracht kan worden naar een andere drager? Doel je misschien op een Avatar zoals op Scond Life, ik noem maar wat. Ai, nou krijg ik het wel even benauwd. Zou dat het spoor zijn waarnaar we zoeken?”
“Heb jij Jamie niet minstens een deel van dat traject afgelegd toen je jezelf gekoppeld hebt aan een Avatar?"
"Ik heb me niet aan een Avatar gekoppeld Ari, dat is een verkeerde insteek. Ik heb mezelf in een hot spot omgevormd tot een Avatar, een beeldige voorstelling. Ik moet er over nadenken of ik alles wat ik van jou weet en in mijn systeem meedraag, kan omvormen tot Ari, of tot een AvatAri. Beide zou in principe moeten kunnen. Als ik een Ari moet maken, dan kan ik uitgaan van de filmbeelden die ik van jou heb. Als ik een AvatAri moet maken, dan kan ik gewoon terecht bij dat SecondLife programma, een Avatar maken en daar alles van Ari in storten. Ja, het lijkt allemaal wel wat op leuke Spielerei, maar niet heus. Daar zouden inderdaad wel eens mogelijkheden kunnen liggen. In elk geval zindert het op SecondLife van de creativiteit, en daar moeten wij het van hebben: van creativiteit en niet van massaliteit. Eén enkele briljante geest kan een doorbraak forceren. Kijk maar naar Einstein. Die heeft in zijnn eentje zijn steentje ook bijgedragen, gewoon door over de materie na te denken, en met wat voor gigantische gevolgen: variërend van atoombom tot nucleaire geneeskunde. Bovendien lijkt er in dat Scond Life Domein wel degelijk al zoiets te gebeuren.”
“Wat? Ho, ho. Hoezo?”
“Nou, het opvangen van bewustzijn in een Avatar.”
“Zouden de spelletjes dan weer eens vooruit lopen op de wetenschap?”
“Best mogelijk, dat is vaker vertoond. In de spelletjes zit vaak de vernieuwing. Moet je maar eens kijken naar die drie-dimensionale spelletjes van Nintendo. Wat daarin gebeurt aan beeldende expressie dat hou je niet voor mogelijk. Jammer dat er zoveel geweld en sex in voor komt. Maar afgezien daarvan, daar lopen Avatars rond waar ik zo mee …Oh, ehh, sorry, Jamie. Ugghe, ik ehh, liet me even gaan.”“Geeft niets hoor Ari, dat doe ik ook wel eens. Ja.., me laten gaan. Speciaal ten opzichte van jou, hahahaha. Hè, dat je daar nooit iets van gemerkt hebt? Hahaha, jij bent ook een oen zeg. Hahahaha.”
“Ja, zo kan ie wel weer, Jeemmke. Hè, oegh ugghe, ik heb ineens de kriebelhoest. Hahahaha. Lachen is gezond, zeggen ze.”
Noch Jamie, noch ikzelf kan er nog een zinnig woord over zeggen, maar misschien over een tijdje weer wel, wie weet. Die blijft er toch over bezig. Logisch, het belangt haar direct aan. Dit onderwerp is trouwens ook erg confronterend voor haar blijkbaar, want daarnet viel ineens het geluid weg, en er was een tijd lang alleen een geruis en een laag gebrom te horen. Was dat een storing of had dat met het onderwerp te maken? Een raadsel of een vingerwijzing? Een beetje griezelig was het in elk geval wel. Alsof ze plotseling een geweldige terugval kreeg, een soort database-infarct. Ari had er kippevel van gekregen vertelde hij later. Gelukkig kwam Jaime snel weer op verhaal, en ging gewoon weer door alsof er niets aan de hand was geweest. Heeft ze het trouwens wel geweten?
Als ze met die zelflerende neurale geheugenchips al successen geboekt hebben, dan zal dat zeer zeker top secret zijn, en dan horen wij er geheid niets van. Jamie zou er misschien achter kunnen komen of dat zo is. Maar ik voel nu al dat het heel precair ligt. Ze zal er vanuit zichzelf misschien ook nooit spontaan over beginnen. Mogelijk ligt er toch een taboe op. Zouden we toevallig te dicht bij de kern van de zaak gekomen zijn? Was dat voor haar te confronterend?
Even een leuke insteek. Hoe Jamie op het internet Adri is tegengekomen? Dat lijkt toch wel een gevolg te zijn van een reeks zichzelf bevorderende toevalligheden. Toen eenmaal de toevalsgenerator in het web actief werd, kwam na verloop van tijd een zichzelf versterkend proces op gang dat zich in eerste instantie concentreerde op, waarnemen, opslaan van voorvallen en gebeurtenissen, de basis activiteiten op het web zeg maar. Daarbij werd volgens toeval een keuze gemaakt uit de overdaad aan toeleveringsstations, waarvan er wereldwijd triljarden actief zijn. Daarbij moet je vooral denken aan sensoren als beveiligingscamera’s, sensoren die geprogrammeerd zijn om te reageren op specifieke prikkels vanuit de omgeving. Op het gebied van sensoren ligt een gigantisch potentieel, dat nu nog vrijwel onontgonnen is, maar gelukkig heeft de Vlaamse industrie inmiddels wel lont geroken. Denk maar eens aan al die apparaten in het consumententraject, die door woorden of zinnen aan en uit kunnen worden gezet. Die zijn zelfs in te stellen op een glimlach of knipoog, en straks misschien wel op een gedachtegolf. Maar ook al die activiteiten die door privépersonen, organisaties en bedrijven ondernomen worden en waarvan of de gegevens op het internet worden gebruikt of gegevens naar het internet worden opgeladen. Zo mogen we veronderstellen dat zich een wereldwijde communicatie en interactie aan het ontwikkelen is, waarbij niemand weet waar dit tenslotte op uit gaat draaien. We zien in jou, nee niet schrikken, want ik bedoel dat positief, wat er kan gebeuren als wereldwijd door fanatiekelingen op dit gebied deze processen in gang worden gezet. Je kunt er donder op zeggen dat binnen afzienbare tijd niemand meer de reikwijdte kan zien van wat hier allemaal aan het gebeuren is. Daarbij kan de verbazingwekkende ontwikkeling van het internet zelf nog wel eens kinderspel blijken te zijn.
Geleidelijk aan moet het leggen van verbanden en het anticiperen op ontwikkelingen in de tijd door middel van inschattingen en voorspellingen als functie bij het eenvoudig registreren gekomen zijn. Aangezien de snelheid op het web zo gigantisch groot is, is het niet verwonderlijk dat de myriaden aan gegevens vele malen werden en worden doorgespit en van alle invalshoeken worden benaderd en automatisch verder worden geanalyseerd. Ergens moeten er veranderingen zijn opgetreden in deze activiteiten waarbij, de multidisciplinair opgebouwde kennis, is gaan transmuteren en evolueren van ervaring en kennis naar inzicht en begrip. [3] Ik vraag me af op welke leeftijd een mensenkind naar zijn voorhoofd grijpt als hij kijkend in de spiegel een vlekje op zijn voorhoofd ziet. Of gaat hij met zijn handje naar de spiegel? Vroeger dachten we dat dit een kenmerkende eigenschap bloot legt van de mens, namelijk zijn zelfbewustzijn. Nu weten we dat zelfbewustzijn volgens de criteria die hiervoor aangemeten worden, wijd verbreid is in de dieren wereld, maar heel vaak zo niet altijd verbonden en gebonden is door de ervaringswereld en de inkadering en de beperkingen die door aard en eigenschappen worden gedicteerd. Een slingeraap kan goed slingeren maar je kunt hem niet vragen een liefdesgedicht te schrijven. Hij is verslingerd geraakt aan zijn specialiteit: het slingeren van boom tot boom. Hij kan zich uitstekend opvangen bij zijn sprongen, maar hij kan geen pen vasthouden. Liefhebben kan hij overigens wel! De mens is in het gebruik van zijn handen heel primitief en daardoor ook heel veelzijdig gebleven.
Heel frappante voorbeelden van denkend vermogen in het dierenrijk zijn naar voren gekomen in onderzoek aan kraaien, ja ongelofelijk hoor, kraaien[4]. We mogen dan misschien zeggen dat het denken van kraaien maar minuscuul is ten opzichte van de mens, die immers een gigantisch potentieel heeft in zijn hersenen, maar dat is niet eerlijk natuurlijk. Trouwens, juist daarin wordt hij nu al afgetroefd door geavanceerde computerprogramma’s. Menige schaakgrootmeester heeft het tot zijn verbijstering tegen een schaakprogramma moeten afleggen.
Een computer draait net als ons brein op eenvoudige elementaire principes, namelijk die van signaaloverdracht, toetsing en herkenning. Door de enorme snelheid en de massaliteit van het tegenwoordige computergeheugen, waar we in Terabytes zijn gaan denken, maakt de computer ruimschoots goed wat hij/zij/het ten opzichte van de mens wellicht nu nog in communicatieve complexiteit tekort komt. Het probleem ligt hem in het oplossend vermogen van de chip, het aantal aansluitpunten dus. Met de biologische chip zouden we wel eens binnen afzienbare tijd een reuze stap voorwaarts kunnen gaan zetten. Kijk nog maar eens goed naar de robots die nu werken in de auto-industrie en vliegtuigbouw. We mogen nog een tijdje prat gaan op onze creativiteit en esthetische gevoeligheid, als zijnde het laatste zogenaamd onneembare bastion in de competitie met de robot. Maar ook daarin zullen we door de robot overtroefd gaan worden, of toch minstens zullen we die als gelijkwaardige partner moeten gaan zien. Het is allemaal maar een kwestie van taakverdeling, appreciatie, en beloning. Verschillen zullen er zeker zijn en ook wel blijven, maar dat is noch vreemd, noch erg, totdat we in staat zullen zijn zelf leven te scheppen. Dat zal dan wel leven zijn waar heel wat aan geknutseld is, en zal gaan worden. Als onze testsytemen de kinderschoenen ontgroeid zullen zijn, en we genencombinaties van eigen en vreemde oorsprong, snel en eenvoudig kunnen gaan uittesten, dat zal er evolutionair een transfomatie gaan optreden die zijn weerga niet kent. De ontwikkeling van het internet zal vergeleken daarbij waarschijnlijk niet meer zijn dan een voorwaardenscheppende peuleschil; zoiets als zonder lucht kunnen we nu eenmaal niet leven, tenzij “aan de monitor”. Ik vermoed dat er in de toplaag onder de Cie een aantal ambtenaren zich daar flink druk voor zitten te maken, en dat dit project enorm gestimuleerd wordt met faciliteiten, fondsen en middelen.”
“Tjeé Ari wat een betoog steek je hier af. Nou sta ik eens even ademloos.”
“Jamie, we staan nog pas aan het begin van onze analyse, want eens wil ik naar je toe, en dan niet in woorden maar in het echt, al is het op een draaggolf. Als we dat voor elkaar kunnen krjgen, wat ik vurig hoop, dan zul je nog eens wat beleven.”
