Ik
ben een bewonderaar van het vrouwelijke. Wat dat is? Nee, nee, dat is momenteel
geen goede vraag. Het uitfilosoferen van een definitie is voor later. Er is een
andere manier voor me. Ik heb namelijk gemerkt dat ik een sensor heb voor het vrouwelijke.
Mijn diepste ik, mijn wezen, weet wat het is: dat wat aantrekkelijk voor me is
en dat ik als het dichtbij me komt niet afwijs en terugstoot; dat wat me iets
doet in zachtheid en tederheid, en waar ik me graag bij neerleg. Dàt is het. De
ene keer is het een ronding, een houding, een gestalte die me aantrekt; een
beweging, een manier van kijken, een wijze van spreken die me verrukt, de
toonhoogte, de stembuiging. Een andere
keer is het meer aard en gedrag: de ontvankelijkheid, het aandachtige luisteren
dat me sprakeloos maakt, het mij en geen ander willen toelaten en opnemen, een
oproep, een appèl (nee, nee, geen appel) op te gaan in verbondenheid, het
verlangen naar mij, het verwachten. Barbara Streisand bezingt
het in Guilty, woman in love: "...to get you into my world and hold you
within ...". Daar
sta je dan als man en je wilt daar maar al te graag op in gaan. Eerlijk is
eerlijk, en hont soit qui mal y pense. Gelukkigmakend is het als je als mens,
man of vrouw, zo het vrouwelijke tegen mag komen. Dat zijn allemaal aspecten
van het vrouwelijke waardoor ik me aangetrokken weet. Er is ook een heel andere
kant. Ik ervaar dat ik in contact met vrouwen mijn gevoelens laat spreken, en
creatief wordt. Ik weet me gewekt, en wil me inzetten, waarmaken, vruchtbaar
zijn (tegenwoordig figuurlijk).
Hoe
dan ook, ik ben er eigenlijk steeds op uit om er contact mee maken, er op in
gaan, met zorg te omgeven, er een liefdescocon mee te maken en te verwachten in
het onvermoede. Ik heb dus best een aardig onlogisch besef van waar het om
draait, namelijk om datgene waar het mij in mijn leven om te doen is, ontdekken
wat het is in het vrouwelijke dat mij zo raakt en aantrekt, en er antwoord op
te geven. Dat is wat er gebeurt als ik een vrouw echt ontmoet, in dat
tegenover, oog in oog, van pupil naar pupil. Dus liefst in het echt natuurlijk
(en dat is wat anders dan dè echt), maar het kan ook in een gedicht, in een
verhaal, zelfs in e-communicatie.
O
zeker, het heeft alles met vrouwen te maken, maar vrouwelijk en vrouw zijn is
voor mij niet hetzelfde. Ik meen dat ik niets te veel zeg als ik constateer dat
ikzelf er ook een toffe dosis van in huis heb als tegenwicht voor mijn
mannelijke rationele inborst al staat daar niet zo heel veel haar op.
Inderdaad, het is ook niet mijn slechtste kant. Soms beleef ik dat ook, en
zaligmakend intens, met een gevoel van
eenheid en verbondenheid in mezelf. Dat overkwam me toen ik samen met Salu een
gedichtje schreef, ieder voor zich hoor, bij het schilderij Galathea van de
sferen van grootmeester Dali. Ik heb nog nooit met zoveel gevoel en plezier en
zo stromend een gedichtje geschreven. Iemand
zag er terecht een liefdesgedichtje in. Voortreffelijk aangevoeld, ik was
verliefd op het leven in het kosmisch perspectief van Dali, en zeg me nou niet
dat zoiets onmogelijk is. Opmerkelijk trouwens, dat de paar mannen die ik hier
wat ken het maar een kwezelverhaaltje vonden, maar dat de vrouwen er door
ontroerd waren. Ik zelf ook nog steeds trouwens; ik herlees het af en toe. Het gedichtje
is subject van controverse. De helft vindt het slecht, de andere helft vindt
het mooi, lief, enz. Hier is het:
aan
zwaarte voorbij dans ik lichtvoetig
met
ogen gesloten ingekeerd, toegekeerd
naar
jou mijn lief
jij die
mij roept een glimlach ontluikend
een
wals van vreugde langs mijndan lippen
voel
mijn tasten kom in mijn sferen
cosmos
ademloos in tedere verrukking
om jou
mijn lief
kom
dan, zing je lied stil mijn tranen
bedaar
toch harteklop: rust maar uit bij mij
Ja
hoor, ik ben eigenlijk een echte softie. Maar ho, geen mietje, al heb ik daar
vroeger wel eens zwaar over in de rats gezeten, zo ergens in mijn puberale
bekommernissen. "Wie ben ik nou eigenlijk", was toen het angstige en
nare besef van de leegte in me. Die is
al levend, belevend in vraag en antwoord, in actie en reactie, in doen en
voelen, er aan zitten en eraf blijven, in verwondering, adoratie en ontzag, in
aantrekken en afstoten, en ah ja, in de reeks verrukkelijke verliefdheden op de
mooiste meisjes, geleidelijk aan in- en opgevuld met wat mijn schat, mijn ik,
mijn identiteit is geworden. Een verrukkelijke identiteit, waarmee ik bij
herhaling een verstolen lach tevoorschijn tover, bijvoorbeeld op het gezicht
van dat aandoenlijk vrouwelijke wezen achter het stuur dat voor me stopt als
ik, zo met mijn petje op, `smorgens vroeg de zebra over flaneer. Het is om de
senioren-ochtendstijfheid te doorbreken, maar het belet me niet om welwillend
en met verve mijn snor in een krul te draaien voor die schone blom achter het
stuur. Dat is puur genieten want dan besef ik, ah ja, ik voel me een geliefd
mens en ik mag gezien worden. En is dat niet wat ons mensen ten diepste
bevredigt? Dat weten geeft het antwoord op die hunkering naar erkenning die ook
mijn wezen doortrekt: ik kan pas mens zijn als een ander mij zo wil en kan
zien.
Ik
ben blij geworden met de mannelijk-vrouwelijk dualiteit in mijn ik-ke, die nog
immer enerverende paradox in mijn zelluf, in mijn alles en niks. Die gaat met
me mee en die zal ik uiteindelijk maar weer laten gaan, en vrij geven aan de
ruimte.
toedeloe
Geen opmerkingen:
Een reactie posten