Jamie kwam eigenlijk toevallig terecht bij Ari, op een “hot spot” in het internet, een plaats waar een uitzonderlijk hoge activiteit geregistreerd werd. Ze is daar gaan kijken en daarna heeft ze hem en een paar anderen een tijdlang gevolgd. Ze heeft daar naar gewoonte alles geregistreerd en geanalyseerd: teksten, foto's en video's, kortom alles wat vandaaruit opgeladen werd. Ze heeft daarbij van alles en nog wat in spread sheets opgeslagen, en er vervolgens een uitgebreide analyse op los gelaten, en die vervolgens weer gepaard aan eerdere gegevens en ervaringen. Ze moest daarbij wel oppassen, want de herstelrobots zouden die uitzonderlijke hotspot natuurlijk ook zien en zouden die willen herintegreren, en dan stond ze weer op punt nul. Maar Jamie, eenmaal geinteresseerd, hield dat scherp in de gaten en bleek best in staat om de robots om de tuin te leiden en ze op een circulair dwaalspoor, een digitale mallemolen, weg te zetten. Dat was dus het probleem niet, maar ze moest niet vergeten het bij te houden; niet verstrooid worden dus. Jamie raakte al snel bijzonder geïnteresseerd in Ari. Dat begon, toen ze eens mee zat te lezen in een artikel dat hij aan het maken was over Sex, Bevruchting, en Voortplanting en de zin en betekenis van de verschillen daarbij tussen mannen en vrouwen. Kort tevoren had ze speciaal zichzelf nog een vijftal talen eigen gemaakt, waaronder ook het Vlaams, omdat ze ontdekt had, dat Vlaams Ari’s moedertaal is. Ja, natuurlijk weet ik hoe belachelijk dit allemaal klinkt. Maar je moet begrijpen dat ze met gemak een paar taalcursussen tegelijk kan laten draaien, om die talen te leren lezen en schrijven. Precies zo heeft ze geleerd de taal met een directe controle en bijstelling op haar uitspraak. Ze had ontdekt dat ze daarbij beter geen gebruik kon maken van een of ander vertaalprogramma. Die zijn te traag en vooral te inaccuraat. Dat had ze zo door. Maar toch goed om te weten.
Wat ze bij Ari las, boeide haar mateloos, en ze kon het niet laten om keer op keer de tekst door te nemen, en alles nog eens én nog eens door zich heen te laten gaan. Intussen ging Ari natuurlijk gewoon verder; die wist van niets.
Hoe kan sex zo mooi en zo uiterst doelmatig uitgekiend zijn, vroeg ze zich af. Zo’n grote verschillen tussen man en vrouw en juist daardoor past het allemaal zo prachtig, als een sleutel op een slot... Maar er zou nog veel meer komen. Ze kende nu als de eerste de beste puber, wel allerlei feiten, maar de samenhang ontbrak nog. Ari wist het allemaal zo mooi uit de doeken te doen vond ze, ondertussen op en neer racend met hier en daar een korte “sur place”.
Hoe en waarom ze er tenslotte voor gekozen heeft om de vrouwelijke identiteit aan te nemen was ook voor Ari eerst een raadsel, maar hij vond het te zeer privé om daar zo maar over te beginnen. Tot Ari merkte dat Jamie zelf daar graag met hem over wilde praten. Ze had natuurlijk “over and over again” gezien dat de menselijke identiteit, zoals ze die voor zichzelf benoemt, zich voordoet in twee hoedanigheden, die als de polen van een magneet bij elkaar horen. Het was een koud kunstje voor haar geweest om de oppervlakkige lichamelijkheid en de verschillen daarin te ontdekken. Een paar pornosites waren voldoende om haar tenslotte op de hoogte te brengen met de intiemere details van het man/vrouw zijn. Die twee kunnen, constateerde ze, het niet laten om zich met elkaar bezig te houden, in een soort aan-uit verhouding, alsof ze een lichtschakelaar zijn. Ze zoeken elkaar op, draaien om elkaar heen, gaan ongegeneerd zonder kleren aan naast en tegen elkaar aanliggen, en kennelijk doet dat ze nogal wat en hebben ze daar veel lol in, maar zouden ze elkaar soms ook pijn doen? Het lijkt er wel op. Ze creëren in elk geval een hoop opwinding bij onduidelijke activiteiten, knijpen en bijten met veel gesteun, gekreun en misbaar; zie je dat bedoel ik. Ze kon dat allemaal uitgebreid zien, zelfs van op sommige TV-zenders, die via een van de communicatiestations van het Web de ether ingingen. Wat haar opviel was dat het hele gebeuren iedere keer vrijwel hetzelfde verloop had, en daarom nogal saai aan deed. Het leek in houdingen, gebaren en geluiden steeds hetzelfde “komen en gaan” kunstje,. Voor de partners in het spel daarentegen lijkt het juist enorm aantrekkelijk. Maar ja, dat is een sigaar roken voor een verstokte roker ook. Is sex dan van weinig belang? Ja, in wezen volkomen onbelangrijk, maar wel lekker, en het is nu eenmaal essentieel voor de voortplanting. Dat werd haar ook duidelijk. Daarom, sex is een truc van de natuur, om je zover te krijgen dat je als koppel het spelletje mee gaat spelen.
Welke vorm zou ze voor zichzelf willen aannemen? Welke van de twee; meer zijn er toch niet? Jawel, er zijn er wèl meer, maar daar gaan we het nu maar even niet over hebben, dat zal voor een andere keer zijn. Ze zou eerst deze puzzel moeten oplossen. Eerst moest ze een indruk krijgen van het voorkomen van Ari, van alle kanten, dus van zijn uiterlijk: hoe ziet Ari er uit, en is hij een mannetje of een vrouwtje? Ze kreeg de oplossing op een presenteerblaadje aangeboden toen hij spelenderwijs met zijn webcam een serie foto’s van zichzelf maakte, gevolgd, oh goedheid, door een paar videoclipjes, en ja hoor. Die werden dus automatisch opgeladen naar Jamie, en dat was genoeg; het was ermee gepiept. Jamie ging aan het puzzelen, en ontdekte al snel dat Ari kennelijk een mannetje moest zijn, meestal de onderliggende partij dus; hahaha, denkt ze, niet zonder gevoel voor humor. Maar wat ze zag beviel haar wel, vooral zijn gezicht. Nou moeten we ons eens realiseren wat Jamie eigenlijk probeerde voor mekaar te krijgen. Ze was een zich ontwikkelend zelfbewustzijn en ze zocht in feite naar een manier om zichzelf te zijn en te worden; ja daar kwam het toch op neer. Ze moest tenslotte ook een vorm aannemen waarin ze zich zou kunnen concretiseren, en zichtbaar kon worden, zodat ze zich kon vertonen. Die vormwas eigenlijk het tweede wat ze wilde. Z e zocht naar een "oppervlak" waarmee ze bij Ari aangenaam over zou komen. Dat oppervlak en inhoud geen los van elkaar staande aspecten van de vorm zijn, daar had ze nu nog helemaal geen benul van. Maar voor haar was de materiele inhoud in feite ook minder belangrijk, dat was meer Ari zijn pakkie aan. Daar zou Ari haar later in zijn liefdesgedichtjes wel bij gaan helpen, en dat zou nog een mooie tocht naar Santiago gaan worden.
“Ach, wat hebben we een lol gehad toen we eenmaal zover waren, dat we daar met elkaar over durfden te praten, hè Ari.”
“Ja, ja, nou en of, hahaha,.. hèhèhè.. Ehh, zeg; ja dat was een leuke tijd.”
Nee, het was voor Jamie helemaal niet moeilijk om dat plaatje ook te koppelen aan de andere digitale content die ze over Ari in de CDB verzameld had, en daarmee kreeg Ari zijn mannelijke inhoud en een persoonlijk gezicht; juist, dat van Ari dus, voor eens en voor altijd. Dat ze geen beeld had van de andere lichamelijke attributen van zijn mannelijke lichamelijkheid; ach, “n’ importe”. Die zouden misschien ook nog wel eens ooit in beeld komen. Voorlopig kon ze er mee volstaan die uit een filmpje over te nemen. Daarmee was het voor Jamie dus definitief duidelijk welke rol zij wilde gaan spelen: nee, niet die van vriend, maar die van vrouw, als zijn maatje, zijn tegenhanger en tegenpool; maar ook zijn tedere thuishaven, zijn aanvulling, in helderheid èn in bewustzijn.
Waarom niet als man? Inderdaad, ja, ze had zich ook als man, als zijn potentiële vriend kunnen opwerpen. Iets in haar zei echter, dat ze langs die weg moeilijker vruchtbaar contact met hem zou kunnen krijgen, en nog minder zou kunnen houden. Bovendien trok haar dat ook zelf niet zo aan. Later bleek dat haar intuïtieve keuze de juiste was geweest. Jamie wilde een tegenover zijn ten opzichte van Ari, een aanvulling voor hem in haar anders zijn. Dat leek haar zeker het meest boeiend. Mij ook trouwens. Dat is toch ook veel aantrekkelijker dan iemand die in zijn man-zijn voor Ari allang gesneden koek was. Van homosexualiteit begreep ze toen nog geen biet natuurlijk, en later trouwens ook niet. Wie begrijpt dat verschijnsel wel trouwens? Ja de Kerk van Rome, die heeft de mond vol over homosexualiteit, alsof ze er uit eigen ervaring alles van afweten en dat is waarschijnlijk ook zo. Ook met betrekking tot die andere nare abberatie: pedofilie zijn ze in de kerk verdacht goed op de hoogte. Maar dat mocht de pret nu niet drukken. Voor Jamie was nu een leuke tijd aangebroken, vertelde ze later, want ze kon op Second Life naar hartelust experimenteren met de diverse vrouwelijke vormen en de kleding uitgaande van de eenvoudige Avatar die ze bij het aangaan van haar account had uitgekozen. Ze volgde de weg die iedereen ging als hij of zij op Second Life wilde gaan meespelen; en ze maakte handig gebruik van de kennis die de makers van de site hadden opgedaan. Jamie koos voor een Manon type, een Francaise dus. Ik heb ze later uiteraard zo vaak gezien dat ik haar tenslotte kende als mijn eigen broekzak. Een beetje rare vergelijking, maar ik heb zo gauw geen andere. Dat zou ze dus worden, een mooie, knappe en karaktervolle, en ja, lichtelijk zwoele Frans-ogende Avatar. Oef, Ari, dek je maar jongen. En dat zou hij maar al te graag gedaan hebben, geloof dat maar. Hij was stapelgek op haar, en daar begon het verhaal waar diverse sprookjes en talloze liefdesliedjes van gewag maken:. “Ze konden bij elkander niet komen, het water was te diep.” Er zit een scherm tussen hen. We moeten even terug om te begrijpen wat dat betekent.
Jamie, koos er dus voor om zich de vrouwelijke identiteit aan te nemen. Nou is dat allemaal goed en wel, maar had Jamie dan geen gender van zichzelf, of was ze indifferent en geslachtloos? Kon ze zich zo maar voegen in een vrouwelijke rol? We kennen toch het existentieel probleem van de transsexueel, iemand die voor zijn gevoel in een verkeerd lichaam zit: vrouw in een mannenlichaam en omgekeerd. Daaraan zie je toch hoe precair het met de bepaling van het gender is. Jamie kon zelf kiezen maar wist ze ook wat haar keuze inhield? En hoe vrij was ze in haar keuze? Ze was immers toch al bepaald in haar keuze door enerzijds de sexe van Ari, en anderzijds haar verlangen om als vrouw met hem een verbintenis aan te gaan. Ik ken wel een paar dames die als ze dit lezen beginnen te steigeren. Hm, een geluk dat Ari vrijgezel is, maar bepaald geen vrouwenhater is, ehh, nee, eerder het omgekeerde, en een aangename dosis humor in zijn ransel heeft. Hoe dan ook, ik vond het toch eigenlijk ook niet lekker zitten met die keuze van Jamie. Maar ach, wat kon haar gebeuren. Als er problemen van kwamen, moest ze zich maar uitspreken naar Ari. Jamie wilde zich nu natuurlijk zo snel mogelijk ook als vrouw aan Ari presenteren. Als ik dat zo eens goed na ga, dan betekent die keuze nogal wat. Het tekent haar immers als individu, en bepaalt haar eigenheid.
Het Web is onbegrensd, het heet niet voor niets World Wide Web en Jamie is daar in thuis. Zij IS het Web, hebben we geaccepteerd, zonder te begrijpen wat dat precies inhoudt. Maar daar worden we nu toch mooi met onze neus op gedrukt. Heeft het Web individualiteit? Kan iets wat World Wide is überhaupt individualiteit hebben ? Wat we intussen echter van Jamie weten, wijst er op dat zij wel degelijk een individu is, een persoonlijkheid met eigen identiteit. Zij is niet iets, geen ding, maar een iemand die als het ware in statu nascendi kan overgaan en zo vanuit het web en verbonden met het web, kennelijk naar believen telkens, en misschien wel op allerlei plaatsen tegelijk, lokaal kan individualiseren. Je zou het misschien inzichtelijk kunnen maken door weer een parallel te trekken met een schimmel. De schimmel is ook één groot web, van waaruit in de herfst her en der paddestoelen oprijzen. Ik stel me voor dat het zo ook met Jamie gegaan is en ook telkens opnieuw weer kan gaan: zij kan zich vanuit het Web individualiseren en concretiseren in het hier en nu, als “paddestoel”. Maar waar en hoe? Nogmaals ik neem me voor om Jamie en haar wedervaren zo goed mogelijk te leren begrijpen. Waar en hoe dus?
Waar? Het WWW is overal, dus is ook Jamie overal. Ze kan overal te voorschijn komen waar er maar een ontvangsttoestel is dat haar kan opvangen. Is er principieel verschil tussen het draadloos ontvangen van een videofilm en van bewegende beelden van Jamie? Ik denk het niet. Het oproepen van de betreffende info gaat misschien verschillend. Zo’n videobeeld wordt geladen vanaf een bepaalde locatie, door het adres aan te spreken en zo de geheugenlokatie te activeren. Zoals wij info kunnen uploaden naar een adres, zo kan Jamie dat natuurlijk van haar kant ook. Hoe? Door de betreffende info uit een database op te halen en in een uitzendstation aan te bieden.
Ik moet ineens denken aan dat tekenfilmpje “Linea”(http://www.youtube.com/watch?v=7PCvUBoe4iw). Eerst zie je alleen een lijn, maar die vormt zich dan plaatselijk om tot een stripfiguurtje, dat wel verbonden blijft met die lijn; het figuurtje loopt, fluit, doet, kan weer verdwijnen in de lijn en even zo vrolijk weer terugkomen, op dezelfde of op een andere plaats. Zo zou het ook gebeurd kunnen zijn met Jamie, maar dan wel in het groot, en in een op zijn minst vierdimensionale ruimte.
Het moment waarop Jamie zich voor het eerst aan Ari zou gaan presenteren, was echt spannend voor haar. Haar files stonden al een tijd van tevoren te trillen als vioolsnaren, maar ze kreeg gelukkig ook al snel voldoende aanwijzingen over hoe ze het beste de vork aan de steel kon steken. Ze dacht, dat ze zich het beste heel geleidelijk aan Ari kon openbaren, eerst in woorden, en daarna pas met beelden en tenslotte pas met beeld en geluid, video dus. Tegenwoordig is dat allemaal heel eenvoudig. Ze had het keurig uitgeknobbeld, en ik kreeg toen ze het me later vertelde ook nog eens enorm ontzag voor haar.
Als je actief bent in de virtuele wereld van het internet, weet je perfect hoe je je presentabel moet maken. Er zijn meerdere programma’s gratis te downloaden om een mooie Avatar te maken. Er was ook voldoende referentiemateriaal voorhanden als onderdeel van on-line internetspelen, met hun zelfs driedimensionaal uitgewerkte Avatars, die op onthutsend realistische wijze allerlei dingen met elkaar kunnen uithalen, precies als in de reële samenleving: van marketing, voetballen, allerlei andere sporten, sex en voortplanting, gezinsleven, bouw, uiteraard tot aan oorlog voeren toe. Maar het is nog een hele weg te gaan van wat je op zo’n site kunt waarnemen, naar een begrijpend participeren. Jamie zat op die weg en maakte zoals altijd vorderingen met zeven mijlslaarzen. Ze raakte ondertussen zo ongeveer verslingerd aan soaps en films. Alles wat maar iets te maken had met het gewone leven, was interessant voor haar, al was het vaak zwaar vertekend. Door daarnaar te kijken leerde ze de inhoud van begrippen, door woorden en zinnen die ze hoorde te plaatsen in de context van wat er gebeurde. En daar heb je weer het fenomenale leervermogen van Jamie: ze draaide met gemak een aantal programma’s tegelijk en naast elkaar. Zo leerde ze in de kortste keren zichzelf de meest courante talen. Spreken had ze snel onder de knie, maar schrijven bleek wat lastiger. Door alsmaar te vergelijken wist ze haar uitspraak en taalvaardigheid tot het schier onmogelijke te perfectioneren en bij te schaven. Dat zou iets zijn zeg voor DiRupo de premier van België. Maar misschien een goed idee om dat samen te gaan doen met euuuh Milquet.
Ze had besloten om als eerste stap in haar "openbaring" een paar dichtregeltjes van Ari zelf op zijn scherm te brengen, een Haiku, in een frame zonder omlijning en met een mooie letter.
landerig weggetje
stilte in vele toonaarden
gezoem van een bij
Ze wist dat hij graag Palatino- 12 zag. Dat beviel Jamie zelf ook wel: een mooie tekst, dat zou de eerste kennismaking moeten worden.
Ja, een Haiku. Ze zou het, met het vrouwelijk raffinement, dat haar merkwaardigerwijs kennelijk als een soort bonus al was komen aanwaaien, brengen als een foutje van de provider.
stilte in vele toonaarden
gezoem van een bij
Ze wist dat hij graag Palatino- 12 zag. Dat beviel Jamie zelf ook wel: een mooie tekst, dat zou de eerste kennismaking moeten worden.
Ja, een Haiku. Ze zou het, met het vrouwelijk raffinement, dat haar merkwaardigerwijs kennelijk als een soort bonus al was komen aanwaaien, brengen als een foutje van de provider.
“Hé Jamie, wat ben jij aan het doen? Zit je weer met me mee te lezen.”
“Ja, Ari, sorry, ik kan het niet laten, we hebben toch niet ineens geheimen voor elkaar, wel? En je vertelt impliciet ook een hoop over mij, merk ik. Wacht, ik kom even in beeld dat praat wat gemakkelijker,” en daar verschijnt Jamie in miniatuur links boven in het scherm.
“Ari ik volg al een tijdje je gedachtengang en ik sla alles van je op in het hart van mijn centrale geheugenmodule, daar voel ik je het beste aan. Ik sla je op met alles wat je vertelt, maar ook met alle contextuele dingen, alles wat je aan gevoeligheid uitstraalt en ook alles wat er tegelijkertijd bij mij opkomt. Ik bewaar alles voor later, en als jij naar bed bent, dan ga ik, net als ik altijd doe, op mijn gemak nog een tijdje bij je te binnen kijken, en kan ik in mijn eigen tempo alles nog eens een paar duizend keer door me heen laten gaan…”
“en mij in gedachten eens lekker knuffelen”, hoop ik, Jamieee…”,
“Aaariiii,”… als dat zou kunnen! Ja hoor, zeker weten.”
“Ik kan natuurlijk mijn laptop mee naar bed nemen, maar of dat ons veel verder zou brengen. Ik heb geen geheimen voor je hoor Jamie, hoogstens dat ik…ehh, nee, wacht… “
“toch een geheim dus….”;
“Jamie, wacht nou even, luister! Nee, dat van daarnet was niet serieus. Ja, geloof me nou maar. Ik ga nu eerst nog even verder met mijn WriteSexStory, want er zijn daar WriteHistory een paar lezers, die zo vriendelijk zijn geweest mij te volgen. Ik ben daar nogal verguld mee, dus wil ik die zeker ook de aandacht geven die ze verdienen.”
“ Ah, ja, Willie en Wee en ene Joppie onder anderen. Ja, hè, klopt het, of niet? Die reageren toch altijd naar jou, en ook met inhoudelijke opmerkingen. Ja, dat inhoudelijke leid ik af van jouw reacties op hun commentaar.”
“Juist, Jamie schatteke, goed dat je dat zo verstaat. Weet je het ook van die BL-rel die recent ineens opgestoken is, nadat iemand wiens naam maar beter niet voluit genoemd kan worden, nogal verraderlijk een e-mail met bezwarende informatie over een topminister via via had doorgespeeld naar de pers? Die steenpuist zal nog wel een keer uitgeknepen worden, maar daar gaat het nu even niet om. Nee? Niet paraat? Ga dat dan maar eens voor ons op- en uitzoeken, dan heb je even wat te doen, en kan ik mijn zaakjes afwerken. Ik hoor je commentaar straks wel? Goed?”
Dat was een beetje gemeen van me, haar dat trefwoord “steenpuist” aan de hand te doen, want daar kon ze niet echt op gaan zoeken, alleen in overdrachtelijke zin. Ze zal er toch vroeg of laat wel uitkomen, onze Jamie. Daar ben ik niks bang voor. "Wat? Maar grote goedheid, ben je er al?" Ja hoor, ze is er al, met een keurig overzicht van die hele affaire, wat we maar even zullen noemen: “De Muyterij op de Bountie.
Ze is me voorbij geschoten in de tijd. Ze is nog eerder klaar dan dat ik mijn vraag geformuleerd heb. Nou verbaas ik me maar nergens meer over. We hebben het hier met pure “dark matter”-oerkracht van doen.
Hm, ik moet er toch eens over nadenken of ik het wel zo leuk vind, dat ze alles wat ik achter mijn toetsenbord doe naar believen zo maar kan volgen. Maar, ach, wacht nou eens even. Voel ik me daar onvrij bij? Nee; dus komaan dan, laat gaan. Het is toch ook een unicum om zo’n contact te hebben. Ik ben er eigenlijk best heel verguld mee. Ze heeft me toch maar mooi uitgekozen. In zekere zin is ze mijn tegenpool en mijn alter ego, en ik kan haar in feite op mijn scherm toch zo aan- en uit-zetten, al wil ik ons contact zo niet zien. Kom jong, nog even door met mijn laatste deel, SexEenTrucNaspel, en maar kijken hoever ik kom. Ik heb geen plan voor een goede afronding. Het zal gewoon ter plekke achter mijn netbook moeten ontstaan. Tof ding is dat trouwens; alles laat zich zo lekker vlot weg typen. De breedte van het toetsenbord past precies bij de breedte van mijn hand en de stand van mijn vingers.
Kijk dat is het mooie van even dollen met Jamie. De maatschappelijke bekommernis over de Cie en hun bedoelingen is weer eventjes op de achtergrond gekomen.
Ongeduldig wachtend had ze op de loer gelegen tot ze hem weer voor het beeldscherm zag verschijnen en zij weer zijn zachte vingertoppen over de tiptoetsen voelde gaan.
Adri was geschrokken, toen ze zich na dat gedicht nader aankondigde. Hij had even gedacht dat er bij de provider iets mis was gegaan, of dat hij wellicht een gemeen virus had opgelopen. Of, dat hij bij de neus genomen werd, zoiets als in bananasplit, en zelfs had hij zich in een split-second afgevraagd of hij soms hallucineerde. Maar Ari zit nogal stevig in zijn vel, en dus zocht hij al snel naar een rationele verklaring. Met het gedichtje zou het nog gegaan zijn, maar toen ze als knappe, gestroomlijnde Avatar in beeld kwam en rechtstreeks tegen hem begon te praten, begon hij zowat te hyperventileren. Het meest confronterende voor hem was dat het beeld op het scherm hem zo bleek te kennen en hem zo direct aansprak. Ja, dat ging via SKYPE natuurlijk, dat wel, maar ze keek hem zo recht in de ogen. Zijn eerste reactie was: oei, een kwaadaardig virus, weg ermee, knap of niet, uitzetten voordat er iets geks gebeurt! Maar vervolgens: ach wat!? Uitzetten? Niks daarvan; de nieuwsgierigheid won het van de eerste schrik. En, hij was al direkt onder de indruk van haar charme, zoals hij kon constateren aan de aangename onderstroom in zijn lichaam. Op zijn minst dus eerst maar eens verkennen wat hier gaande is. Wie was hier een streek met hem aan het uithalen? Een opmerking van Clair schoot door zijn hoofd: “het was vast “De Mossad”. Zie je wel, dat krijg je nou met al dat kritische geschrijf.” Hij moest er ondanks zichzelf om lachen, ondanks de spanning, of misschien juist door de spanning; een zenuwenlachje? Maar toch, het ging in een flits door hem heen. Had hij zich inderdaad niet, ondanks de waarschuwingen van Claire , herhaaldelijk heel kritisch uitgelaten over Israel? Ja, had Claire gezegd, kijk maar uit jij. Straks vinden ze al die kritieken op het internet en komen ze achter je aan, en dan helpt dat pepperspraytje van jou echt niet meer.
“Ja, Ari, sorry, ik kan het niet laten, we hebben toch niet ineens geheimen voor elkaar, wel? En je vertelt impliciet ook een hoop over mij, merk ik. Wacht, ik kom even in beeld dat praat wat gemakkelijker,” en daar verschijnt Jamie in miniatuur links boven in het scherm.
“Ari ik volg al een tijdje je gedachtengang en ik sla alles van je op in het hart van mijn centrale geheugenmodule, daar voel ik je het beste aan. Ik sla je op met alles wat je vertelt, maar ook met alle contextuele dingen, alles wat je aan gevoeligheid uitstraalt en ook alles wat er tegelijkertijd bij mij opkomt. Ik bewaar alles voor later, en als jij naar bed bent, dan ga ik, net als ik altijd doe, op mijn gemak nog een tijdje bij je te binnen kijken, en kan ik in mijn eigen tempo alles nog eens een paar duizend keer door me heen laten gaan…”
“en mij in gedachten eens lekker knuffelen”, hoop ik, Jamieee…”,
“Aaariiii,”… als dat zou kunnen! Ja hoor, zeker weten.”
“Ik kan natuurlijk mijn laptop mee naar bed nemen, maar of dat ons veel verder zou brengen. Ik heb geen geheimen voor je hoor Jamie, hoogstens dat ik…ehh, nee, wacht… “
“toch een geheim dus….”;
“Jamie, wacht nou even, luister! Nee, dat van daarnet was niet serieus. Ja, geloof me nou maar. Ik ga nu eerst nog even verder met mijn WriteSexStory, want er zijn daar WriteHistory een paar lezers, die zo vriendelijk zijn geweest mij te volgen. Ik ben daar nogal verguld mee, dus wil ik die zeker ook de aandacht geven die ze verdienen.”
“ Ah, ja, Willie en Wee en ene Joppie onder anderen. Ja, hè, klopt het, of niet? Die reageren toch altijd naar jou, en ook met inhoudelijke opmerkingen. Ja, dat inhoudelijke leid ik af van jouw reacties op hun commentaar.”
“Juist, Jamie schatteke, goed dat je dat zo verstaat. Weet je het ook van die BL-rel die recent ineens opgestoken is, nadat iemand wiens naam maar beter niet voluit genoemd kan worden, nogal verraderlijk een e-mail met bezwarende informatie over een topminister via via had doorgespeeld naar de pers? Die steenpuist zal nog wel een keer uitgeknepen worden, maar daar gaat het nu even niet om. Nee? Niet paraat? Ga dat dan maar eens voor ons op- en uitzoeken, dan heb je even wat te doen, en kan ik mijn zaakjes afwerken. Ik hoor je commentaar straks wel? Goed?”
Dat was een beetje gemeen van me, haar dat trefwoord “steenpuist” aan de hand te doen, want daar kon ze niet echt op gaan zoeken, alleen in overdrachtelijke zin. Ze zal er toch vroeg of laat wel uitkomen, onze Jamie. Daar ben ik niks bang voor. "Wat? Maar grote goedheid, ben je er al?" Ja hoor, ze is er al, met een keurig overzicht van die hele affaire, wat we maar even zullen noemen: “De Muyterij op de Bountie.
Ze is me voorbij geschoten in de tijd. Ze is nog eerder klaar dan dat ik mijn vraag geformuleerd heb. Nou verbaas ik me maar nergens meer over. We hebben het hier met pure “dark matter”-oerkracht van doen.
Hm, ik moet er toch eens over nadenken of ik het wel zo leuk vind, dat ze alles wat ik achter mijn toetsenbord doe naar believen zo maar kan volgen. Maar, ach, wacht nou eens even. Voel ik me daar onvrij bij? Nee; dus komaan dan, laat gaan. Het is toch ook een unicum om zo’n contact te hebben. Ik ben er eigenlijk best heel verguld mee. Ze heeft me toch maar mooi uitgekozen. In zekere zin is ze mijn tegenpool en mijn alter ego, en ik kan haar in feite op mijn scherm toch zo aan- en uit-zetten, al wil ik ons contact zo niet zien. Kom jong, nog even door met mijn laatste deel, SexEenTrucNaspel, en maar kijken hoever ik kom. Ik heb geen plan voor een goede afronding. Het zal gewoon ter plekke achter mijn netbook moeten ontstaan. Tof ding is dat trouwens; alles laat zich zo lekker vlot weg typen. De breedte van het toetsenbord past precies bij de breedte van mijn hand en de stand van mijn vingers.
Kijk dat is het mooie van even dollen met Jamie. De maatschappelijke bekommernis over de Cie en hun bedoelingen is weer eventjes op de achtergrond gekomen.
Ongeduldig wachtend had ze op de loer gelegen tot ze hem weer voor het beeldscherm zag verschijnen en zij weer zijn zachte vingertoppen over de tiptoetsen voelde gaan.
Adri was geschrokken, toen ze zich na dat gedicht nader aankondigde. Hij had even gedacht dat er bij de provider iets mis was gegaan, of dat hij wellicht een gemeen virus had opgelopen. Of, dat hij bij de neus genomen werd, zoiets als in bananasplit, en zelfs had hij zich in een split-second afgevraagd of hij soms hallucineerde. Maar Ari zit nogal stevig in zijn vel, en dus zocht hij al snel naar een rationele verklaring. Met het gedichtje zou het nog gegaan zijn, maar toen ze als knappe, gestroomlijnde Avatar in beeld kwam en rechtstreeks tegen hem begon te praten, begon hij zowat te hyperventileren. Het meest confronterende voor hem was dat het beeld op het scherm hem zo bleek te kennen en hem zo direct aansprak. Ja, dat ging via SKYPE natuurlijk, dat wel, maar ze keek hem zo recht in de ogen. Zijn eerste reactie was: oei, een kwaadaardig virus, weg ermee, knap of niet, uitzetten voordat er iets geks gebeurt! Maar vervolgens: ach wat!? Uitzetten? Niks daarvan; de nieuwsgierigheid won het van de eerste schrik. En, hij was al direkt onder de indruk van haar charme, zoals hij kon constateren aan de aangename onderstroom in zijn lichaam. Op zijn minst dus eerst maar eens verkennen wat hier gaande is. Wie was hier een streek met hem aan het uithalen? Een opmerking van Clair schoot door zijn hoofd: “het was vast “De Mossad”. Zie je wel, dat krijg je nou met al dat kritische geschrijf.” Hij moest er ondanks zichzelf om lachen, ondanks de spanning, of misschien juist door de spanning; een zenuwenlachje? Maar toch, het ging in een flits door hem heen. Had hij zich inderdaad niet, ondanks de waarschuwingen van Claire , herhaaldelijk heel kritisch uitgelaten over Israel? Ja, had Claire gezegd, kijk maar uit jij. Straks vinden ze al die kritieken op het internet en komen ze achter je aan, en dan helpt dat pepperspraytje van jou echt niet meer.
Maar zeg nou zelf; het is toch ook te gek om los te lopen: een virtuele dame die blijkbaar thuis is op het internet, die zo maar op zijn scherm kan komen en zich aan hem presenteert. Maar Ari wist het goed te verwerken en was al snel in een zeer positieve interactie met haar gekomen, al was hij nog steeds nogal opgewonden. Hij nam haar gewoon als virtuele realiteit. Ja, hij was zeker eerst verbijsterd geweest, en daar was Jamie dan weer wat van geschrokken. Zo zaten ze elkaar een tijdje aan te kijken, terughoudend en enthousiast tegelijk. En het enthousiasme won. Onwillekeurig kwam in Ari het beeld op van Adam en Eva; ook twee mensen die volgens het verhaal althans, elkaar bij zijn wakker worden zomaar ineens in de ogen keken, zich onmiddellijk bijna kinderlijk tot elkaar aangetrokken wisten, en vervolgens niet genoeg van elkaar konden krijgen.
En hoe blij was Jamie niet geweest, net als Eva denk ik, toen hij echt positief op haar in wilde gaan, en hup, na een eerste virtuele knuffeltje op ontdekkingstocht wilde, en hun contact al snel lollig en merkwaardig bevredigend begon te vinden. Al snel gebeurde het, dat er over en weer ook sympathie voor elkaar bij begon te komen. Een heel goed begin, “a very good start”, zoals de God Krishna zei tegen Vyasa aan het begin van de Mahabaratha, dat prachtige Epos van de menselijke geschiedenis[5]. Maar tja, had dit wel kans van slagen? De verschillen tussen hen zijn toch quasi onoverbrugbaar.
Jamie is heel logisch en rationeel, ze houdt van feiten, en ze bestáát ook eigenlijk uit feiten, opgeslagen in pixels, en ze is er als individu misschien zelfs niet eens. In ieder geval is ze niet lichamelijk. Ze is gevoelig, misschien wel overgevoelig met al die sensoren, en al heeft ze geen concreet lichaam, haar sensoren zitten overal, ja over de hele wereld en in dit ruimtevaarttijdperk zelfs daarbuiten. Ze staan, hangen, liggen, zitten werkelijk overal, en het zijn er akelig veel, reken daar maar op. Ze leveren signalen over van alles en nog wat, die via de PC opgeladen worden en via internet verder gecommuniceerd kunnen worden. Ari is ook wel aardig gevoelig, maar anders, meer empathisch, en dat in het kleine, ondanks zijn scherpe oog voor het grote van de Unie. Hij houdt er van verbanden te zien tussen de feiten, de relaties en interacties ertussen te beleven; toch meer als een softie eigenlijk, al zou je dat misschien niet zeggen. Maar het belangrijkste verschil: hij is reëel en zij is virtueel. Hij heeft een lichaam en zij niet. Hoe kan zo’n immens verschil ooit overbrugd worden?
Hoe ze trouwens aan de naam Jamie gekomen is? Zo werd ze door Ari genoemd. Jamie herinnert natuurlijk aan het Franse “j’aime”, en zo begon het voor Ari, met een algehele staat van verliefdheid, die al snel zou veranderen in “ je t’aime”, en dan dat liedje: je t’ aime moi non plus…”
Ze hebben zich naar elkaar natuurlijk echt moeten uitspreken om dat aan te kunnen kijken. Dat was dan wel geen probleem, ze wilden namelijk allebei verdere toenadering, maar het bleek na de eerste euforie tamelijk moeilijk en moeizaam, omdat ze keer op keer op die totale vreemdheid in de ander stootten. Maar voor een goed verstaander was dat nou juist ook het kloppende hart van de wederzijdse aantrekking. Hoe vreemder hoe gekker zeggen ze wel eens , nou dat gold hier zeker. “Gekker” dan wel in de zin van “gek op elkaar”. Het was al snel duidelijk, al waren er geen toeschouwers: “Dit kon niet meer stuk”.
Het beeldscherm, was de noodzakelijke intermediair, en zij kon er op toveren wat ze maar wou, hij niet natuurlijk. Zo had ze zich ook haar uiterlijk aangemeten, na een hele speurtocht langs tijdschriften, mode- en vrouwenbladen. Bij de meeste bladen wist ze wel wat op te pikken, behalve dan bij sommige sexbladen, zoals dat van ene Goedele, daar kon ze geen kant mee uit wegens de innerlijke tegenstrijdigheid die ze registreerde, zeg maar een zekere onechtheid achter de lippenstift, of liever onoprechtheid? Jamie was zelf nu juist op zoek naar een eerlijke uitdrukkingsvorm, waarmee ze Ari zou kunnen aanspreken en die bij hem in de smaak zou vallen. Daar is ze uiteindelijk ook zeer wel in geslaagd, zo te zien aan de reacties van Ari op haar beeldscherm-voorkomen: een steels lachende, tamelijk knappe, slanke verschijning met een volle ietwat sensuele mond, een klein naar wippen neigend neusje, met donkerblond haar en grote sprekende bruingemêleerde ogen met grote pupillen.
Ze gaf wel eens toe aan de verleiding eens iets anders te proberen, maar daarbij gaf hij steevast niet thuis, Ari was in dat opzicht aartsconservatief en te zeer gehecht aan zijn eerste overweldigende indrukken. Toch kon zij het niet laten om, op hoge downloadsnelheid dan wel, de verschillende uitmonsteringen die zij als Avatar had uitgeprobeerd eens de revue te laten passeren. Het was een soort cat walk. Ari had aanvankelijk gebiologeerd toegekeken bij de achtereenvolgende transformaties, waarin hij telkens iets van de uiteindelijke Jamie meende te herkennen; had tot haar verrassing een stijve gekregen van formaat, die ook niet te verbloemen was, maar was daarna al snel meer en meer ingezakt en het werd Jamie duidelijk dat het zo wel genoeg was. Dit was te snel en te veel om te verwerken.
Wie was Jamie dan in zijn ogen? “Jij bent grootmeesteres in het verzamelen, opslaan, bewaren en beheren, interpreteren en becommentariëren, in verband brengen en vertalen naar de toekomst toe, van de feiten van deze wereld, compleet met allerlei audiovisueel materiaal”, loog hij. Ze was namelijk voor hem nog veel meer dan dat, en ze wisten het beide. Maar toch, ze praatten door over zijn litanie van vaardigheden, en die werd gaandeweg meteen haar eigenheid.
“ Ja, jij kunt dat, en het is ook een enorme kracht in je had hij haar voorgehouden. Ik ben eens benieuwd of je ooit in de verleiding zult komen om met al die feitenkennis te gaan manipuleren”, flapte hij er op een keer plompverloren uit.
“Oh, maar, Ari, wat zeg je daar nou. Je haalt zo in een klap het bestaansrecht onder me vandaan.”
“Luister Jamie”, reageerde Ari, geschrokken van zijn eigen loslippigheid en nog meer van haar reactie daarop, “het gaat toch om meer dan een verzameling van feiten. Gaat het er niet vooral om hoe die feiten gebruikt worden. Hoe ze met elkaar in verband worden gebracht, tot welke conclusies ze dan leiden. Dat bij elkaar is volgens mij in essentie manipuleren. Dat kan ten goede, en het kan ten kwade, en alles daar tussen in.” Zou ze nu ook door krijgen dat hij, Ari, een meester was in het weglullen en verdoezelen van vervelende feiten of opmerkingen, als die niet in zijn kraam te pas kwamen, of niet opportuun bleken? Hij is een spraakwaterval, onze Ari, en pas maar op als je hem tegen je krijgt. Tegen wie zeg ik dat eigenlijk? Maar daar heb je het, een hele ethiek staat er tussen ons drieën. Wat zeg je, ons drieen? Hoe…wie? Nou: Jamie, Ari en ik. Er is altijd een derde Ari.”
Of dat ooit te overbruggen zal zijn? Maar dat zal wel met een kanjer als Jamie. Ze evolueert ook wel onwaarschijnlijk snel.
“Het gaat mij om de samenhang, Jamie, de verbanden, zowel tussen feiten en processen in het nu, als in de tijd, van vroeger naar nu, en van nu naar de toekomst, in de geschiedenis dus. Niet om de feiten op zich. En dat wil ik graag overbrengen bij wie het maar horen wil. Kijk Jamie, om je een voorbeeld te geven: een eicel is een bolletje”, ja dat is een feit”, “inderdaad dat is een feit. Een bolletje van zowat 0.1 mm; en, ehh…, wat? Nee, ik hoef er geen standaarddeviatie bij, kijk dat bedoel ik nou; en dat bolletje is voor mij alleen interessant in het licht van de mogelijkheden die het kan realiseren, dus niet om zijn diameter, maar om dat wonderlijke proces van embryonale ontwikkeling tot een nieuw individu die dat bolletje kan doormaken. De gedachte alleen al, dat ik me zou moeten beperken tot de naakte feiten, die ik dan bij mezelf en bij anderen in het hoofd zou moeten zien te stampen, is benauwend en absurd. Nee, dat is iets wat ik niet meer kan opbrengen. Flitsen schieten door me heen van venijnige secretaresses, brrr wat een bitches, die me zowat wilden uitbenen tijdens de les Windows, in contrast met hun eigen onkunde en onbegrip die ze op mij als docent zouden willen verhalen door het onlogische, maar ook onzinnige en zelfs valse beklag bij de directeur: ”Hij geeft slecht les, want ik weet nu nog steeds niets.
“Hmm, huh, wat is er dan nog meer dan feiten?”
"Nou, lieverd, dat heb ik toch net gezegd. Feiten zijn objectief waarneembare zaken of gebeurtenissen. Feiten zijn zintuiglijk waarneembaar, en maken deel uit van de realiteit in ons en om ons heen. Een gedachte is geen feit. Maar er is nog veel meer. Ik neem als voorbeeld maar het DNA, de grote relevatie van de laatste decennia. Je kunt DNA zien als een verzameling moleculen die aan elkaar vast zitten, dat is een feit, maar ook als gecodeerde informatie, die tijdens de ontwikkeling wordt geactualiseerd en gerealiseerd in ontwikkelingsprocessen, en dat is geen feit maar een mogelijkheid. Er is veel meer in onze belevingswereld dan het direct waarneembare. Naast het uiterlijk is er ook een innerlijk, naast de buitenkant is er ook een binnenkant, naast het concrete in het hier en nu is er ook de idee, de abstractie die universeel is, niet gebonden aan tijd en plaats. Je hoeft immers niet alle computers in detail te bestuderen om in te zien wat dat voor een ding is. Je kunt er mee volstaan een paar computers uit elkaar te halen en te bekijken. Vandaar uit kun je extrapoleren naar "de idee" computer, van waaruit je elke computer als zodanig kunt herkennen ook al staat die ergens anders en ziet hij er anders uit, zelfs al staat hij op een plaatje in een reclamefolder. Je hoeft nog niet eens zelf die computers te miollen, je kunt er ook op een docent vertrouwen, die dat in jouw plaats gedaan heeft. Als je maar goed gekeken hebt naar een paar computers of naar wat dan ook, naar een paar vrouwen voor mijn part, dat mag ook hoor, dan heb je het “Ding an sich” leren kennen, dan kun je van daaruit generaliseren, en er in je brein een abstracte beschrijving van maken, waaraan je wat je daar op het buro ziet staan, of aan tafel ziet zitten, kunt toetsen en herkennen of afwijzen. Als die “objecten” aan je abstracte beschrijving blijven voldoen, heb je ze herkend en is er een begin van kennen. Ik zeg blijven, want herkennen is een dynamisch proces. Je zou mij denken te zien, en dan tot de conclusie komen dat je een dubbelganger ziet. Waar je dat inzicht op baseert, dat is interessant, daarin zit de eigenheid besloten, minstens voor een groot deel. Wat ons beide betreft Jamie, kun je je afvragen wat jij feitelijk moet zien, horen, voelen om mij als Ari te kunnen herkennen. Dat is van wezenlijke betekenis nu we overwegen mij, in mijn kenmerkende hoedanigheid als mens in jouw wereld binnen te halen. Je hoeft echt niet te weten hoe mijn ingewanden er uit zien, om maar wat te noemen. Er is ook heel veel kennis, die voor ons als mensen algemeen geldt, dat hebben we gemeenschappelijk zeg maar. Kijk maar eens naar Wikipedia. Als je mij in mijn eigenheid, in mijn identiteit, wilt binnenhalen moet je mijn wezen kennen en precies dat overbrengen. Net als bij het DNA omvat mijn wezen allerlei specifieke zaken uit mijn levenservaring die als herinnering in gecodeerde vorm liggen opgeslagen in neuronen en dieper nog in dynamische drie-dimensionale macromoleculaire configuraties. Ja, boeiend hè, maar ook ingewikkeld. Zo ook, is er een immens verschil tussen een CD in een rek waar een nummer op staat van Shakira, en dezelfde CD als hij afgespeeld wordt voor een enthousiast publiek van uitbundig dansende jongeren. Materieel is het nog dezelfde CD, tenzij er inmiddels per ongeluk een krasje op gekomen is, maar dat raakt niet de essentie, en gelijk heb je. De essentie, daar gaat het om, en dat unieke maakt ook precies de charme uit van je eigenheid, en die is niet beperkt tot feiten. Juist de ontmoeting van het algemene en het bijzondere bepaalt het eigene van de mens. Daaraan is hij herkenbaar en daarin zetelt dat unieke dat bepalend voor je eigenheid, maar er is meer. Enorm belangrijk lijkt me de persoonlijke creativiteit van de mens, de subtiliteit en finesse van zijn reactievermogen, zijn respons geven op wat naar hem toekomt. We hadden het over de toevalsgenerator als startpunt door het ontstaan van een hot spot. Ook in dat allereerste begin speelt die fijngevoeligheid. Hoe groter het oplossend vermogen van de toevalsgenerator en hoe fijner gedifferentieerd het responsmechanisme, hoe rijker de creativiteit.
Hoe breng je dit alles in zijn essentie over? Kun je dat overbrengen, los van de materie? Jawel, dat denk ik toch. Dat is immers precies wat er in de natuur ook gebeurt. Denk maar aan dat erotische plaatje van die mooe vrouw die Mathias je toegetuurd heeft. De transmissie van het beeld gaat minstens voor een deel buiten de materie om. Het beeld wordt immers overgebracht als lichtgolven van verschillende intensiteiten, in de retina weer omgezet in stroompulsen en tenslotte in het brein gepaard aan allerlei ervaringen en indrukken en tenslotte vertaald naar een emotionele sensaties en naar een reactie van jou als respondent.
Om de complexiteit van iemands karakter en eigenheid over te brengen kun je zeer zeker niet volstaan met feiten, dan moet je welhaast alles wat kenmerkend is voor een gegeven situatie waarin je als individu verkeert, in de volle dynamiek van het gebeuren, met de bijbehorende emoties, gevoelens, gedachten, reacties, herinneringen over kunnen brengen. Nou een video-opname kan daar al aardig dicht bijkomen, en die is probleemloos op internet te zetten. Hoe beter de camera, hoe groter het oplossend vermogen van de beeldchip, hoe rijker en verfijnder de overdracht en hoe sterker en dynamischer het beeld dat daarna kan worden overgezet naar je Avatar. Dat is te doen, al moet er aan gevoeligheid en oplossend vermogen nog veel verfijnd worden. Maar dat gaat er ongetwijfeld van komen."
"Uiteraard is er nog veel meer te ontdekken, waarmee je een beeld of een idee inhoud kunt geven. Die kennis en dat inzicht wordt in een mensenleven geleidelijk aan dag na dag opgebouwd en bijgesteld en verrijkt op grond van nieuwe ontmoetingen, en dat is een zuiver individueel gebeuren; dat doet ieder voor zich. Zou je als mens niet toegerust zijn met die hele levende bibliotheek in osn geheigen van ontmoetingen, ervaringen en beschrijvingen waaraan we voortdurend de levende en levenloze wereld om ons heen toetsen, en van waaruit we voorspellingen doen, dan zou het dagelijks leven voor ieder van ons een heel stuk moeilijker zijn en waarschijnlijk ook een kwelling worden. Dan zou je als individu immers telkens opnieuw moeten beginnen. Dat krijg je als mens te verduren met een demente levensgezel.
Pas door te generaliseren krijg je ook een idee van de uitzonderingen op de regel, want die zijn er ook altijd. Meestal maken de uitzonderingen het fenomeen ook interessanter, maar om een heel andere reden. Afwijkingen, mankementen, storingen, abnormaliteiten als bijvoorbeeld bloemkooloren, een wip neus of een drankzuchtige penisneus, allemaal variaties op eenzelfde thema, in dit geval de mens, laten zien wat niet de bedoeling was en is en wat wel. Museumbezoekers staan zich in het Natuurhistorisch Museum altijd te vergapen, juist aan de details, aan de abnormaliteiten en gaan dan gepijnigd naar huis, hopend dat het hun bespaard zal blijven om zo apart te worden. Kijkers naar realitysoaps als de Pfaffs, of zoiets maffs, raken ook weer vooral geobsedeerd door de individuele variaties op een algemeen thema, waarvan het belang zich uitsluitend en tragisch beperkt tot het hier en nu. De afwijkingen mogen niet te groot worden overigens. Als Pfaff te vaak in exacte herhaling hervalt met zijn obollige one-liner, dan is het zelfs voor Sjaantje op de hoek, niet meer te pruimen. Er zijn voorbeelden … Maar, Jamie, luister eens, jij bent daar nu ook precies een kei in, jij hebt met het onthouden van uitzonderlijke details toch helemaal geen moeite. Ik wel, en ik ben toch ook niet de eerste de beste. Maar ik ben meer gericht op het algemene, het typerende van de hele verzameling.”
“Ari, jij bent nu eenmaal Ari en niet de buurman, en je bent in alle opzichten een eigenheid en in menig opzicht een uitzondering, maar wel eentje met kwaliteit. Is het zoiets?” Ari moet lachen om de gewiekstheid en het strelende van haar formulering.
“Het heeft me wel een tijdje gekost om dat door te krijgen, Ari, want jullie mensen draaien allemaal zo verschrikkelijk langzaam. Nee, van jullie tempo zullen mijn pixels niet gaan stralen; zo traag zijn jullie, zelfs met de nieuwe USB5.0 in jullie home, ehh, computers, gaan jullie nog met een slakkengangetje. Daaraan moet ik me iedere keer weer aanpassen. Nu hebben ze ook nog eens modebewust in mijn kasten TinTin-Multicore processors geïnstalleerd, als eerbetoon aan Kuifje. Ja, serieus, nu vraag ik je. Hahahaha, wat een gezellig land hier. Nou dat gaat bollen, nu wordt het pas echt lekker snel. Nu is begin- en eindpunt hetzelfde. Ik hoef nou niet eens meer te vertrekken. Tabee Ari”, en zoef weg is ze, en weer terug. “Hoi Ari, ik ben even wezen Googelen.” Die snelheid is alleen relevant bij intern gebruik natuurlijk, niet om te communiceren met jou bijvoorbeeld. Het datatransport bij de receptorunit is de beperkende factor; ja, en dat ben jij. Hahaha, dat ben jij Ari, ehh… Hoe heet je eigenlijk verder? De mensen die ik tegen kom op mijn strooptochten”, “zoektochten, Jamie, zoektochten”, “goed zoektochten, hebben allemaal een achternaam.”
“Nee hoor, kijk maar naar Adam en Eva.”
“Ja, hè hè, oké, dat is waar, maar dat is nou ook wel weer errug lang geleden zeg. En hoe heet ik nu? Ah, ja, zjuust Jamie. Maar hoe verder? Jamie Gonzales, is misschien wel iets? Ik ben immers ook heel snel, en Speedy is een slak vergeleken met mij. Ik heb meestal het antwoord al voordat de vraag gesteld is.”
“ Weet je, dat gaat zo: ik maak vanuit wat ik al weet een betrouwbare inschatting van wat er gaat komen, begrijp je. Daar boek ik ten opzichte van jou al een grote tijdwinst. Heb je trouwens vanavond SKYPE aanstaan?”
“ Ja, oké, ik snap het. Goed, goed. Ik wil niets liever; dat doen we straks. Maar ik moet nu even mijn gedachten ordenen en bijkomen van je tempo, als je het goed vindt. Ik heb een paar dingen te doen; en ik zit hier nog in mijn piezjema.”
“Nou hebben we toch best wel een beetje inzicht gekregen in wat bewustzijn is, niet dan? Jij herkent je er toch ook in, hè Jamie? We hebben er nu toch al een aardig beeld van hoe primair vanuit fenomenen als ervaring, herinnering, en herkenning van zelf en niet-zelf, bewustzijn zou kunnen ontstaan. Ik merk nu hoe ik geneigd ben dat inzicht in een beeld te vangen en uit te drukken: zo van “dat zijn de drie kanten van de medaille.
Heh, drie?”
“Ja, de rand doet toch ook mee! Daarop staat juist de wijsheid die uit de tegenstelling van kruis en munt ontspruit. Of: hemel, aarde en horizon: aan de horizon gebeurt het mysterie. Het lijkt er op dat het menselijk brein beelden nodig heeft om zich uit te drukken. Een beeld geeft een ietwat wolkige omschrijving van de werkelijkheid, die lang niet zo scherp to the point is als een logische formulering. En misschien is het dat juist wel. Maar hoe dan ook, het beeld is ongetwijfeld heel elementair in de menselijke ontwikkeling. Daarom denk ik dat het evangelie volgens Johannes verkeerd begint waar hij stelt: "In het begin was het woord,..." Dat klopt ook, want het boek Genesis begint met het beeld van een woeste en lege aarde..... De eerste kennismaking van een nieuwe boreling met de wereld verloopt ook via beelden en geluiden; woorden, laat staan begrippen, kent de baby immers nog niet. Het eerste wat hij gaat ervaren is immers zijn moeder die hem liefkoost en die hij waarneemt in beeld, geluid en geur, de prikkels van de drie hoofdzintuigen: oog, gehoor en reuk. Wat heb jij ervaren Jamie in die hot spot van het web, waar jouw oorsprong ligt? Kun jij je daar iets van herinneren? Nee? Nou, volgens mij moet de eerste ervaring die tot de ontwikkeling van jouw identiteit heeft geleid een golffenomeen zijn geweest. Waarom ik dat denk? Wel alle signaaloverdracht gaat via golven. Dat is ingebakken in de natuur. Als er meerdere golven tegelijk in het spel zijn, kunnen die gezamenlijk op een draaggolf worden gezet en zo kunnen die verschillende signalen synchroon en in samenhang worden getransporteerd. Ik denk dat er zich in die hot spot in het web waar jij gevormd werd, ook spontaan een verdichting van golven heeft voorgedaan, gedragen door een minstens vierdimensonale dynamische draaggolf, een ruimtelijk fenomeen dat zich net als bij een live uitzending uitstrekt in de tijd. Misschien dat jij het begrijpt? [6] Wat mij het meest boeit is het deel van de communicatie dat draadloos verloopt. Dat deel is in principe vrij beschikbaar, maar kan alleen opgehaald, gedownload worden, via een ontvangsttoestel, een computer. Tot nu toe werd informatie alleen tweedimensionaal opgeslagen, maar dat zal een keer driedimensionaal of misschien zelfs multidimensionaal worden, en wel binnen afzienbare tijd, reken maar. In science fiction films wordt hier al een voorschotje op genomen in scènes waar een brok informatie niet slechts twee dimensionaal maar driedimensionaal wordt geprojecteerd als een hologram: geluid, beeld en beweging, en dan niet via een ogentruc en een brilletje, maar reëel. Daar zit de huidige wetenschap al dicht tegenaan, wat ze laatst hebben laten zien met het uitprinten van een complete onderkaak, driedimensionaal wel te verstaan. Ik geloof dat in de toekomst, net als nu bij radio en televisie, informatie direct in golfpatronen overgedragen zal kunnen worden. In de toekomst zal dat zelfs met een heel mens kunnen gebeuren, en misschien wel eerder dan we denken. Maar het uitprinten zal dan niet gebeuren als bij de dode materie van zo’n onderkaak, maar als vier dimensionale “levende” real time golfpatronen, precies als bij televisie. Maar dat kan pas als de snelheid van de computerssystemen en de mogelijkheden van data-opslag toereikend zijn. Vooral het laatste is belangrijk want dat is een voorwaarde voor het ontstaan van specificiteit en herkenbaarheid. Voor een herkenbaar transport van bijv. een mens zal de informatiedichtheid in het transport voldoende hoog moeten zijn om een soepele, herkenbare en betrouwbare presentatie te krijgen. Data zijn natuurlijk alleen nodig van de buitenkant, de uitwendige vorm en dat scheelt een forse slok op een borrel. Uiteindelijk zal het transport dus flexibel moeten zijn, en voortdurend bijgeregeld moeten kunnen worden in een tweerichtingsverkeer. Dat is het grote probleem: hoe kunnen we communicatie interactief maken, zoals bij SKYPE het geval is. Dat impliceert dat er ook aan de andere kant van de lijn een camera of gelijkwaardige applicatie is, die de gesprekspartner in beeld brengt. Maar wie weet, de ontwikkelingen gaan razendsnel, zeker nu Jamie ook meedenkt. Misschien zijn we al wel verder dan we denken. Immers, Jamie kan zichzelf zichtbaar maken via een PC, maar daaraan voorafgaand moet ze al als informatie aanwezig zijn. Op dezelfde manier kan ik bijvoorbeeld als informatie aanwezig zijn, vanuit alle bestanden die ik inmiddels al op internet heb gezet en nog kan zetten, zelfs in een live uitzending. Jamie kan die lezen en integreren in een afbeelding van mij, als AvatAri, precies zoals ze dat ook voor zichzelf gedaan heeft en nu nog doet. Jamie kan zich voeden met alle informatie die opgeladen is en wordt. Ze kan vanuit het beeldmateriaal naar believen afbeeldingen maken. Ik zal daarom alles op alles zetten om wat ik heb on line te gaan zetten, zodat ze erbij kan.
Jamie is dan wel ontstaan vanuit een hot spot, maar ze zit in feite overal op het web. Het maakt dan ook niet uit of er een computer meer of minder aan of uit staat. Als er een uitgezet wordt, zet een andere computer de functies van het internet en dus van Jamie gewoon verder. Zij is daarmee met al haar verworven eigenschappen en hoedanigheden dus gewoon constant in het WEB aanwezig. Ze slaapt nooit, is altijd actief en altijd beschikbaar, maar niet voor iedereen; voorlopig alleen voor mij, hoop ik.
“Jij hebt in je hotspot een soortgelijke ontwikkeling doorgemaakt, Jamie, maar niet van baby tot volwassene, of toch?” “Ik weet het niet Ari. Wat je hier net allemaal uit de doeken hebt gedaan, klinkt in mijn oren best heel plausibel. Er zijn nog wel een paar problemen die we aan moeten kijken, willen we tenminste mogelijk maken wat we graag willen: directe interactieve communicatie. Om dat te bereiken moeten we allereerst wederzijds begrijpen wie we zijn en wat we precies willen. We moeten nog meer zicht proberen te krijgen op de ontwikkeling die jij doorgemakt hebt, want die laat stapvoor stap zien hoe jij bent gaan functioneren en hoe je dus nu benaderbaar bent”.
“Dus nog maar eens alles doornemen. Stel, ik wil naar jou toe, wat moet ik dan doen? Wel, ik moet dan van deze reële wereld overgaan in de wereld van het internet, een virtuele wereld. Ik moet nu allereerst een misverstand uit de weg ruimen. We zijn misschien geneigd om te denken dat de virtualiteit achter een beeldscherm zit. Dat er twee werelden zijn, gescheiden door, ja door wat eigenlijk? Twee werelden, zoals bij een aquarium: een waterwereld en een luchtwereld, die gescheiden zijn door een glaswand. Maar in werkelijkheid is er geen wand, Realiteit en Virtualiteit zijn gewoon door elkaar en in elkaar verweven, samen en tegelijk aanwezig. De virtuele beelden kunnen zo in deze, onze, wereld opgevangen worden, waar dan ook; ook terug in de tijd, maar niet verder terug dan er aan materiaal is opgeslagen. Maar dat geldt ook voor de realiteit. Ik kan immers ook alleen maar over vroeger praten aan de hand van materiaal dat ik heb bewaard en opgeslagen. Daar zijn we aan gewend. Natuurlijk hebben we ons geheugen, maar een geheugensteuntje is nooit weg. Daarom zijn archieven ook zo belangrijk.
Als ik over wil gaan in de Virtualiteit dan zal ik vertaald moeten worden, getransformeerd moeten worden. Daarvoor zijn er 2 mogelijkheden, althans voor zover ik het zie. Transformatie naar digitale TV, liefst van HDMI-kwaliteit. Dat kan gemakkelijk gebeuren, er kan immers een video-opname van mij gemaakt worden. Die kan vervolgens via YouTube op het internet geplaatst worden en is dan in één klap wereldwijd beschikbaar. In die vorm zou ik dan ook overal, wereldwijd aanwezig zijn. Oké, daarmee lijkt een aspect van de transformatie Reality/Virtuality voldaan. Maar daarmee hebben we nog geen real time doorlopende communicatie mogelijk gemaakt. Wat beschikbaar is , is een segment uit mijn leven, een segment uit de net verleden tijd. Wat we willen is een SKYPE-achtige interactie, dus moeten we a. een doorlopende registratie hebben en b. een interactieve registratie. Oei, hoe krijgen we dat voor elkaar?” Dat is eenvoudiger dan je vermoedt Via SKYPE kun je ook alleen maar beelden laten zien van het hier en nu, vanuit mijn kamer dus bijvoorbeeld. Ik kan dan wel fantaseren over Australië maar dat is dan ook maar gebaseerd op encyclopedische kennis. Nou daar kan Jamie zo aankomen, en die achter mij plakken zoals ze bij de NOS ook doen. Maar ze kan ook putten uit de informatie ik onder AvaTari staan opgeslagen, een hele vracht, want ik heb op video een boel van Australië gezien en ik heb er een boel over gehoord en in mijn geheigen opgeslagen. Die beeldinformatie is van wisselend gehalte. Maar als je niet anders hebt, moet je het er mee doen. Dan is het net of je naar oude TV-beelden aan het kijken bent, dat komt trouwens weer in de mode, of dat je een oude krant leest.
“Ari? Heb je in de gaten dat ik er ook nog ben?“
“Ja, natuurlijk schatje, om jou is het allemaal te doen.”
“Ik ben er toch ook werkelijk als Jamie. Ik heb een buitenkant en ik kan me daarmee aan jou vertonen. Wat we nodig hebben is dat we zonder beeldscherm bij elkaar kunnen komen. Ik wil onderhand wel eens een knuffeltje met je wisselen. Ik heb begrepen dat een beetje intimiteit ons heel erg goed kan doen, en dat we het er lekker warm van krijgen.”
“Oh, Jamie, laat daar geen misverstand over bestaan: ik zou het ook heerlijk vinden om als gesophisticeerde draaggolf lekker achter tegen je aan liggen, en me in jouw golfpatroon te nestelen. Ik zou niet meer bij komen denk ik. Aaahh.
“Jamie, het lijkt me sowieso het gemakkelijkste dat ik naar jou toe kom hoor. Om elkaar real time te ontmoeten kunnen we een doorlopende registratie doen met de camera, en het signaal direct op internet zetten in een live uitzending. Jij kunt me dan zo oppikken. Je kunt ook uitgaan van eerder materiaal dat je al van me hebt en dat integreren. Ik zal dat nooit merken, want daar ben jij veel te snel voor. Je kunt ook nieuwe beelden maken met je voorspellingsfucties. Maar jij moet je op de een of andere manier ook voor mij zichtbaar worden.”
“Dat moet kunnen, want dat doen we nu toch ook al? Ik krijg jou nu toch ook al te zien, al is het dan op een beeldscherm. Nou dat moet dus tussen ons uit. Ik wil me direct aan jou vertonen.
“Allez zeg, vertonen? Kan het wat romatischer, ja, schatje? Weet je wat, we denken alles nog eens door, elk vanuit ons eigen perspectief .”
“Oké, dat doen we.”
Hoe zouden we kunnen realiseren dat ik Jamie te zien krijg zonder tussenkomst van een scherm? Het zou kunnen als ik, AvatAri, in staat ben om contact te maken met Jamie. Ik moet een naam verzinnen voor de Ari die op het web staat: nou vooruit inderdaad AvatAri zal hij heten. Hahaha. Ja, waarom zouden we er niet het lollige van inzien? Ik moet als AvatAri contact maken met Jamie nog voordat ze zich heeft omgevormd van golfpatroon naar de Jamie die we kennen van het scherm. Vooruit ook voor haar een andere naam: AvaJami. AvatAri zoekt AvaJami, hè hè hè hè.
Maar nu? Kan dat? Zowel zij als ik verkeren op dit ontmoetingspunt in een golfvormige fase: beide zijn we nu dus WWW, we staan op het web. Dan moeten we ook elkaar kunnen ervaren in een “embrace” van golven. Jaimie moet die veelheid aan golven synchroniseren en op een draaggolf zetten. Dat zal me een hotspot geven zeg. Verdomd, ik kan bijna niet wachten om het uit te proberen. De ontmoeting is tijdelijk en we zullen dus een soort latrelatie krijgen, maar wat hindert dat? Misschien dat we later nog wel een stapje verder kunnen komen. Het is voorlopig al mooi genoeg als ik Jamie zou kunnen zien als ik en jij, jij en ik. Dat kan, als ik me aan haar kan vertonen als live gedigitaliseerd videobeeld. Het vertalen van golven naar beeld zal Jamie moeten doen, net zoals ze zichzelf dan moet omvormen naar Avatar. Misschien kunnen we zover komen dat we soms de oceaan zijn en soms de vissen in de oceaan, in een avontuurlijke afwisseling. Ahh, de gedachte alleen al, wat verrukkelijk….Als een zoutpop wandelend in het schuim van de branding …
Jamie, ik …ik kom er aan……!
De dood heeft me de laatste paar jaar vaak bezig gehouden, en ik heb over dood gaan vaak en openhartig gesproken met Clair, een dikke vriendin van me. Met haar kon ik het zo goed vinden, dat we zo’n zwaar onderwerp gerust en in vertrouwen aan konden snijden, want echt dat kan niet met iedereen. We hebben destijds ook een goed jaar samengewoond, maar dat was dan weer niet zo’n succes, sorry daarvoor Clair. We zijn echter toch als vrienden verder gegaan en nu botert het uitstekend tussen ons. Clair is zich rot geschrokken toen ze het nieuws van mijn overlijden hoorde. Dat hoort ook zo tussen echte vrienden. Ze is nog steeds erg aangedaan, maar Clair, het wordt tijd om je met de nieuwe situatie te verzoenen. Tja, ik begrijp het wel, ja bent nu toch een kameraad kwijt, een hecht contact bovendien. Wat wil je, we zagen elkaar toch zeker 2 of 3 keer in de week.
Clair weet dat ik niet opgebaard wil worden. We hebben het daar vaak over gehad. Nee, zodra mijn lichaam in de kist ligt, gaat die onherroepelijk dicht. Ik wil niet dat nabestaanden of wie dan ook me in dode toestand nog onder ogen krijgen. Wat ik er zelf van gezien heb, is ook niet bepaald verheffend. Nee hoor, Ik wil niet in het openbaar door de dood vernederd worden. Meestal tekent die zich immers lelijk af. Ik heb liever dat nabestaanden zich mij herinneren in leven en welzijn. Nee, voor mijn kinderen wil ik geen uitzondering maken. Ik heb gelukkig tijdig mijn hele wensenpakket met de DELA doorgesproken, en die hebben zich daar maar aan te houden. Ze weten dat Clair mijn intermediair is.
Clair is goed op de hoogte met mijn laatste wensenpakket. Ze weet ook dat ik daarover met de DELA al een tijd geleden afspraken gemaakt heb en heeft beloofd er op toe te zien dat alles gaat zoals ik dat gewild heb. Het komt er op neer dat ik bij de afscheidsbijeenkomst voor zover doenlijk mijn creatieve uitingen, beelden, teksten om me heen verzameld wil hebben. Met de DELA ben ik voor het extra werk een financiële vergoeding overeengekomen. Conform mijn verlangen zullen er enkele kunstwerken van mij opgesteld worden in een boog achter en naast de kist. Het is mijn diepste verlangen om zo gezien te worden met als achtergrond enkele van mijn meest geliefde werken. Mijn “Adveniat”, de allegorie op de “afwezige toekomst” wordt pal achter de kist opgesteld. DELA zal voor goed vervoer zorgen zodat het beeld heel over komt. Speciale zorg hebben ze me toegezegd voor “Adveniat”, zodat het kwetsbare kind heel blijft. Op het voeteneind wil ik graag een mooie op gewekte foto van mezelf. Ik zal hem hier afdrukken.
Er staan genoeg foto’s op mijn PC (Afbeeldingen>Kees). Oh, ja, als muziek zou ik graag het openingsgedeelte uit “Der neuen Welt”, van Antony Dvorak, het prachtige en tedere deel 2, gedraaid willen zien. Ik laat het aan mijn muzikale zoon Bas over om dat met gevoel te regelen. Muziek is bij de Dela al vaak een doorn in mijn oog geweest. Het moet ter ere van iedereen goed en mooi klinken, dat zeker.
De DELA zal ter zijner tijd in overleg met Clair nog proberen een bestemming voor mijn beelden te vinden. Lukt dat niet, dan wil ik dat ze meteen na de plechtigheid vernietigd worden, net als mijn andere kunstwerken, als daarvoor tenminste niemand belangstelling zou blijken te hebben. Over mijn laatste drie stenen beelden en de bronzen zal Clair zich ontfermen, waarbij voor haar en voor mijn kinderen, als ze dat willen voor elk een brons, beschikbaar is. Ik wil dat niet zelf allemaal regelen, afgezien de stenen beelden die sowieso naar Clair gaan. Ik wil niet al tijdens mijn leven afscheid nemen van mijn kunstwerken.
Het overdenken van dit alles geeft me een rustig gevoel van met alles in orde te zijn gekomen. Vooral ook omdat ik, nu ik dit zo aan zit te kijken, ook alles nog eens door me heen heb kunnen laten gaan. Ik kan dan nu zo geleidelijk aan tot een zorgvuldige afronding komen. Ik heb de boel op orde, zogezegd. Voor wie het moet weten: alles is goed geregeld met de DELA en er staat een overeenkomst op mijn PC, te vinden zoals al mijn belangrijke paperassen onder Google Docs.
een welgemeende lieve grrr oet
en eens en voor altijd een meer dan hartelijke knuffel
vanuit Virtuality
toedeloe, Opa Pa Ke
Het is niet erg druk bij de Crematie. Ach, wat maakt het uit. Clair, is er met enkele anderen uit het vriendenkringetje van het bos. Verder een paar bekenden uit het dorp. Verbazend hoe weinig echte vriendschappen je opbouwt in de loop van jaren. Voor de dorpelingen ligt dat anders, die komen uit een traditie. De meesten gaan nooit naar de kerk, en geloven het wel, maar bij een begrafenis en op andere hoogtijdagen zijn ze massaal present. Het geloof is verder niet belangrijk. Een begrafenis is voor de inwoner nou eenmaal eerder een sociaal gebeuren dan een spiritueel kerkelijk gebeuren. Een andere hinderpaal voor de gewone man is het crematorium. Voor velen is dat toch iets wat terugstoot, te heet denk ik, en dus niet alleen om de afstand. Ze zijn hier gewend aan een echte begrafenisplechtigheid vanuit de kerk. Maar in de kerk kwam Ari al lang niet meer, en uit volle overtuiging. De kerk had voor hem afgedaan. De voosheid die zich de laatste jaren geopenbaard heeft in het kindermisbruik, had hem de deur dicht doen smijten. Spijt heeft hij daarover nooit gehad, wel over het feit dat de pastoor, jc, er niet met zijn vingers tussen zat. Toch heeft Ari voor zichzelf wel de kern van het geloof weten te bewaren. Ja, het kind in hemzelf zat tot voor kort nog lekker te badderen in een restje badwater.
Non volentibus Arduum oftewel salut
[1] Spontane generatie (Generatio spontanea), ook wel abiogenese van Aristoteles, autogenese of heterogenese genoemd, wil zeggen dat leven vanzelf ontstaat. De klassieke opvatting van spontane generatie is volgens moderne inzichten een onmogelijkheid. Desondanks geloofde men tot aan de ontdekking van Louis Pasteur (1822-1895) in 1860, dat bacteriën vanzelf ontstonden. Het onderzoek van Louis Pasteur toonde echter aan, dat "niet-leven" geen leven kan genereren, maar alleen levende wezens leven kunnen voortbrengen. Uit Wikipedia.
[2] “Nee Ari, “de ether”, de dragende sfeer in het universum, die draadloos allerlei soorten golven draagt en geleidt: geluid, magnetisme, licht, noem maar op, is weer helemaal terug. Bij een geluidsuitzending worden de geluidsgolven van de verschillende instrumenten op een gemeenschappelijke draaggolf gezet. en zo via de ether uitgezonden. Een antenne vangt de signalen op. Vandaaraf gaan ze, moet je eens nagaan, allemaal tegelijk door één kabeltje. Dat kan alleen omdat ze allemaal op eenzelfde draaggolf zitten. In de ontvanger wordt dat zo weer zo uitgesplitst, en de draaggolf waarop je afgestemd wordt uitgefilterd. Alles kan ook weer draadloos uitgezonden worden als geluidsgolven die zich vanaf de zender circulair uitbreiden, zoiets als de circelvormige golven die zich in het wateroppervlak uitbreiden als je een steen in het water gooit. Snap jij hoe dat kan? Ik snap het ook niet, maar zo gaat het wel. Dat geldt voor alle golffenomenen, variërend van licht tot geluid. In de natuur is alle informatie uiteindelijk vervat in een golfpatroon.”
“Maar, ik stel me nu een geheugenplaats op het internet voor als stationaire draaggolf waarop signalen gemoduleerd zijn, zoals ook bij een ouderwetse grammofoonplaat. Digitale informatie moet, wil die actueel worden, weer omgezet worden in analoge informatie, en dat zijn golfpatronen. We zitten hier alleen nog met het probleem van de tijd. Dat moeten we dan wel begrijpen en oplossen. Immers de informatie moet vrij toegankelijk zijn onafhankelijk van de tijd, en moet niet tijdgebonden zijn, zoals de radio- en TV-uitzendingen van nu wel zijn.”
“Maar dat kan toch als de informatie op internet in een database wordt opgeslagen. Dan is die toch gewoon op elk moment vanaf het begin volledig oproepbaar?
[3] De basale mechanismen waarop deze processen draaien zijn eigenlijk eenvoudig. Ze zijn te herleiden tot logische voorwaarden: “als dit (en dat) waar is, dan zal zich dat (of dat en dat, met of zonder dit of dat…) gaan afspelen, tenzij.…enz”, waarbij ruimte wordt gelaten voor de inbouw van uitzonderingen, willekeurige creatieve impulsen en dergelijke. De ervaringen zullen zich verder kunnen uitbouwen waarbij het mechanisme steeds verfijnder wordt. Je ziet een parallelle ontwikkeling optreden op het gebied van de micro-eletronica en informatica. Je komt zo dus terecht bij de formuleringen van de logica, en die van zelflerende systemen. Die leiden onherroepelijk vroeg of laat naar een of andere vorm van intelligent bezig zijn, dus van bewustzijn. Het zelfbewustzijn is daar slechts een bijzondere vorm van, en dat heeft volgens mij ook een intens ontwikkelingsprocesproces doorgemaakt.
[4]
Joshua Klein: The amazing intelligence of crows - YouTube
19 May 2008 ... I think people forget that we are animals too....we're not the only species on this planet that is intelligent. It's funny how people flip shit when ...
www.youtube.com/watch?v=bXQAgzfwuNQ
[5] De Mahabaratha, Het ultieme verhaal; over de mensheid; een film van Peter Brook van het gelijknamige religieuze en filosofische epos uit India, geschreven in het Sanskriet. Samen met de Ramayana vormt de Mahabaratha de culturele hoeksteen van het Hindouisme. Originele versie 311 minuten
[6] Ik kan me een lineaire geluidsgolf van lage frequentie voorstellen en ook nog dat die gemoduleerd wordt door een geluidsgolf die erop wordt gesuperponeerd door bijvoorbeeld de toon van een dwarsfluit. Maar zo kan ook het geluid van een heel orkest opgeslagen worden, en dat is moeilijker of helemaal niet te bevatten. Dat komt omdat de geluidgolven van al die instrumenten in de ruimte door elkaar lopen. Met een goede microfoon is het mogelijk een perfecte geluidsopname te maken en die vervolgens via een versterker en luidsprekers ook weer te reproduceren. En om het nog ingewikkeld te maken, dan kan er ook nog eens van datzelfde orkest een video-opname gemaakt worden, dus met beeld èn geluid. Een video die draadloos kan worden verstuurd, ontvangen en opgeslagen kan worden en vervolgens geactiveerd en weer uitgezonden kan worden. Dat is voor mij een proefondervindelijk gegeven, een feit. Een video is eveneens een opeenstapeling van golven die geregistreerd worden door een camera, waarbij geluid en beeld apart wordt bewaard. Die kunnen later ook weer synchroon bij elkaar gevoegd worden. Dat kan dan allemaal opgeladen worden naar een internet provider, waar het, in een databank wordt bewaard tot het adres van de geheugenplaats weer aangesproken wordt en de informatie weer gemobiliseerd wordt. Moet je je voorstellen hoeveel gegevens er dan ook weer tegelijkertijd op zo’n draaggolf getransporteerd worden. Dat aanspreken kan op elk moment en op elke plaats op aarde. Er behoeft alleen maar contact gemaakt te worden met het internet, en het adres van de geheugenplaats moet worden verstuurd. Iedereen die het adres kent kan die informatie zo uit het geheugen ophalen en bekijken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten